Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

India en het Britse Rijk

Total questions: 20

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Welk kenmerkend aspect past niet bij de deelcontext India en het Britse Rijk (1765-1885)?

a)

Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van de wereldeconomie

b)

De industriële Revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving

c)

De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie

d)

Het begin van de Europese overzeese expansie

2.

Eind 18e eeuw: Zwaartepunt binnen het Britse rijk verschuift van Amerika naar India. Wat was hiervoor geen reden?

a)

De onafhankelijkheid van de Amerikaanse koloniën.

b)

Verbod op de slavenhandel.

c)

Het Verdrag van Allahabad wordt gesloten.

3.

Wat zie je op de afbeelding? Geef het begrip wat hierbij past.

(a)  

4.

Wat was geen gevolg van het sluiten van het Verdrag van Allahabad

a)

Britten mogen belasting gaan innen in India

b)

Britten krijgen inspraak in bestuur in India

c)

E.I.C. krijgt veel macht in India

d)

Er ontstond onrust in het Mogolrijk

5.

Slechts een kleine groep Britten besturen miljoenen Indiërs. Om het Rijk en de handel te controleren en te beschermen maken ze gebruik van het Brits Indische Leger en (a)   ?

6.

Net als in de Amerikaanse kolonieen vestigden veel Britten zich in India.

a)

Juist

b)

Onjuist

7.

De Britten voerden de Engelse cultuur in in India. Het leren van de Engelse taal en het volgen van onderwijs in het Engels is daarvan een voorbeeld. Dit werd ingevoerd voor de Indiase elite.

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Indiase soldaten kwamen in opstand tegen het Britse bestuur. In welk jaar was dit?

a)

1765

b)

1776

c)

1807

d)

1857

9.

Wat was de aanleiding voor de Grote Opstand?

a)

Invoering nieuwe kogels met dierlijk vet om het kruid droog te houden.

b)

Onvrede over het afwijzen van religieuze gebruiken en de Britse macht

c)

Onvrede over de economische uitbuiting van India door de Britten

10.

India komt na de Grote Opstand onder direct bestuur van Britse regering en Britse koningin Victoria te staan. Bij welk kenmerkend aspect past dit het beste?

a)

Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van de wereldeconomie

b)

De industriële Revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving

c)

De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie

d)

De opkomst van emancipatiebewegingen

11.

Het modern imperialisme is een kenmerkend aspect uit tijdvak 8. Welke jaartallen passen bij dit tijdvak?

a)

1600-1700

b)

1700-1800

c)

1800-1900

d)

1900-1950

12.

Welke zaken passen bij modern imperialisme? Let op; er kunnen meerdere antwoorden goed zijn.

a)

Groot-Brittannië neemt het voortouw

b)

Vanaf ca. 1850 race om koloniën in Afrika en Azië

c)

Met name gericht op Latijns-Amerika

d)

Bezetting koloniën aan de kustlijnen

e)

Koppeling met industrialisatie: grondstoffen en afzetmarkten

13.

Over welke gebeurtenis (1884 - 1885) gaat de afbeelding?

a)

Conferentie van Berlijn

b)

Verdrag van Allahabad

c)

De Grote Opstand

d)

Opheffen van de EIC

14.

Wat is geen cultureel motief voor het modern imperialisme?

a)

Plichtsbesef om de westerse beschaving te verspreiden

b)

In de 19e eeuw was het hebben van aanzien en macht tegenover andere Europese landen heel belangrijk

c)

Verspreiding Christendom

d)

Verspreiding westers onderwijs

15.

Wat zorgt niet voor een betere verbinding en communicatie tussen Engeland & India?

a)

Opkomst stoomschepen

b)

Opening Suez-kanaal

c)

Aanleg telegrafiekabels

d)

Opkomst van het vliegverkeer

16.

De import van de Britse producten had positieve gevolgen voor de Indiase huisnijverheid.

a)

Juist

b)

Onjuist

17.

Wanneer wordt het Indian National Congress opgericht door hoogopgeleide Indiërs?

a)

1807

b)

1865

c)

1857

d)

1885

18.

Het Indian National Congress streefde in eerste instantie nog niet naar zelfstandigheid maar naar emancipatie.

a)

Juist

b)

Onjuist

19.

Welk woord/begrip past het beste bij de afbeelding?

a)

Superioriteitsgevoel

b)

Industrialisatie

c)

Kolonisatie

d)

Emancipatie

20.

Ik beheerst de stof van deelcontext 2 ...

a)

onvoldoende

b)

matig

c)

voldoende

d)

goed