wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H3 §1.4 Nederland Winnaars en verliezers

Total questions: 10

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Globaliseringsindex kun je het best omschrijven als de rangorde van:

a)

mno's naar hun buitenlandse gerichtheid.

b)

landen naar hun multiculturele samenstelling van de bevolking.

c)

landen naar hun gerichtheid op het buitenland.

d)

landen naar de omvang van hun buitenlandse handel.

2.

Vergelijk de ontwikkeling van Oost-Groningen met de regio Eindhoven. Welke van onderstaande twee kenmerken horen bij Oost-Groningen?

a)

herstructurering

b)

kapitaalintensief

c)

regionaal ontwikkelingsbeleid

d)

brainport

3.

De verschillen in economische ontwikkeling tussen de regio Eindhoven en Oost-Groningen zijn groot. Maar elk gebied heeft kansen! Hieronder staan ontwikkelingsmogelijkheden. Welke van de mogelijkheden zijn haalbare kansen voor Oost-Groningen? Kies er twee.

a)

gebruikmaken van het regionale ontwikkelingsbeleid

b)

aantrekken van hoogwaardige maakindustrie

c)

natuurontwikkeling

d)

uitbreiding winning aardgas

e)

migratie van jongeren om de regionale werkloosheid te verlagen

4.

Op welke andere regio in Nederland is de regio Eindhoven met haar brainport ook van toepassing?

a)

Zeeland

b)

Limburg

c)

Randstad

d)

Drenthe

5.

Noem een manier waarop de ‘brainport’ een economische impuls geeft aan de regio Zuidoost-Brabant.

a)

De brainport trekt andere lowtechbedrijven aan.

b)

De brainport schept werk voor hoogopgeleide en goed betaalde mensen.

c)

De brainport schept werk voor laagopgeleide en slecht betaalde mensen.

d)

De hoogopgeleide verlaten Nederland door de brainport in Eindhoven.

6.

Welk factor speelde geen grote rol bij de ontwikkeling van Eindhoven als slimste regio?

a)

Dichtbij regeringssteden als Den Haag en Brussel.

b)

Goede bereikbaarheid.

c)

Goed opgeleid technische personeel.

d)

Nabijheid van de afzetmarkt.

7.

Regionaal ontwikkelingsbeleid wordt gemaakt door ...

a)

Bedrijven.

b)

De Rijksoverheid.

c)

De provincies.

d)

De gemeenten.

8.

Welke landelijke trend kan Oost-Groningen niet bijbenen?

a)

Vernieuwing van de Nederlandse taal.

b)

Modernisering van de landbouw.

c)

Verschuiving van de sectoren

d)

Minder aardgaswinning.

9.

In Groningen daalt het draagvlak voor voorzieningen. Wat is het gevolg?

a)

Moderne bedrijven vestigen zich daar.

b)

Toerisme trekt aan.

c)

Groningen investeert in duurzame energie.

d)

Mensen trekken weg uit het gebied.

10.

Voor de globaliseringsindex wordt gekeken naar een aantal kenmerken van een land, welke?

a)

handel, investeringen, migratie, toerisme, informatieverkeer

b)

handel, investeringen, gebruik Engels, toerisme, diffusie

c)

handel, investeringen, migratie, toerisme, diffusie

d)

handel, investeringen, migratie, toerisme, gebruik Engels