Font size
WorksheetsHaben und sein (einfach)
Total questions: 16
Worksheet time: 15mins
Het werkwoord: haben betekend:
hebben
zijn
worden
Vul de juiste vorm van het werkwoord haben in:
Ich (a)
Vul de juiste vorm van het werkwoord haben in:
Du (a)
Vul de juiste vorm van het werkwoord haben in:
Er (a)
Vul de juiste vorm van het werkwoord haben in:
Es (a)
Vul de juiste vorm van het werkwoord haben in:
Wir (a)
Vul de juiste vorm van het werkwoord haben in:
ihr (a)
Vul de juiste vorm van het werkwoord haben in:
Sie (u) (a)
Het werkwoord: sein betekend:
hebben
zijn
worden
Vul de juiste vorm van het werkwoord sein in:
Ich (a)
Vul de juiste vorm van het werkwoord sein in:
Du (a)
Vul de juiste vorm van het werkwoord sein in:
sie (enkelvoud) (a)
Vul de juiste vorm van het werkwoord sein in:
Es (a)
Vul de juiste vorm van het werkwoord sein in:
Wir (a)
Vul de juiste vorm van het werkwoord sein in:
ihr (a)
Vul de juiste vorm van het werkwoord sein in:
Sie (u) (a)
