WorksheetsArchitectuur TERMINOLOGIE - D (TEKST/FOTO+MEERKEUZE)
Total questions: 14
Worksheet time: 10mins
Name
Class
Date
1.
Overkapping van een gebouw of toren met schuin tegen elkaar gelegde panne- of leervakken. Zeldzaam is een gemetselde overkapping. 4, mansardedak, a _ 7. piramidedak, 9. vouwdak, 10. uidak.
a)
Dormtorium
b)
Driepas
c)
Dipteros
d)
Dubbelkorig
e)
Dak
2.
Torentje, vaak van hout, dat wordt geplaatst op de nok van het dak. Soms met een klok.
a)
Dak
b)
Dorische Orde
c)
Driepas
d)
Dakruiter
e)
Donjon
3.
De hoog-gotische periode in Engeland. Ca. 1270 tot midden 14e eeuw. Overheersend gebruik van siervormen.
a)
Drie-Asidenkoor
b)
Dipteros
c)
Decorated style
d)
Dorische Zuil
e)
Driepas
4.
Griekse of Romeinse tempel, die omringd is door een dubbele zuilenrij .
a)
Dorische Zuil
b)
Dipteros
c)
Drie-Asidenkoor
d)
Dorische Orde
e)
Dubbelantentempel
5.
Grote woontoren van de middeleeuwse burcht, vooral in Frankrijk (Loches).
a)
Donjon
b)
Dormtorium
c)
Dubbelkapel
d)
Dorische Zuil
e)
Drie-Asidenkoor
6.
Zie Orde
a)
Dorische Orde
b)
Dubbelkapel
c)
Dipteros
d)
Driepas
e)
Donjon
7.
Sedert ca. de 7e eeuw v. Chr. in plaats van houten stutten ontwikkelde Griekse zuilvorm. Opgebouwd uit verschillende boven elkaar geplaatste ronde stukken, de trommels. Het totaal van deze trommels vormt de schacht. Deze schacht verjongt naar boven, d.w.z. wordt smaller, De boven doorsnede is dus kleiner dan die beneden. De verjonging is niet regelmatig, maar zo, dat de omtreklijn van de schacht een flauwe bocht maakt. De zuil Oe schijnt dus te zwellen (zie Entasis), en geeft de indruk SADA TSC samengedrukt te worden onder de druk van de ondersteunende delen. De schacht wordt in haar gehele lengte door ondiepe inkepingen geleed, de zgn. cannelures die in scherpe randen tegen elkaar stoten. in de regel zijn er 16 O 20 cannelures. Boven wordt de schacht door het Sia zuilhoofd (zie Kapiteel) gesloten.
a)
Dipteros
b)
Dorische Zuil
c)
Driepas
d)
Dubbelantentempel
e)
Dakruiter
8.
(Latijns: dormire = slapen) : De slaapzaal van een klooster
a)
Dipteros
b)
Dak
c)
Dormtorium
d)
Dorische Orde
e)
Dubbelkapel
9.
Koorpartij van een kerke waarbij drie halfronde absides naast elkaar liggen.
a)
Dakruiter
b)
Dipteros
c)
Dak
d)
Drie-Asidenkoor
e)
Decorated style
10.
Uit drie driekwartcirkels = gevormde klaverbladachtige vorm van het maaswerk in vensters, zie Pas. -DR
a)
Dormtorium
b)
Dorische Orde
c)
Dak
d)
Dubbelantentempel
e)
Driepas
11.
(eig., Klaverbladkoor) : Oostelijk deel van een kerk, waarbij het koor aan drie zijden, of koor en dwarsarmen door halfronde ruimten (absides of schelpen) worden afgesloten. Komt voor in de Keulse romantiek.
a)
Dak
b)
Dorische Orde
c)
Dipteros
d)
Driepas
e)
Drieschelpenkoor / Klaverbladkoor
12.
Tempel met aan voor- en achterzijde anten.
a)
Dubbelkapel
b)
Donjon
c)
Dipteros
d)
Dubbelantentempel
e)
Dorische Zuil
13.
Kapel van over het algemeen een burcht, met twee bouwlagen, waarvan de bovenste bestemd was voor de heren, terwijl de onderste voor de dienaren bestemd was. Beiden moeten de dienst kunnen horen, maar elkaar niet zien (Ste. Chapelle, Parijs).
a)
Dipteros
b)
Dorische Zuil
c)
Dubbelkapel
d)
Dubbelkorig
e)
Dak
14.
Kerkbouw, die zowel aan oost- als westzijde een koor heeft. De ingang is dan aan de zijkant van de kerk. Vooral in Duitse romantiek (Munster).
a)
Dipteros
b)
Dubbelkorig
c)
Dakruiter
d)
Dubbelkapel
e)
Drieschelpenkoor / Klaverbladkoor
100 %
