Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling derde jaar na periode 9

Total questions: 22

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

98.000 Ω =

a)

0,098 kΩ

b)

0,98 MΩ

c)

98 x 10-3 MΩ

d)

98 x 10-6 MΩ

2.

Beveiligt een installatieautomaat tegen kortsluiting?

a)

Ja

b)

Nee

c)

Soms

3.

Om de hoeveel centimeters moeten beugels worden geplaatst bij horizontale bevestiging van PVC buis 16mm (5/8)?

a)

400 mm

b)

500 mm

c)

Na behoren

d)

1000 mm

4.

Als een drietal spoelen aansluit in ster op een 230/400V net is:

a)

De fasespanning 230V en de lijnspanning 690V

b)

De fasespanning 400V en de lijnspanning 230V

c)

De fasespanning 400V en de lijnspanning 690V

d)

De fasespanning 230V en de lijnspanning 400V

5.

Gelijke weerstanden zijn in ster geschakeld. De lijnspanning bij de ster schakeling is 400V bereken de fase spanning.

a)

150V

b)

133,3 V

c)

230 V

d)

690 V

6.

Omschrijf dit symbool?

a)

Geschakelde wcd met rand aarde

b)

Dubbelpolig geschakelde wcd met rand aarde

c)

Dubbelpolig geschakelde wcd met rand aarde en kinderbeveiliging

d)

Dubbelpolig geschakelde tweevoudige wcd met rand aarde

7.

Een schakelaar met vier aansluitpunten kan een .......... schakelaar zijn?

a)

Kruis

b)

Dubbelpolige

c)

Wissel

d)

Serie

8.

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

9.

Welk symbool is dit?

a)

Aardlekschakelaar

b)

Installatie automaat

c)

Aardlekautomaat

d)

Lastscheider

10.

Wijze van aanleg bepaald?

a)

De toelaatbare aantal spoelen

b)

De toelaatbare aantal diodes

c)

De toelaatbare stroom

d)

De toelaatbare aantal condensatoren

11.

Wat is U verlies?

a)

14V

b)

2V

c)

6V

d)

2Ω

12.

Drie weerstanden van 100Ω zijn in ster aangesloten op 3N~ 1900V net

Wat is de lijnspanning?

a)

633V

b)

1900V

c)

3290V

d)

1096.97

13.

Welke spanning staat er normaal gezien op de bus?

a)

24VDC

b)

24VAC

c)

30VDC

d)

50VDC

14.

Wat is het symbool van een spoel?

a)
b)
c)
d)
15.

Zelfinductie in een spoel met metalen kern is lager dan zonder metalen kern.

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

Bij ‘voorijlende stroom’ komt?

a)

eerst de stroom en dan de spanning.

b)

eerst de spanning en dan de stroom

c)

eerst het vermogen en dan de spanning

d)

eerst de stroom en dan het vermogen

17.

Wat is bij een condensator die is aangesloten op een wisselspanning de hoek tussen spanning en stroom?

En hoe wordt dit aangegeven?

a)

De hoek is van 90° is de cos φ = 0.

b)

De hoek is van 90° is de cos φ = 90.

c)

De hoek is van 45° is de cos φ = 0.6.

d)

De hoek is van 0° is de cos φ = 90.

18.

Waar hoort deze stroom vorm bij?

a)

Een spoel

b)

Een weerstand

c)

Een condensator

d)

Een diode

19.

Een accu cel met loodplaten maakt een spanning van ongeveer 2 V. Je hebt een spanning van 20 V nodig. Hoeveel cellen heb je dan nodig?

a)

10 cellen

b)

8 cellen

c)

6,7 cellen

d)

40 cellen

20.

Welke stijl gebruik je voor iemand die nieuw binnenkomt in je bedrijf en veel ervaring heeft.

a)

S1

b)

S2

c)

S3

d)

S4

21.

Wanneer gaat er de laagste stroom lopen?

a)

Wanneer S1 gesloten is.

b)

Wanneer S2 gesloten is.

c)

Wanneer S1 en S2 gesloten zijn.

d)

Weet ik veel.

22.

Wat zijn de belangrijkste stromen bij een relais aansluiting?

a)

Hoofdstroom & Stuurstroom

b)

Nominale stroom & uitschakel stroom

c)

Overneem stroom & verbreek stroom

d)

Wisselstroom & Gelijk stroom