wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taal herhaling TA g7 t6

Total questions: 36

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

abrupt

a)

langzamerhand

b)

plotseling

c)

heel erg vreemd

d)

langzaam en geleidelijk

2.

allengs

a)

langzamerhand

b)

plotseling

c)

heel erg vreemd

d)

langzaam en geleidelijk

3.

bizar

a)

langzamerhand

b)

iemand die gekke dingen doet

c)

heel erg vreemd

d)

overdreven deftig

4.

bekakt

a)

ook

b)

om je voor te schamen

c)

heel erg vreemd

d)

overdreven deftig

5.

je heel erg aan iets of iemand storen

a)

een koekje van eigen deeg

b)

iemand op het verkeerde been zetten

c)

je groen en geel ergeren

d)

naar hartenlust

6.

vervelend behandeld worden, nadat je hetzelfde bij iemand anders hebt gedaan

a)

een koekje van eigen deeg krijgen

b)

iemand op het verkeerde been zetten

c)

je groen en geel ergeren

d)

naar hartenlust

7.

langzaam en geleidelijk

a)

stukje bij beetje

b)

iemand op het verkeerde been zetten

c)

abrupt

d)

naar hartenlust

8.

walgen van

a)

iets heel geweldig of fantastisch vinden

b)

iets heel vies of vervelend vinden

c)

je heel erg aan iets of iemand storen

d)

overdreven deftig doen

9.

tekens of zinnen die een geheime betekenis hebben

a)

straattaal

b)

codetaal

c)

dialect

d)

vaktaal

e)

standaardtaal

10.

taal die vooral door jongeren gebruikt wordt met veel woorden die afgeleid zijn uit andere talen

a)

straattaal

b)

codetaal

c)

dialect

d)

vaktaal

e)

standaardtaal

11.

een vast groepje van woorden of een zin met een figuurlijke betekenis.

a)

uitdrukking

b)

standaardtaal

c)

vaktaal

d)

dialect

e)

codetaal

12.

Een vast groepje woorden met een figuurlijke betekenis die je in een zin kan gebruiken. Deze vorm is minder vast dan een spreekwoord.

a)

gezegde

b)

standaardtaal

c)

verarming

d)

dialect

e)

codetaal

13.

officiële taal van een land

a)

codetaal

b)

standaardtaal

c)

vaktaal

d)

dialect

e)

uitdrukking

14.

Taal die mensen met hetzelfde beroep gebruiken. Zo is lescontext een voorbeeld van juffen en meesters.

a)

codetaal

b)

standaardtaal

c)

vaktaal

d)

dialect

e)

uitdrukking

15.

Een taal die in een bepaalde regio of gebied wordt gesproken.

a)

wereldtaal

b)

standaardtaal

c)

vaktaal

d)

dialect

e)

uitdrukking

16.

Een taal die in veel landen wordt gesproken.

a)

wereldtaal

b)

standaardtaal

c)

vaktaal

d)

dialect

e)

uitdrukking

17.

lyrisch zijn over

a)

ergens de hele tijd over zingen

b)

iets geweldig of fantastisch vinden

c)

je heel erg aan iets of iemand storen

d)

met meer moeite dan nodig is

18.

grotendeels

a)

voor het grootste gedeelte

b)

woorden maken van andere woorden

c)

beweren

d)

heel raar, belachelijk

19.

stellen

a)

voorstel

b)

woorden maken van andere woorden

c)

beweren

d)

heel raar, belachelijk

20.

afleiden van

a)

familie zijn van

b)

woorden maken van andere woorden

c)

beweren

d)

de schuld leggen bij...

21.

verwant zijn aan

a)

familie zijn van

b)

woorden maken van andere woorden

c)

beweren

d)

de schuld leggen bij...

22.

wijten aan

a)

familie zijn van

b)

woorden maken van andere woorden

c)

beweren

d)

de schuld leggen bij...

23.

absurd

a)

heel erg raar, belachelijk

b)

iemand die gekke dingen doet

c)

heel erg vreemd

d)

overdreven deftig

24.

de dwaas

a)

heel erg raar, belachelijk

b)

iemand die gekke dingen doet

c)

heel erg vreemd

d)

om je voor te schamen

25.

gênant

a)

heel erg raar, belachelijk

b)

met meer inspanning of moeite dan nodig is

c)

heel erg vreemd

d)

om je voor te schamen

26.

suggestie

a)

voorstel

b)

iets wat je kunt aannemen of accepteren

c)

bewering

d)

ook

27.

tevens

a)

voorstel

b)

iets wat je kunt aannemen of accepteren

c)

bewering

d)

ook

28.

aanvaardbaar

a)

iets waar je als persoon beter van wordt, in de vorm van geld of een ervaring

b)

iets wat je kunt aannemen of accepteren

c)

bewering

d)

iets waar je als persoon slechter, armer van wordt

29.

verrijking

a)

iets waar je als persoon beter van wordt, in de vorm van geld of een ervaring

b)

iets wat je kunt aannemen of accepteren

c)

bewering

d)

iets waar je als persoon slechter, armer van wordt

30.

verarming

a)

iets waar je als persoon beter van wordt, in de vorm van geld of een ervaring

b)

iets wat je kunt aannemen of accepteren

c)

bewering

d)

iets waar je als persoon slechter, armer, dommer van wordt

31.

verarming

a)

iets waar je als persoon beter van wordt, in de vorm van geld of een ervaring

b)

iets wat je kunt aannemen of accepteren

c)

bewering

d)

iets waar je als persoon slechter, armer van wordt

32.

naar hartenlust

a)

langzamerhand

b)

zoveel je maar wilt

c)

heel erg lekker

d)

langzaam en geleidelijk

33.

teren op

a)

voorstel

b)

iets wat je kunt aannemen of accepteren

c)

bewering

d)

genoeg hebben aan

34.

mengelmoes

a)

van alles door elkaar

b)

iets wat je kunt aannemen of accepteren

c)

bewering

d)

iets waar je als persoon slechter, armer van wordt

35.

beschaafd

a)

goed opgevoed, volgens de regels

b)

om je voor te schamen

c)

heel erg vreemd

d)

overdreven deftig

36.

krampachtig

a)

heel erg raar, belachelijk

b)

met meer inspanning of moeite dan nodig is

c)

heel erg vreemd

d)

om je voor te schamen