wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H6 middeleeuwen par 6.1 t/m 6.3

Total questions: 14

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Welke van de volgende jaartallen horen bij de vroege middeleeuwen?

a)

500-1000

b)

1000-1500

c)

1300-1500

d)

500-600

2.

Welk begrip past het best bij deze afbeelding?

a)

Hofstelsel

b)

Standensamenleving

c)

Missionaris

3.

Bij welke stand hoort de persoon op links?

a)

Geestelijkheid

b)

Adel

c)

Boeren en burgers

4.

Welke gebeurtenis zien we hier op deze afbeelding?

a)

Karel de Grote die een gebed doet

b)

Kroning van Karel de Grote tot keizer

c)

Doping van Karel de Grote

5.

Waarom was West-Europa na de val van het West-Romeinse rijk zo onveilig?

a)

Er waren veel natuurrampen in West-Europa

b)

De Romeinen kregen onderling ruzie met elkaar

c)

Stammen trokken het rijk in nu er geen bescherming meer was. Er werd veel geplunderd.

6.

Welke functie had Karel de Grote binnen het Feodalisme

a)

Leenman

b)

Leenheer

c)

Achterleenman

d)

Boer

7.

Waarom voerde Karel de Grote het Feodalisme in?

4 lines
8.

Was het Feodalisme een succes te noemen? Waarom wel/waarom niet?

4 lines
9.

Wat is een missionaris?

a)

Iemand die het christendom verspreidt

b)

Iemand die een brief van de koning bij zich heeft

c)

Iemand die mee helpt met vechten

10.

Wat zien we hier op deze afbeelding?

a)

Feodalisme

b)

Een klooster

c)

Een domein

11.

Welk begrip past hier bij de volgende omschrijving:


´Systeem waarbij de grond verdeeld was in domeinen en bewoond en bewerkt werden door boeren en heren´

a)

Hofstelsel

b)

Feodalisme

c)

Drieslagstelsel

12.

Had een horige meer rechten of plichten?

a)

Meer plichten

b)

Meer rechten

13.

Waarom werd het drieslagstelsel ingevoerd?

a)

Omdat de landbouwgrond anders te veel uitgeput raakte

b)

Om extra land vrij te maken om het domein uit te breiden

c)

Om de natuur te beschermen

14.

Welk begrip past bij de volgende omschrijving


´Een horige moest klussen doen voor de heer´

a)

Drieslagstelsel

b)

Pacht

c)

Herendiensten

d)

Feodalisme