Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H5 De prijs van Vrijheid

Total questions: 20

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

In welke oorlog speelde loopgraven de grootste rol?

a)

De Eerste Wereldoorlog

b)

De Tweede Wereldoorlog

2.

Welk wapen werd niet gebruikt tijdens de Eerste Wereldoorlog?

a)

Atoombom

b)

Machinegeweer

c)

Gifgas

d)

Vlammenwerper

3.

Wie vochten er tegen elkaar tijdens de Eerste Wereldoorlog?

a)

Duitsland en Frankrijk tegen Rusland, Engeland en de VS

b)

Engeland en de VS tegen Frankrijk

c)

Oostenrijk Hongarije en Duitsland tegen Frankrijk, Engeland en de VS en Rusland

d)

Oostenrijk Hongarije tegen Duitsland en Engeland

4.

Wie kreeg de schuld van de Eerste Wereldoorlog?

a)

Oostenrijk Hongarije

b)

België

c)

Frankrijk

d)

Duitsland

5.

Hoe werd Duitsland gestraft? (Meerdere antwoorden zijn mogelijk)

a)

Herstelbetalingen

b)

Geen leger meer

c)

Geen keizer meer

d)

Geen grondwet meer

6.

Wat gebeurde er in 1929?

a)

Einde van de Eerste Wereldoorlog

b)

Begin van de Tweede Wereldoorlog

c)

De economische wereldcrisis

d)

Economische crisis in Europa

7.

Waardoor stemden zoveel Duitsers op Hitlers partij (de NSDAP)? (Meerdere antwoorden zijn mogelijk)

a)

Het ging slecht met de economie en Duitsland voelde zich vernederd

b)

Hitler kon goed spreken

c)

Je mocht alleen op Hitler stemmen

d)

Je kreeg betaald als je op de NSDAP stemde.

8.

Wat mag je niet doen onder censuur? (kies 2 antwoorden)

a)

De regering kritiek geven

b)

Een negatieve mening geven over een ander land

c)

Grappen maken over de regering

d)

Een positieve mening geven over de regering

9.

Van wanneer tot wanneer duurde de Tweede Wereldoorlog?

a)

1939-1945

b)

1933-1945

c)

1940-1945

10.

Wie vochten er tegen Duitsland en Italië tijdens de Tweede Wereldoorlog? (Meerdere antwoorden zijn mogelijk)

a)

Japan

b)

Engeland

c)

China

d)

De Verenigde Staten

11.

Wat is de Holocaust?

a)

De genocide van verzetsstrijders en Joden

b)

De genocide van Joden

c)

De genocide van Joden en Oost-Europeanen

12.

Wie werden er naar concentratiekampen gestuurd?

a)

Alleen Joden

b)

Joden en verzetsstrijders

c)

Joden, verzetsstrijders en homoseksuelen

13.

Wat is nationalisme?

a)

Een eigen land willen voor een volk

b)

Grondrechten willen voor een volk

c)

Democratie willen voor een volk

14.

Waarom werden kolonies nationalistisch na de Tweede Wereldoorlog?

a)

Omdat ze bang waren voor een Derde Wereldoorlog

b)

Omdat ze bij Japan wilde horen

c)

Omdat ze na het Japanse bezet niet weer kolonies wilden worden

15.

Welke gebieden werden zelfstandig van Nederland door nationalisme? (Kies 2 antwoorden)

a)

Suriname

b)

Indonesië

c)

De Antillen

d)

Zuid-Afrika

16.

Hoe noem je het proces waarbij landen hun kolonies verliezen??

a)

kolonisatie

b)

dekolonisatie

c)

Imperialisme

d)

Nationalisme

17.

Wanneer gaf Japan zich over?

a)

In 1940 nadat Duitsland zich overgaf

b)

In 1945 voordat Duitsland zich overgaf

c)

In 1945 nadat de atoombommen vielen

d)

1940 nadat de atoombommen vielen

18.

Wie herdenken we op 4 mei tijdens de twee minuten stilte?

a)

Gesneuvelde militairen (soldaten)

b)

Omgekomen burgers

c)

Burgers en militairen die stierven door oorlog

d)

Omgekomen burgers, militairen en verzetsstrijders

19.

Wat vieren we op 5 mei?

a)

De bevrijding van Europa

b)

Het verslaan van nazi Duitsland

c)

De bevrijding van Nederland

20.

Hoe goed ken je Cursus 5 denk je?

a)

Pff, makkelijk

b)

Redelijk goed

c)

Niet zo goed

d)

Help.