wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

stofwisseling in de cel

Total questions: 28

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Wat is stofwisseling

a)

ademhalen

b)

dissimilatie

c)

groeien

d)

uitscheiden

2.

C2

Welk onderdeel van de cel wordt aangegeven met nummer 9?

a)

Mitochondrium

b)

Ribosoom

c)

Golgi systeem

d)

Lysosoom

3.

C2

Wat is het hoofdbestanddeel van onderdeel 7?

a)

koolhydraten

b)

eiwitten

c)

fosfolipiden

d)

cellulose

4.

C2

Welk organel wordt aangegeven met nummer 6?

a)

Endoplasmatisch reticulum

b)

Celkern

c)

Golgi systeem

d)

Lysosoom

5.

Deze afbeelding is een voorbeeld van _____ .

a)

Osmose

b)

Geleide diffusie

c)

Diffusie

d)

Actief transport

6.

Nummer 1 laat een celorganel zien. Welke?

a)

chloroplast

b)

endoplasmatisch reticulum

c)

thylakoid

d)

golgiapparaat

7.

Welk enzym vertoont de grootste enzymactiviteit?

a)

X

b)

Y

c)

Z

8.

Vanaf welke temperatuur gaat enzym X denatureren?

a)

0 graden

b)

2 graden

c)

11 graden

d)

23 graden

e)

31 graden

9.

Welk enzym vertoont de grootste activiteit bij 40 graden?

a)

X

b)

Y

c)

Z

10.

De optimimumtemperatuur van enzym Z is 56 graden.

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Bij welke reactie wordt energie vastgelegd?

a)

ATP --> ADP + P

b)

ATP + P --> ADP

c)

ADP --> ATP + P

d)

ADP + P --> ATP

12.

In welk deel van de plant vindt fotosynthese plaats?

a)

De (groene) stengels

b)

De bloemen

c)

De wortels

d)

De zaden

13.

Welk onderdeel onderbreekt in de vergelijking?


..... + CO2 + licht = glucose + zuurstof

a)

Water

b)

Zuurstof

c)

Koolstofdioxide

14.

Riccardo had koorts. Om te bepalen of het bloed van Riccardo geïnfecteerd was, werd het op de aanwezigheid van bacteriën onderzocht door het hematologielaboratorium.

Hiervoor werd een kleurstof gebruikt die bacteriën wel kleurt

maar menselijke cellen niet.


Aan welk deel of aan welk molecuul van de bacterie bindt deze kleurstof?

a)

celmembraan

b)

celwand

c)

DNA

d)

hemoglobine

e)

mitochondrium

15.

Tim wil onderzoeken welke delen van de mycorrhiza behoren tot de vliegenzwam en welke tot de berk. Hiervoor maakt hij een preparaat van enkele cellen van de mycorrhiza. Door de microscoop ziet hij: celwanden, celkernen en vacuolen.


Kan Tim de aanwezigheid of afwezigheid van een van deze celstructuren gebruiken om onderscheid te maken tussen de cellen van de vliegenzwam en de cellen van de berk? Zo ja, welke celstructuren kan hij hiervoor gebruiken?

a)

nee

b)

ja, de celkernen

c)

ja, de celwanden

d)

ja, de vacuolen

16.

Welk van de onderstaande stoffen is anorganisch?

a)

galactose

b)

chlorophyl

c)

fosfolipide

d)

methionine (aminozuur)

e)

zuurstof

17.

Van welk rijk zijn de cellen gemiddeld het kleinst?

a)

planten

b)

dieren

c)

schimmels

d)

bacteriën

18.

In welk proces wordt het ATP gemaakt ?

a)

Fotosynthese

b)

assimilatie

c)

ademhaling

d)

dissimilatie

19.

Wat is de belangrijkste energiebron voor fotosynthese?

a)

Lichtenergie

b)

Koolstofdioxide

c)

Water

d)

Zuurstof

20.

Marlon zegt: Verbranding vindt plaats in elke cel van je lichaam.

Gerard zegt: In plantencellen vindt geen verbranding plaats


Wie heeft gelijk?

a)

Beide gelijk

b)

Marlon heeft gelijk

c)

Gerard heeft gelijk

d)

Beide ongelijk

21.

Welke stof is altijd nodig voor de verbranding?

a)

Koolstofdioxide

b)

Zuurstof

c)

Stikstof

d)

Water

22.

In welk celorganel vindt verbranding plaats

a)

Bladgroenkorrels

b)

Celkern

c)

Mitochondrien

d)

Celmembraan

23.

Is een enzym een koolhydraat?

a)

Ja

b)

Nee

24.

Worden enzymen verbruikt bij een reactie?

a)

Ja

b)

Nee

25.

Biologische wijnboer Bernhard maakt bij de druiventeelt en de productie van zijn wijnen zo veel mogelijk gebruik van natuurlijke processen.
Bernhard maakt wijn van de geoogste druiven. Nadat hij de druiven heeft geperst, voegt hij gist toe aan het druivensap. De flessen met het mengsel van druivensap en gist sluit hij af met een waterslot (zie afbeelding 1). Hij zet de flessen op een donkere plaats bij een temperatuur van ongeveer 20 °C. Door gisting ontstaat dan wijn. Die gisting is nogal rumoerig: het borrelt alsof het een werkende vulkaan is. Het waterslot laat het gevormde CO2 ontsnappen en houdt ongewenste micro-organismen buiten de fles.

Bij welk proces ontstaat de grote hoeveelheid CO2 tijdens de wijnbereiding?

a)

Bij aerobe dissimilatie door gistcellen

b)

Bij anaerobe dissimilatie door gistcellen

c)

Bij aerobe dissimilatie door druivencellen

d)

Bij anaerobe dissimilatie door druivencellen

26.

Tot welke scheikundige groep behoort maltase?

a)

Eiwitten

b)

Vetzuren

c)

Monosachariden

d)

Polysachariden

27.

Een voorbeeld van voortgezette assimilatie is:

a)

dissimilatie van glucose

b)

vorming van vetten uit glucose

c)

fotosynthese

d)

verbranding van glucose

28.

Welke van de bewering is onjuist?

a)

Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren

b)

Essentiele aminozuren moet je via de voeding binnenkrijgen.

c)

Er zijn 20 verschillende aminozuren

d)

Om uit glucose een aminozuur te maken nemen planten calcium op