Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H/V PWW3 grammatica en spelling

Total questions: 27

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Welke samenstelling hoort bij deze regel?

Je schrijft geen -en maar -e bij afleidingen die eindigen op -loos, -lijk, -ling, -achtig

a)

dageraad

b)

hellevuur

c)

stekeblind

d)

lenteachtig

e)

roggebrood

2.

Welke samenstelling hoort bij deze regel?

je schrijft geen -en maar -e als er van het eerste deel geen meervoud is.

a)

dageraad

b)

helle vuur

c)

stekeblind

d)

lenteachtig

e)

roggebrood

3.

Welke samenstelling hoort bij deze regel?

Je schrijft geen -en maar -e als het eerste deel verwijst naar iets/iemand waarvan er maar één is.

a)

dageraad

b)

hellevuur

c)

stekeblind

d)

lenteachtig

e)

roggebrood

4.

Welke samenstelling hoort bij deze regel?

Je schrijft geen -en maar -e als het eerste deel het tweede deel versterkt.

a)

dageraad

b)

hellevuur

c)

stekeblind

d)

lenteachtig

e)

roggebrood

5.

Welke samenstelling hoort bij deze regel?

Je schrijft geen -en maar -e bij een versteende samenstelling.

a)

dageraad

b)

hellevuur

c)

stekeblind

d)

lenteachtig

e)

roggebrood

6.

Welke drie samenstellingen zijn goed?

a)

gerst+bier=gerstebier

b)

beroep+chauffeur=beroepchauffeur

c)

vis+kop=viskop

d)

beer+sterk=beresterk

e)

plat+land=platteland

7.

Twee woorden of uitdrukkingen door elkaar gebruiken, noem je een contaminatie.

a)

juist

b)

onjuist

8.

Samentrekking betekent dat je woorden die in meerdere (deel)zinnen voorkomen, weglaat.

a)

juist

b)

onjuist

9.

Bij een samentrekking kun je nooit meer dan twee woorden weglaten.

a)

onjuist

b)

juist

10.

Je mag woorden alleen weglaten als ze dezelfde grammaticale functie hebben.

a)

onjuist

b)

juist

11.

Bij een correcte samentrekking laat je altijd het onderwerp weg uit de tweede deelzin.

a)

onjuist

b)

juist

12.

Welke samentrekking is goed?

a)

De hoofdstad van Spanje heeft ruim drie miljoen inwoners.

b)

De hoofd- en grootste stad van Spanje is Madrid van drie miljoen inwoners.

c)

De hoofdstad en grootste stad van Spanje is Madrid en heeft ruim drie miljoen inwoners.

d)

De grootste stad van Spanje met ruim drie miljoen inwoners.

13.

Welke woorden kun je weglaten als je de zin samentrekt?

"Dit jaar gaan we de eerste week van de vakantie naar Frankrijk en de week daarna gaan we naar het Groothertogdom Luxemburg."

a)

"Dit jaar gaan we de eerste week van de vakantie naar Frankrijk en de week daarna gaan we naar het Groothertogdom Luxemburg."

b)

"Dit jaar gaan we de eerste week van de vakantie naar Frankrijk en de week daarna gaan we naar het Groothertogdom Luxemburg."

c)

"Dit jaar gaan we de eerste week van de vakantie naar Frankrijk en de week daarna gaan we naar het Groothertogdom Luxemburg."

d)

"Dit jaar gaan we de eerste week van de vakantie naar Frankrijk en de week daarna gaan we naar het Groothertogdom Luxemburg."

14.

Benoem de onderstreepte zinsdelen.

Ik ben gisteren met mijn ouders naar de stad geweest en ik heb daar gisteren nieuwe schoenen gekocht.

a)

bijwoordelijke bepaling - bijwoordelijke bepaling

b)

lijdend voorwerp - lijdend voorwerp

c)

lijdend voorwerp - bijwoordelijke bepaling

d)

bijwoordelijke bepaling - lijdend voorwerp

15.

Mag je de onderstreepte zinsdelen samentrekken?

Ik ben gisteren met mijn ouders naar de stad geweest en ik heb daar gisteren nieuwe schoenen gekocht.

a)

ja

b)

nee

16.

Benoem de onderstreepte zinsdelen.

Robin is een heel goede tennisser en is nu gevraagd om mee te doen met een toernooi in Spanje.

a)

1=zelfstandig werkwoord 2=koppelwerkwoord

b)

1=koppelwerkwoord 2=hulpwerkwoord

c)

1=hulpwerkwoord 2=zelfstandig werkwoord

d)

1=koppelwerkwoord 2=koppelwerkwoord

17.

Is de samentrekking goed?

Roofvogels zoals valken zie je vaak in de buurt van weilanden en zijn dan meestal op zoek naar muizen.

a)

nee

b)

ja

18.

Is de zin goed?

Patty is iedere dag op de tennisbaan te vinden en gaat dus waarschijnlijk niet over.

a)

ja

b)

nee

19.

Welke 2 zinnen bevatten geen contaminatie?

a)

Hoewel we al uitgebreid over de opties voor deze zomer hebben gesproken, moeten we nog wel een beslissing maken over onze vakantie voor dit jaar.

b)

In Guatemala proberen hulporganisaties de vrouwen een betere toekomst te bieden door ze te leren hoe ze zelf geld kunnen verdienen.

c)

Nadat mijn moeder het programma Obese had gezien, waarin te zware mensen hulp krijgen bij het afvallen, startte ze de dag erna met minder eten en meer sporten.

d)

In eerste instantie was de zaal niet geschikt om het concert te organiseren, maar nadat enige veranderingen waren aangepast, kon het feest alsnog doorgaan.

20.

Hoe heet de rijmsoort die in de bovenste regel van de reclame wordt gebruikt?

a)

spot

b)

ABAB

c)

alliteratie

d)

herhaling

21.

In de tekst op de geitenkaasverpakking wordt iets twee keer genoemd. Om welke woorden gaat het?

a)

zacht

b)

milde

c)

geitenkaas

d)

gratin

22.

Wat is de overeenkomst tussen ironie en sarcasme?

a)

Het gaat om stijlfiguren.

b)

Ironie is een vorm van sarcasme.

c)

Ironie is grappig terwijl sarcasme alleen maar gemeen is.

d)

Het zijn vormen van spot

23.

Selecteer 2 verschillen tussen tussen ironie en sarcasme.

a)

Sarcasme is een lichte vorm van spot.

b)

Sarcasme is gemeen.

c)

Ironie is vaak grappig.

d)

Ironie is kwetsend bedoeld.

24.

Wat is waar over deze twee zinnen?

1. Ruud heeft met succes zich ingespannen om meer te bewegen want hij lift dan wel niet in de sportschool maar wel op zijn werk waar hij de lift neemt.

2. Meer dan voorheen loopt hij helemaal naar de auto die twee straten verderop staat, terwijl hij ook zijn fiets uit de schuur achter het huis kan pakken.

a)

De tweede zin is duidelijk ironisch omdat het kwetsend is.

b)

De eerste zin is duidelijk ironisch omdat het grappig is.

c)

De eerste zin is duidelijk sarcastisch omdat het grappig is.

d)

De tweede zin is duidelijk sarcastisch omdat het kwetsend is.

25.

Wat komt in deze zin voor?

Ik luister naar de adem in mijn keel en buiten staan de bomen open en bloot uit vrije wil sterren te rapen.

a)

spot

b)

sarcasme

c)

tautologie

d)

pleonasme

26.

Welke woorden horen bij het antwoord van:

Ik luister naar de adem in mijn keel en buiten staan de bomen open en bloot uit vrije wil sterren te rapen.

a)

open en bloot

b)

uit vrije wil

c)

ik luister naar de adem

d)

sterren rapen

27.

Welke samenstellingen zijn goed?

a)

pad+stoel=paddenstoel

b)

huilen+balk=huilbalk

c)

knarsen+tanden=knarsentanden

d)

koek+pan=koekenpan