Font size
Worksheetsimpératif
Total questions: 20
Worksheet time: 16mins
Wacht! (tegen een vriend)
Attend!
Attends!
Attendt!
Attende!
Ga naar het secretariaat! (leerkracht tegen leerlingen)
Allez au secrétariat!
Va au secrétariat!
Allons au secrétariat!
Je gebruikt de nous-vorm in de impératif voor....
een bevel in het meervoud
een bevel in het enkelvoud
goede raad of advies
een gebod in het meervoud
Wees voorzichtig! ( mama tegen jou)
Soyez prudent!
Soyons prudent!
Sois prudent!
Soie prudent!
Laten we de straat oversteken.
(a)
Neem een pen!
(a)
In de impératif zijn 3 werkwoorden onregelmatig. Welke?
avoir, aller, faire
avoir, être, faire
aller, être, faire
avoir, aller, être
Ga niet naar buiten! (mama tegen haar kinderen)
(a)
Werk hard! (tegen een klasgenoot)
Travailles dur!
Travaille dur!
Travaillez dur
Travaillent dur!
Cherchons le livre!
Zoek het boek!
Zoeken we het boek?
Laten we het boek zoeken.
Zoeken jullie het boek?
(Ne pas mettre) les pieds sur la chaise, les garçons!
(a)
(Plier) les genoux, les filles!
(a)
(Wees) sage, Laura!
(a)
(Heb geen) peur camarades!
(a)
Vergeet jullie pen niet!
(a)
Welke zin staat in de beleefdheidsvorm?
Entre monsieur Schepens.
Entrons monsieur Schepens.
Entrez monsieur Schepens.
Lève les bras
Lèves les bras!
Levez les bras!
Levez les jambes!
Ne tendez pas en classe!
Ne jouez pas en classe!
Ne descendez pas en classe!
Ne mangez pas en classe!
Neem thee! (tegen een vriend)
Prends du thé.
Prends du thé.
Prenne du thé.
Prene du thé.
Ga je kauwgom in de vuilbak doen!
(a)
