wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Step Up NL - De Ondernemers Quiz

Total questions: 40

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

Waar staat de afkorting SEO voor?

a)

Search expensive optimazition

b)

Safe extra optimazition

c)

Search engine optimazition

d)

Search expensive optional

2.

Zoekmachinemarketing is erg populair door de hoge ROI. Wat houdt de ROI in?

a)

Het geld dat je in je zoekmachinestrategie stopt

b)

Het bedrag dat je per zoekwoord betaald

c)

Dat wat je betaald per zoekactie

d)

Dat wat je terug krijgt van je investering

3.

Met SEO zorg je er voor dat....?

a)

Je zo hoog mogelijk komt in de zoekresultaten door per click te betalen

b)

Je zo hoog mogelijk komt in de zoekresultaten zonder te betalen

c)

Je zo hoog mogelijk komt in de zoekresultaten door advertenties te publiceren

d)

Je zo hoog mogelijk komt in de zoekresultaten door per weergave te betalen

4.

Wat is geen ondernemervorm

a)

eenmanszaak

b)

Stichting

c)

Club

d)

Besloten Vennootschap

5.

Ik heb een eenmanszaak welke belasting moet ik betalen als ondernemer?

a)

BTW

b)

Inkomstenbelasting

c)

Vennootschapsbelasting

d)

motorrijtuigbelasting

6.

Wat is geen P van de marketingmix?

a)

Product

b)

Prijs

c)

Promotie

d)

Producent

7.

Wat is een vorm van promotie?

a)

salespromotion

b)

public relations

c)

reclame maken

d)

alle antwoorden zijn juist

8.

Welke ondernemer verkoopt een dienst

a)

een bakker

b)

een autobedrijf

c)

een kapper

d)

de groenteman

9.

Welke begroting laat zien wat je nodig hebt om een bedrijf op te zetten?

a)

investeringsbegroting

b)

exploitatiebegroting

c)

liquiditeitsprognose

d)

financieringsbegroting

10.

op welke begroting staat wat ik heb verkocht?

a)

financieringsplan

b)

liquiditeitsprognose

c)

exploitatiebegroting

11.

Een franchisegever voorziet de ondernemer onder andere van een product en merknaam

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

Hoeveel procent van alle Nederlandse bedrijven is een familiebedrijf?

a)

30%

b)

50%

c)

70%

d)

85%

13.

Welke stelling is goed of fout?

I. Vooruitbetaalde bedragen is een uitstelpost.

II. Nog te ontvangen bedragen is een anticipatiepost.

a)

Beide zijn goed.

b)

Beide zijn fout.

c)

I is goed en II is fout.

d)

I is fout en II is goed.

14.

De sociale premies die een werkgever inhoudt op het brutoloon van zijn werknemers maken deel uit van:

a)

de kosten van het vermogen.

b)

de kosten van diensten van derden.

c)

de kosten van de gezondheidszorg.

d)

de kosten van arbeid.

e)

de kostprijsverlagende belastingen.

15.

Kosten en opbrengsten hebben invloed op het eigen vermogen van een onderneming.

a)

Goed

b)

Fout

16.

Privé opnamen door de eigenaar van een eenmanszaak

a)

behoren tot de kosten van het bedrijf en verlagen daarom het eigen vermogen.

b)

behoren niet tot de kosten van het bedrijf maar verlagen het eigen vermogen wel.

c)

behoren tot de uitgaven van het bedrijf en verlagen daarom altijd de liquide middelen.

d)

behoren tot de uitgaven van bedrijf en verlagen daarom nooit het eigen vermogen.

17.

Een onderneming start altijd met een product of dienst

a)

Ja

b)

Nee

18.

Een onderneming MOET een financiële administratie bijhouden?

a)

Waar

b)

Niet waar

19.

Omzet is het geld wat een ondernemer zichzelf als loon kan geven?

a)

Waar

b)

Niet waar

20.

Het aantal verkochte producten noemen we?

a)

Omzet

b)

Afzet

c)

Winst

21.

Netto omzet is?

a)

Bruto omzet min de kosten

b)

Bruto omzet min de inkoop

c)

Bruto omzet

22.

Inslag is?

a)

Alle producten die zijn ingekocht

b)

Alle producten die zijn gebruikt min de credits

23.
Welk merk is dit?
a)
Oxfam Wereldwinkel
b)
Primark
c)
Fairtrade
d)
Triple P bottomline
24.
Nike maakt gebruik van zonnepanelen. Het bedrijf houdt rekening met de pijler...
a)
planet.
b)
people.
c)
profit.
25.
Bel&Bo zegt nee tegen kinderarbeid. Met welke pijler houdt Bel&Bo rekening?
a)
Planet
b)
Profit
c)
People
26.
Pensioenopbouw is een eigen keuze van de werknemer.
a)
Eens
b)
Oneens
27.
Wat is innovatie?
a)
Het leveren van nieuwe producten of diensten tegen betaling
b)
Iets nieuw verzinnen
c)
Een creatief idee
28.

Wat is een ander woord voor factuur?

a)

CV

b)

Rekening

c)

Betaalverzoek

d)

Offerte

29.
Maar staat MVO voor?
a)
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen
b)
Maatschappij Voor Onderwijs
c)
Maatschappelijk Voortgezet Onderwijs
d)
Mensen Veiligheid Ondernemen
30.
Het verschil tussen de visie en de missie van een bedrijf is:
a)
visie is gericht op het heden. Missie niet.
b)
De missie bespreekt de volledige marketing mix, de visie niet.
c)
De visie is gericht op de toekomst, de missie op het heden.
d)
Er is geen verschil.
31.
De wekelijkse vismarkt in Leiden is een voorbeeld van:
a)
Een abstracte markt
b)
Een concrete markt
32.
Als ik mijn prijs ga bepalen door alle kosten bij elkaar op te tellen plus winst dan hanteer ik:
a)
Kostengeoriënteerde methode
b)
Concurrentiegeoriënteerde methode
c)
Vraag georiënteerde prijsstelling
33.

Alleen een Opel-dealer mag Opel auto's verkopen.

a)

Product

b)

Prijs

c)

Plaats

d)

Promotie

34.

Steeds meer mensen boeken hun vliegvakanties op internet.

a)

Product

b)

Prijs

c)

Plaats

d)

Promotie

35.

Interpolis, glashelder.

a)

Product

b)

Prijs

c)

Plaats

d)

Promotie

36.

Een staalfabrikant, een groothandel, een producent van kopieer apparaten zijn voorbeelden van:

a)

B2b marketing

b)

C2B marketing

c)

C2C - marketing

d)

B2C marketing

37.

Een voorbeeld van C2C marketing is:

a)

De Albert Heijn

b)

De Primark

c)

De Mac Donalds.

d)

Marktplaats

38.

Waar staat SWOT voor?

a)

Stabiel,Waardepropositie, Oefenen, Testen

b)

Sterkte, Waarborgen, Open, Terughoudend

c)

Strenghst, Weaknesses, Oppertunities, Threats

d)

Strenghst, Weaknesses, Openess, Timidity

39.

Positioneren is:

a)

de manier waarop een organisatie zijn producten in de markt zet in vergelijking met de producten van de concurrent

b)

het kiezen van de juiste waarde strategie

c)

het kiezen van de juiste locatie om producten te verkopen

d)

het distribueren van de producten in een markt

40.

Relatiemarketing is gericht op de korte termijn

Juist of onjuist

a)

juist

b)

onjuist