wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2.5 Nederland - Diagnostische toets

Total questions: 10

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

De vier grote steden van Nederland hebben elk een taak. Welke stad werd het nationale bestuurscentrum?

a)

Amsterdam

b)

Rotterdam

c)

Den Haag

d)

Utrecht

2.

De vier grote steden van Nederland hebben elk een taak. Welke stad werd een belangrijk financieel, diensten- en toeristencentrum?

a)

Amsterdam

b)

Rotterdam

c)

Den Haag

d)

Utrecht

3.

Na 1900 groeiden veel steden over hun stadsgrens heen en slokten omringende dorpen op. Zo werd de stad een ...

a)

suburbaan gebied

b)

agglomeratie

c)

stadsgewest

d)

stedelijk gebied

4.

Een voorbeeld van een stadsgewest is:

a)

Groningen

b)

Rotterdam met voorsteden

c)

Almelo - Hengelo - Enschede

d)

de Randstad

5.

Een netwerkstad is hetzelfde als een stadsgewest.

a)

Deze uitspraak is waar.

b)

Deze uitspraak is niet waar.

6.

Welke opmerkingen kloppen? Vink de vakjes met juiste antwoorden aan.

a)

Een juwelier heeft meer klanten nodig dan een groenteboer.

b)

In Den Haag zijn meer groentewinkels dan boekwinkels.

c)

Het verzorgingsgebied van een juwelier is groter dan dat van een groenteboer.

d)

In een heel groot verzorgingsgebied komen ook veel juwelierszaken voor.

e)

In een rijke buurt vind je meer juweliers dan in een arme buurt.

7.

Eindhoven heeft 236.000 inwoners, Groningen 203.000. Toch is het verzorgingsgebied van Eindhoven kleiner dan dat van Groningen.

Dit terwijl de regel is: 'Hoe groter de stad, hoe groter het verzorgingsgebied'.

Verklaar dit.

a)

De reikwijdte van de voorzieningen in Groningen is groter dan in Eindhoven.

b)

Het gebied rond Groningen is dunner bevolkt dan rond Eindhoven.

c)

Eindhoven heeft minder voorzieningen dan Groningen.

d)

Groningen is de grootste stad van Noord-Nederland.

8.

Wat wordt er bedoeld met een suburbaan gebied?

a)

Een gebied met suburbanisatie.

b)

Een gebied met groeikernen.

c)

Het gebied dat grenst aan de rand van de stad.

d)

Het verstedelijkte platteland.

9.

Welke uitspraak is niet waar?

a)

Hoe hoger het voorzieningenniveau van een stad, hoe groter het aantal mensen dat er gebruik van maakt.

b)

De omvang van het verzorgingsgebied wordt bepaald door de oppervlakte.

c)

Hoe hoger het voorzieningenniveau van een plaats, hoe groter de reikwijdte.

d)

Hoe hoger het voorzieningenniveau van een plaats, hoe groter het verzorgingsgebied.

10.

Utrecht is niet alleen een primair regionaal centrum, maar ook een primair nationaal centrum. Dit komt doordat Utrecht centraal in Nederland ligt.

a)

Dit is niet waar, want Utrecht is alleen een primair regionaal centrum.

b)

Dit is niet waar, want Utrecht is een secundair regionaal centrum.

c)

Dit is niet waar, want Utrecht ligt niet zo centraal in Nederland.

d)

Dit is waar.