wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Adjectives and Adverbs

Total questions: 13

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Waar gebruik je bijwoorden voor?

a)

Om iets te zeggen over een zelfstandig naamwoord.

b)

Om iets te zeggen over een werkwoord.

c)

Om iets te zeggen over een bijvoeglijk naamwoord.

d)

Om iets te zeggen over een ander bijwoord.

2.

I make my bed really (a)   . (bad)

3.

I load the dishwasher very (a)   . (careful)

4.

Waar gebruik je bijvoeglijke naamwoorden voor?

a)

Om iets te zeggen over een zelfstandig naamwoord.

b)

Om iets te zeggen over een werkwoord.

c)

Om iets te zeggen over een bijvoeglijk naamwoord.

d)

Om iets te zeggen over een ander bijwoord.

5.

My grandfather eats very _______. (noisy)

a)

noisy

b)

noisily

6.

He stroked the cat very (a)   . (gentle)

7.

Wat is het bijwoord van angry?

(a)  

8.

Wat is het bijwoord van bad?

(a)  

9.

Saskia responded very (a)   (angry).

10.

She put the glasses down carefully.

Is carefully een bijvoeglijk naamwoord of een bijwoord?

a)

bijvoeglijk naamwoord

b)

bijwoord

11.

He spoke (a)   . (quiet)

12.

This coffee is disgusting!

Is disgusting een bijwoord of een bijvoeglijk naamwoord?

a)

Bijwoord

b)

Bijvoeglijk naamwoord

13.

Snap je nu hoe bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden werken?

a)

Ik snap het helemaal en zou het ook aan anderen uit kunnen leggen.

b)

Ik denk dat ik het genoeg snap om de opdrachten te maken

c)

Ik snap het nog niet helemaal en ik zou wat meer uitleg willen..

d)

Ik snap er helemaal niets van