wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3M PWW3 LB 3.3+3.4

Total questions: 24

Worksheet time: 6hrs 0mins

Name
Class
Date
1.

Welke uitspraken zijn goed?

a)

Ales je letterlijk opschrijft wat iemand zegt, gebruik je de directe rede.

b)

Als je letterlijk opschrijft wat iemand zegt, moet je aanhalingstekens gebruiken.

c)

David vroeg: "Mag ik je fiets lenen?" Deze zin staat in de indirecte rede.

d)

Bij de indirecte rede gebruik je vaak 'zeggen dat' en 'vragen of'.

e)

En ik hoop dat ik word aangenomen bij Ajax. In deze zin wordt letterlijk weergegeven wat iemand zegt.

2.

Welk voorbeeld hoort bij deze regel?

Als het eerste deel van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is met alleen een meervoud op -en, dan schrijf je -en tussen de twee delen van de samenstelling.

a)

zonnestraal

b)

gemeentehuis

c)

sokkenla

d)

dorpsstraat

3.

Kies het foute voorbeeld.

Kijk naar de woordparen en maak een ander woordpaar met het eerste deel. Het tweede deel mag NIET met een sisklank beginnen.

a)

schoen+lepel=schoenlepel schoen+veter=schoenveter

b)

bloem+bol=bloembol bloem+winkel=bloemenwinkel

c)

deur+mat=deurmat deur+bel=deurbel

d)

jongen+fiets=jongenfiets jongen+kamer=jongenskamer

4.

Selecteer de het woord dat bij deze regel hoort.

Als het eerste deel van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is met alleen een meervoud op -en, dan schrijf je -en tussen de twee delen van de samenstelling.

a)

garagebox

b)

groentesoep

c)

druivensap

d)

zegelring

5.

Kies het goede voorbeeld bij de regel.

Je schrijft geen -en bij een versteende samenstelling.

a)

stekeblind

b)

hellevuur

c)

dageraad

6.

Kies het goede voorbeeld bij de regel.

Je schrijft geen -en als het eerste deel verwijst naar iets of iemand waarvan er maar één is.

a)

stekeblind

b)

hellevuur

c)

dageraad

7.

Kies het goede voorbeeld.

Je schrijft geen -en als het eerste deel het tweede deel versterkt.

a)

stekeblind

b)

hellevuur

c)

dageraad

8.

Welk voorbeeld hoort bij deze regel?

Als het tweede deel van de samenstelling met een sisklank begint, kun je het best een andere samenstelling maken zonder sisklank om te horen of je wel of geen -s moet schrijven.

a)

zonnestraal

b)

gemeentehuis

c)

sokkenla

d)

dorpsstraat

9.

Welk voorbeeld hoort bij deze regel?

Als het eerste deel van de samenstelling verwijst naar iets / iemand waarvan er maar één is, dan schrijf je -e tussen de twee delen van de samenstelling.

a)

zonnestraal

b)

gemeentehuis

c)

sokkenla

d)

dorpsstraat

10.

Welk voorbeeld hoort bij deze regel?

Als het eerste deel van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is met een meervoud op -s en -(e)n, dan schrijf je -e tussen de twee delen van de samenstelling.

a)

zonnestraal

b)

gemeentehuis

c)

sokkenla

d)

dorpsstraat

11.

Welke samenstelling is fout?

a)

regen+jas=regenjas

b)

ei+salade=eisalade

c)

meisje+fiets=meisjesfiets

d)

baan+markt=banenmarkt

12.

dame+sjaal=damensjaal

a)

juist

b)

onjuist

13.

stad+centrum=stadscentrum

a)

juist

b)

onjuist

14.

personeel+chef=personeelchef

a)

juist

b)

onjuist

15.

kapper+stoel=kappersstoel

a)

juist

b)

onjuist

16.

appel+stroop=appelstroop

a)

juist

b)

onjuist

17.

bakker+zoon=bakkerszoon

a)

juist

b)

onjuist

18.

Kies de juiste samenstelling

a)

hondebrok

b)

hondenbrok

19.

Kies de juiste samenstelling.

a)

rijstevlaai

b)

rijstenvlaai

20.

Kies de juiste samenstelling.

a)

krentenbrood

b)

krentebrood

21.

Kies de juiste samenstelling.

a)

huilebalk

b)

huilenbalk

22.

Kies de juiste samenstelling.

a)

zijdenfabriek

b)

zijdefabriek

23.

Waarom schrijf je spinnenweb?

Kies het beste antwoord.

a)

Omdat er een meervoud bestaat van het woord.

b)

Omdat het meervoud van het eerste deel, eindigt op -en.

c)

Omdat je het hoort, simpel.

d)

Omdat het hier gaat om een versteend woord, dan schrijf je het altijd met -en in de samenstelling.

24.

Waarom schrijf je spinnewiel?

Kies het beste antwoord.

a)

Omdat het meervoud met -en is.

b)

Het linkerdeel komt van het werkwoord, dan zet je er alleen een -e tussen.

c)

Je moet het hele werkwoord gebruiken, dit antwoord is fout.