Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H2 §4.6 Op naar duurzame landbouw

Total questions: 6

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Welk begrip wordt hier bedoeld? ‘Een grote akker waarop slecht één gewas wordt verbouwd.’

a)

Intensieve landbouw

b)

Monocultuur

c)

Akkerbouw

d)

Biologische landbouw

2.

Waarom is het eten van veel rundvlees niet erg duurzaam?

a)

Het kost erg weinig water om vlees te produceren

b)

Wereldwijd gaan mensen steeds meer vlees eten

c)

Het verbouwen van voer voor de dieren neemt geen ruimte in beslag

d)

Koeien stoten een zeer zwak broeikasgas uit.

3.

Wat gebruikt een Nederlandse boer op zijn akkergrond voor het verbouwen van voedsel? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

Kunstmest

b)

Geen kunstmest, alleen mest van dieren.

c)

Bestrijdingsmiddelen

d)

Geen bestrijdingsmiddelen

e)

Alles met de hand verbouwen

4.

Bekijk de figuur. Welk begrip past het best erbij?

a)

Biologische landbouw

b)

Genetische modificatie

c)

Monocultuur

d)

Milieuvervuiling

5.

Waarom zijn de prijzen van producten uit de intensieve landbouw lager dan de prijzen van biologische producten?

a)

Voor intensieve landbouw worden dure machines en robots gebruikt

b)

Er worden bestrijdingsmiddelen gebruikt om ziekten te voorkomen

c)

De opbrengsten per hectare en per dier zijn flink hoger.

d)

De transportkosten in de intensieve landbouw zijn lager.

6.

Bekijk de figuur. Wat wordt er bedoeld met de hoeveelheden soja die in de figuur zijn weergegeven?

a)

Het is de hoeveelheid sojamelk die in ieder product verwerkt is.

b)

Het gewicht staat voor de hoeveelheid soja die het desbetreffende dier eet.

c)

Soja is een ingrediënt van alle producten die er staan.

d)

Per product is die hoeveelheid soja benodigd als bijvoorbeeld veevoer.