wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

examen bb

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Welk instrument heeft Jan gebruikt om de ogen zo te zien?

a)

loep

b)

microscoop

c)

verrekijker

2.

Welke twee bakjes zijn geschikt voor haar onderzoek?

a)

bakjes 1 en 2

b)

bakjes 1 en 4

c)

bakjes 2 en 3

d)

bakjes 3 en 4

3.

In welk seizoen is de koolstofdioxideproductie van Johans vriend het hoogst?

a)

in de lente

b)

in de zomer

c)

in de herfst

d)

in de winter

4.

Op het etiket van de energiedrank staat dat de drank koolstofdioxide bevat.

Marloes voegt helder kalkwater toe aan de energiedrank.

Wat neemt Marloes waar?

a)

het kalkwater blijft helder

b)

het kalkwater wordt troebel

5.

Hoe heet een stof waarmee je de aanwezigheid van een andere stof kunt aantonen?

(a)  

6.

Wetenschappers hebben jonge kinderen met overgewicht onderzocht. Ze wilden weten of kinderen met overgewicht meer kans hebben om later het metabool syndroom te krijgen. In een verslag van hun onderzoek staat: "Als jonge kinderen overgewicht hebben, dan hebben ze een vergrote kans op het metabool syndroom."

Bij welk deel van hun verslag past deze zin?

a)

Bij de onderzoeksvraag

b)

bij de resultaten

c)

bij hun verwachting

d)

bij hun werkwijze

7.

Welke buis is dit?

a)

buis 1

b)

buis 2

c)

buis 3

d)

buis 4

8.

Welke letter geeft het deel aan dat die impulsen naar de hersenen geleidt?

a)

Q

b)

R

c)

S

d)

T

9.

Hoe heet dit deel?

a)

Gehoorbeentjes

b)

Trommelvlies

c)

Slakkenhuis

10.

Waar bevinden zich de gehoorbeentjes?

a)

Q

b)

R

c)

S

11.

Hoe heet orgaan P?

a)

alvleesklier

b)

lever

c)

galblaas

d)

urineblaas

12.

Welk orgaan produceert gal?

a)

P

b)

Q

c)

R

d)

S

13.



(a)  

14.

Kunnen zaadcellen in de urinebuis voorkomen?

a)

ja, dat kan

b)

nee, dat kan niet

15.

Welke letter geeft het nierbekken aan?

a)

P

b)

Q

c)

R

16.

Hoe heet deel P?

a)

Urineleider

b)

Urinebuis

c)

Zaadleider

d)

Prostaat

17.

Welke stoffen ontstaan door fotosynthese?

a)

koolstofdioxide en water

b)

water en glucose

c)

zuurstof en glucose

18.

Ivo vindt op internet informatie over de hartslag van mensen. De gemiddelde hartslag in rust is 70 slagen per minuut. Per hartslag wordt 70 mL bloed weggepompt.

Hoe heet het proces waarvoor in het lichaam meer zuurstof nodig is tijdens sporten?

a)

Verbranding

b)

Fotosynthese

c)

Ademhaling

d)

Vertering

19.

Pissebedden ademen koolstofdioxide uit. Dit gas komt vrij tijdens de verbranding.

Bij verbranding is glucose nodig.

Welke andere stof is nodig bij verbranding?

a)

Koolstofdioxide

b)

Zuurstof

c)

Bladgroenkorrels

d)

Water

20.

Ivo heeft trek in een boterham met pindakaas gekregen. Na vertering worden de voedingsstoffen opgenomen in het bloed en naar de lever vervoerd.

Welk deel van het bloed vervoert deze stoffen naar de lever?

a)

bloedplaatjes

b)

rode bloedcellen

c)

witte bloedcellen

d)

bloedplasma