WorksheetsHCE Examenidioom Engels - ch. 12
Total questions: 15
Worksheet time: 75secs
Name
Class
Date
1.
scientist
a)
wetenschapper
b)
technicus
c)
natuurkundige
d)
onderzoeker
2.
predict
a)
gokken
b)
voorspellen
c)
meten
d)
kiezen
3.
liquid
a)
element
b)
lek
c)
letsel
d)
vloeistof
4.
kennis
a)
knowledge
b)
know
c)
acceptance
d)
confusion
5.
voordeel
a)
economical
b)
good deal
c)
advantage
d)
upward pressure
6.
moer
a)
nut
b)
nail
c)
screw
d)
bolt
7.
stekker
a)
cable
b)
socket
c)
screw driver
d)
plug
8.
detect
a)
zien
b)
ontdekken
c)
drogen
d)
vermoeden
9.
gears
a)
wielen
b)
apparaten
c)
versnellingen
d)
afmetingen
10.
trial and error
a)
vallen en opstaan
b)
proberen en fouten maken
c)
voorspellen en ongelijk hebben
d)
doen en vallen
11.
dimensions
a)
afmetingen
b)
niveaus
c)
toepassingen
d)
onderzoeken
12.
approach
a)
methode
b)
verbetering
c)
onderzoeking
d)
bevatten
13.
expand
a)
uitzetten
b)
kracht
c)
verdunnen
d)
wrijven
14.
manually
a)
met de hand
b)
met een computer
c)
met een toestel
d)
zonder hulp
15.
friction
a)
versnelling
b)
wrijving
c)
verbetering
d)
straling
100 %
