wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4 - Romeinen - oefening 1

Total questions: 29

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Rondom welke zee veroverden de Romeinen een groot rijk?

a)

Atlantische oceaan

b)

Oostzee

c)

Stille oceaan

d)

Middellandse zee

2.

Wat brachten Romeinen mee naar veroverden gebieden?

a)

Uitvindingen zoals glas en aquaducten

b)

Verharde wegen en stenen gebouwen.

c)

Hun taal en het Schrift

d)

Alle antwoorden zijn goed.

3.

Wanneer kreeg het Romeinse rijk voor het eerst een keizer?

a)

117 n.C

b)

500 v.C

c)

27 v.C

d)

0

4.

Welke kenmerken horen bij de Klassieke Oudheid?

a)

De bouw van het Colosseum in Rome

b)

De verspreiding van de Grieks-Romeinse cultuur door het Romeinse rijk

c)

Ontstaan en verspreiding van het Christendom

d)

Ontstaan en verspreiding van de Islam

5.

Met de Tijd van Grieken en Romeinen bedoelen we ook wel de periode..

a)

500 v. Chr. tot 1500 n. Chr.

b)

3000 v. Chr. tot 500 n. Chr.

c)

1 n. Chr. tot 2000 n. Chr.

d)

500 n. Chr. tot 1000 n. Chr.

6.

Wie is de Germaan?

a)
b)
c)
7.

Rome is volgens de legende ontstaan door Romulus en Remus

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Het 'Forum' was een belangrijk cultureel, economisch en politiek plein midden in Rome.

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

Op welke TWEE afbeeldingen kan je een aquaduct zien?

a)
b)
c)
d)
10.

Het bestuur van Rome kwam - na het verjagen van de laatste koning - in handen van de Senaat en twee consuls. Deze bestuursvorm noemen we..

a)

Democratie

b)

Republiek

c)

Monarchie

d)

Tirannie

11.

Consuls hadden het zogenaamde vetorecht. Wat betekent veto?

a)

Ik veroordeel

b)

Ik verbied

c)

Ik veroorloof

d)

Ik sta toe

12.

Waarom was het voor Rome belangrijk dat Carthago werd verslagen?

a)

Vanwege de handel

b)

Vanwege de dreiging

c)

Vanwege hun rijkdom

d)

Vanwege hun landbouw

13.

Door welke gunstige omstandigheden kon het dorp Rome uitgroeien tot een bloeiende stad?

a)

Plat gebied, makkelijk te bebouwen en steengroeven

b)

Droge vruchtbare landbouwgrond en olijfbomen

c)

Zout in de grond en in het midden van handelswegen

d)

Romulus was een halfgod dus had Jezus om hem te helpen.

14.
Deze man was de eerste Romeinse keizer
a)
Julius Caesar
b)
Nero
c)
Augustus
d)
Constantijn
15.

de senaat is

a)

een raad van mannen uit rijke Romeinse families

b)

een soort brug over een dal met water

c)

een periode van tweehonderd jaar vrede en welvaart

d)

een gebouw waar Christenen samenkomen om te bidden

16.

Rome was eerst een monarchie en daarna werd het een

a)

Republiek

b)

Koninkrijk

c)

Keizerrijk

d)

Staat

17.
Waar lag de grens van het Romeinse rijk in Nederland?
a)
De Maas
b)
De Rijn
c)
De Noordzee
d)
De Waddenzee
18.
Wat zijn Romeinse limes?
a)
Een soort van citroenen
b)
Dit gebruikten de Romeinen als lijm
c)
Dit waren de Romeinse grenzen
d)
Dit was het Romeinse leger
19.

De ECHTE macht in de Romeinse republiek lag bij ...

a)

één consul

b)

twee consuls

c)

de koning

d)

de senaat

20.

Het Romeinse leger bestond vanaf de tweede eeuw v. Chr. ...

a)

uit boeren

b)

uit inwoners van de stad Rome

c)

uit vrijwilligers

21.

Julius Caesar werd in 44 voor Christus vermoord ...

a)

omdat hij in Gallië meerdere nederlagen had geleden

b)

door senatoren die een echte republiek terug wilden

c)

door boze Britten die de Romeinse invasie van Britannia probeerden tegen te houden

d)

door Pompeius, een andere generaal, die ook in zijn eentje de macht in Rome wilde hebben

22.

Caesar werd, na te zijn vermoord, opgevolgd door ...

a)

zijn beste vriend Marcus Antonius

b)

zijn adoptiefzoon Brutus

c)

zijn jongste adoptiefzoon Octavianus

d)

keizer Augustus

23.

Wanneer mensen polytheïstisch zijn betekent dit dat mensen meerdere goden vereren.

a)

Juist

b)

Onjuist

24.

Wie voelden zich in eerste instantie niet aangetrokken tot het christelijke geloof?

a)

Vrouwen

b)

Armen

c)

Slaven

d)

Senatoren

25.

Wanneer wordt het christendom staatsgodsdienst in het Romeinse Rijk?

a)

132 v. chr.

b)

47 na chr.

c)

391 na chr.

d)

476 na chr.

26.

Lees de bron. Wordt het christelijke geloof in de bron toegestaan of juist verboden?


Evenmin diende de oude religie door een nieuwe aan kritiek blootgesteld te worden. Want het is een zeer ernstig misdrijf opnieuw ter discussie te stellen wat eenmaal door de Ouden vastgesteld en bepaald is en nu zijn eigen plaats bezit en zijn eigen loop heeft. Daarom willen wij dat deze nietswaardige mensen in hun kwalijke overtuiging gestraft worden. We hebben gehoord dat zij deze wereld zijn binnengekomen en hier vele misdaden begaan. Zij storen namelijk de mensen in hun rust. Wij verkondigen dat dezen samen met hun afschuwelijke geschriften aan een zware straf onderworpen worden: laten zij door het laaiend vuur verbrand worden.


Naar: Diocletianus en Maximianus, 302 n.Chr.

a)

Toegestaan

b)

Verboden

27.

Er zijn verschillende oorzaken voor de ondergang van het West-Romeinse rijk. Wat was geen oorzaak van die ondergang?

a)

Steeds meer mensen verloren het vertrouwen in de bescherming van het Romeinse leger.

b)

Door toenemende onveiligheid liepen de handel en de nijverheid terug.

c)

Volken vielen het Romeinse rijk binnen.

d)

Het Romeinse rijk werd in tweeën gedeeld

28.

Welke Romeinse keizer besloot dat het christendom moest worden toegestaan?

a)

Theodosius

b)

Trajanus

c)

Augustus

d)

Constantijn

29.

Wie is de Romein?

a)
b)
c)