wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Architectuur TERMINOLOGIE - A (TEKST+MEERKEUZE)

Total questions: 23

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.
Dekplaat van het kapiteel. Komt reeds bij te Egyptenaren en in Voor-Azié voor, daarna bij de Grieken boven het Dorische kapiteel, als eenvoudige, vierkante soms met geometrisch patroon beschilderde plaat. Bij lonische, Korinthische en latere kapitelen bollend en verrijkt met lijstprofielen, bladlijsten of andere siermotieven. Bemiddelt tussen stut (zuil of pijler) en de ondersteunde bouwdelen (gebinte of bogen). Vergelijk Impost.
a)
Agora
b)
Arabesk
c)
Akroterion
d)
Aquaduct
e)
Abacus
2.
Kerk van een klooster waar een abt aan het hoofd staat.
a)
Ante
b)
Abacus
c)
Architraaf
d)
Abdijkerk
e)
Antentempel
3.
Halfronde nis, meestal overwelfd. In kerken dikwijls als koorafsluiting, als nevenkoor of als altaarnis gebruikt . Vergelijk Basiliek.
a)
Ambo
b)
Architraaf
c)
Apsis
d)
Asymmetrie
e)
Akropolis
4.
Distelachtig, op berenklauw lijkend blad. Door de Grieken gebruikt als plastische versiering van het Korinthische kapiteel (2e helft 5e eeuw), en daarna ook aan friezen en andere plaatsen in de verdere bouwkunst verschijnend.
a)
Arcade
b)
Acantus
c)
Aquaduct
d)
Alternerend Stelsel
e)
Akroterion
5.

(Grieks: markt) : Marktplein der Griekse steden.

a)

Agora

b)

Akropolis

c)

Abacus

d)

Amfiprostylos

e)

Arabesk

6.

(Grieks: bovenstad) : Een op een berg gelegen stad, meestal echter een hooggelegen tempelterrein, zoals de beroemdste, die van Athene.

a)

Akropolis

b)

Agora

c)

Antentempel

d)

Aquaduct

e)

Atrium

7.
(Grieks: bovenste spits) : Topgevel of accentuering van de onderhoeken van de gevels der Griekse tempels. Dikwijls in de vorm van een plastische palmet, een griffioen of een sfinx.
a)
Alternerend Stelsel
b)
Akroterion
c)
Amfitheater
d)
Aquaduct
e)
Arcade
8.

Ritmische afwisseling van zuilen en pijlers in een stutrij. Men onderscheidt het Jambische A.S., waarbij op een zuil steeds een pijler volgt, en het Dactylische A.S. waarbij twee zuilen tegen één pijler.

a)

Abacus

b)

Amfiprostylos

c)

Alternerend Stelsel

d)

Amfitheater

e)

Agora

9.

(Latijns: beide) : Lage tribune waarvan de Epistels of de Evangeliën werden gelezen. In de vroeg—christelijke kerk kwamen er twee voor. Van de eentrappige ambo werden de Brieven, van de dubbeltrappige de Evangeliën gelezen. Voorlopers van de kansel.

a)

Amfiprostylos

b)

Abdijkerk

c)

Alternerend Stelsel

d)

Ambo

e)

Atrium

10.

(Grieks: dubbelzijdige zuilenvoorhal) : Tempel die aan voor- en achterzijde een zuilenhal heeft.

a)

Agora

b)

Antentempel

c)

Amfitheater

d)

Atrium

e)

Amfiprostylos

11.

(Grieks: dubbel, d.w.z. rondom gesloten theater) : Theater, waarbij de rangen rond een ovale ren- of strijdbaan, de arena liggen. Door de Romeinen ontwikkeld. Vroegste voorbeeld het amfitheater van Pompeji (ca. 70 v. Chr.}, het beroemdste het Colosseum in Rome (80 n. Chr.). Voorloper van onze sportstadia.

a)

Ante

b)

Akroterion

c)

Atrium

d)

Amfiprostylos

e)

Amfitheater

12.

(Latijns: voor) : Vlakke, dikwijls met een kapiteel, soms ook met een basis uitgevoerde hoek- of koppijler, die is geplaatst voor een antenmuur, welke is doorgetrokken tot voor het bouwwerk.

a)

Akropolis

b)

Antentempel

c)

Antenmuur

d)

Ante

e)

Amfiprostylos

13.

De verlengde zijmuur bij een Grieks huis of tempel. Gewoonlijk zijn de beide zijmuren zover doorgetrokken dat ze een soort voorhal vormen.

a)

Ante

b)

Archivolt

c)

Antenmuur

d)

Abdijkerk

e)

Amfiprostylos

14.

Tempel, waarvan de zijmuren zover zijn verlengd, dat ze een voorhal vormen. De eenvoudige antentempel heeft alleen aan de voorzijde van zo'n hal. De dubbel-antentempel ook aan de achterzijde. Tussen de antenmuren staan meestal zuilen.

a)

Amfiprostylos

b)

Antentempel

c)

Amfitheater

d)

Atrium

e)

Akropolis

15.

(Latijns: waterleiding) : Romeinse waterleiding die op geaccidenteerd terrein gewoonlijk boven een bogenstelling in een goot het water van de meren naar de waterarme steden voerde. Daar de Romeinen het pompsysteem nog niet kenden, moest de aquaduct door een voortdurend verval het water doen doorstromen. Een beroemd voorbeeld is de Pont du Gard.

a)

Aquaduct

b)

Abacus

c)

Arcade

d)

Archivolt

e)

Amfitheater

16.
Siervormen op vlakken die uit gestyleerde bladen en ranken symmetrisch zijn gevormd.
a)
Arabesk
b)
Akroterion
c)
Antenmuur
d)
Acantus
e)
Abdijkerk
17.

(Latijns: arcus = boog) : De boog die de ruimte tussen twee steunen overspant. Ook een boogrij die op zuilen of pijlers rust, een ruimte begrenst, dan wel twee ruimten scheidt. Vooral in de vroegchristelijke en romaanse kerkbouw in ononderbroken verloop.

a)

Abdijkerk

b)

Arcade

c)

Architraaf

d)

Amfiprostylos

e)

Akropolis

18.
Plastisch aan de muur bevestigde horizontale lijst boven de arcade.
a)
Antentempel
b)
Amfitheater
c)
Arcadelijst
d)
Akroterion
e)
Archivolt
19.

Horizontale balk, die over de zuilkapitelen ligt.

a)

Agora

b)

Akropolis

c)

Arcade

d)

Architraaf

e)

Amfiprostylos

20.
Frontzijde van een boog, die veelal is versierd met profileringen, bladlijsten, geometrische vormen (meander, zigzag, rozet) of, als in de gotiek, met figuratieve plastiek.
a)
Akropolis
b)
Alternerend Stelsel
c)
Atrium
d)
Amfitheater
e)
Archivolt
21.

Niet symmetrische voorstelling of bouwwijze, waarvan de helften niet elkaars spiegelbeeld zijn.

a)

Abacus

b)

Ante

c)

Akropolis

d)

Symmetrie

e)

Asymmetrie

22.
Open hof die aan alle zijden door zuilenhallen is omgeven. Bij het antiek-romeinse woonhuis vormde het het centrum van de aanleg. Bij de vroeg—christelijke kerken is het een voorhof voor de ingangszijde, in het midden waarvan een bron staat, waaraan de kerkganger zich reinigt.
a)
Amfiprosiylos
b)
Arcade
c)
Archivolt
d)
Atrium
e)
Aquaduct
23.

Aangelegd langs een bepaalde as. Een as is een denkbeeldige rechte lijn die langs de lengte of breedte van een bouwwerk of bouwdeel getrokken kan worden

a)

Abdij

b)

Axiaalbouw

c)

Agora

d)

Apsis

e)

Atrium