wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Staal Toekomst les 5

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent het concept?

a)

Het ontwerp

b)

Onzeker

c)

De toekomst

d)

De prognose

2.

De omstandigheid of medeoorzaak waardoor iets tot stand komt of gebeurt.

a)

Transformeren

b)

De positie

c)

De versie

d)

De factor

3.

Als je negatief denkend bent, ben je...

a)

Verwachtingsvol

b)

Pessimistisch

c)

Optimistisch

d)

Praktisch

4.

Wat is een ander woord voor de voorspelling?

a)

De positie

b)

De versie

c)

Het toekomstperspectief

d)

De prognose

5.

Wat is evolueren?

a)

Nabespreken

b)

Teruggang

c)

Vooruitgang/ontwikkeling

d)

Achteraf beoordelen

6.

Wat betekent de versie

a)

Een bepaalde uitvinding

b)

Een positie

c)

Een bepaalde uitvoering

d)

Een productie

7.

Als iets lengte, breedte en diepte heeft is het...

a)

Tweedimensionaal

b)

Vierdimensionaal

c)

Driedimensionaal

d)

Eendimensionaal

8.

Als iets nabij is, is het...

a)

Dichtbij in afstand of tijd

b)

Ongeveer in afstand of tijd

c)

Ver weg in afstand of tijd

d)

Net afgelopen en geweest

9.

Ander woord voor handig

a)

Theoretisch

b)

Praktisch

c)

Problematisch

d)

Makkelijk

10.

Wat kun je als de tijd rijp is?

a)

Van de bomen plukken

b)

Later zal je het weten

c)

Vooruitzicht voor de toekomst

d)

Het is het geschikte moment

11.

Wat gebeurt er als je transformeert?

a)

Verander je van club

b)

Verander je van innerlijk

c)

Verander je van vorm

d)

Evolueer je

12.

De manier waarop iets in elkaar zit of opgebouwd is....

a)

De constructie

b)

De concentratie

c)

De techniek staat voor niets

d)

De positie

13.

Ik ben optimistisch, dus ik ben...

a)

Negatief denkend

b)

Doemdenkend

c)

Positief denkend

d)

Nadenkend

14.

Ander woord voor de houding.

a)

De utopie

b)

De prognose

c)

De positie

d)

De generatie

15.

De androïd-telefoon en de apple-telefoon zijn van dezelfde generatie.

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

Produceren betekent....

a)

Iets ontwerpen

b)

Een prototype maken

c)

Een film opnemen

d)

Iets maken, vaak in een fabriek

17.

De mogelijkheden die de toekomst gaat brengen is...

a)

De prognose

b)

De generatie

c)

Het toekomstperspectief

d)

Het concept

18.

Een ander woord voor verwachtingsvol

a)

Hoopvol

b)

Optimistisch

c)

Vernuftig

d)

Doemdenken

19.

Als je de tijd hebt, dan...

a)

Is de tijd rijp

b)

Heb je geen tijd, maar haast

c)

Heb je profijt van

d)

Heb je geen haast

20.

De techniek staat voor niets, betekent

a)

Met de techniek kan niets

b)

Het blijft zich ontwikkelen/evolueren

c)

De techniek stelt niets voor

d)

De techniek valt altijd tegen