wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Architectuur TERMINOLOGIE - P (TEKST/FOTO+MK)

Total questions: 25

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Gebouw voor lichamelijke oefeningen voor de Griekse jeugd; in Romeinse tijd deel van de Thermen.

a)

Perpendicular Style

b)

Parlatorium

c)

Podiumtempel

d)

Pendentief

e)

Palaestra

2.

(Latijns: palatium = paleis) : Woonhuis, vaak feestzaal van middeleeuwse burcht.

a)

Peristylium

b)

Perpendicular Style

c)

Portaal

d)

Palas

e)

Posten

3.

(Latijns: palatium = paleis) : Paleizen der middeleeuwse Duitse koningen en keizers, waar zij verbleven tijdens hun tochten door hun ijk. Meestal bestaand uit dienstgebouwen, het paleis en een kapel (Aken, Ingelheim, Gelnhausen, Nijmegen).

a)

Pendentief

b)

Paneel

c)

Palts

d)

Peripteros

e)

Pilaster

4.

Houten plaat ter opvulling van een wandvlak.

a)

Portaal

b)

Paneel

c)

Parlatorium

d)

Peripteros

e)

Peristylium

5.

(Latijns: spreekkamer) : De spreekruimte in Cistercilnserkloosters.

a)

Parlatorium

b)

Palas

c)

Pijler

d)

Podiumtempel

e)

Posten

6.

Uit driekwartcirkels samengestelde vorm van het gotische maaswerk. Naar het aantal spreekt men van drie-, vier-, vijf-, Zes— of veelpas.

a)

Pas

b)

Polygonaal

c)

Paviljoen

d)

Pendentief

e)

Platstisch

7.
Afzonderlijk, geheel of gedeeltelijk open gebouw(tje) in een park; ook de hoekgebouwen van een ~ kasteel die in de dakzone zijn geaccentueerd.
a)
Palaestra
b)
Paviljoen
c)
Pendentief
d)
Portaal
e)
Polygonaal
8.

Sferische, zeilachtige driehoek die de overgang vormt van een hoekige onderbouw naar de ronde koepel. Vergelijk Koepel.

a)

Perpendicular Style

b)

Palas

c)

Pendentief

d)

Pilaster

e)

Pijler

9.

(peripteraal) : Tempel, omringd door een zuilenhal.

a)

Palas

b)

Paneel

c)

Palts

d)

Peripteros

e)

Plint

10.

De zuilenomgang van een Griekse tempel, ook door zuilen omgeven hof.

a)

Podiumtempel

b)

Palts

c)

Palas

d)

Polychroom

e)

Peristylium

11.

Engelse late gotiek, gekenmerkt door accentuering van horizontale en verticale geleding.

a)

Palaestra

b)

Plint

c)

Pas

d)

Platstisch

e)

Perpendicular Style

12.

Vier- of veelhoekige loodrechte stut t.o. de ronde zuil. Ronde stutten worden soms rondpijlers genoemd als ze niet verjongen, niet uit trommels zijn opgebouwd, maar uit steenlagen zijn gemetseld en zeer groot zijn. PIJLER MET VOORSTUK : De kern van een pijler met toegevoegd lid, in de vorm van een halfzuil of pilaster. PIJLERBASILIEK : Basiliek, die pijlers als stutten gebruikt.

a)

Peripteros

b)

PodiumtempEL

c)

Pas

d)

Pijler

e)

Paneel

13.

Een tegen de wand geplaatste vlakke pijler van geringe diepte, die basis en kapiteel bezit, en zich daardoor van de liseen onderscheidt.

a)

Polychroom

b)

Palas

c)

Pilaster

d)

Pijler

e)

Paneel

14.

Benaming voor werken der beeldhouwkunst uit steen, metaal, hout, ivoor, klei of was. Plastiek die bij een bouwwerk behoort, is bouwplastiek. Een bouwwerk wordt plastisch genoemd als het door zijn geleding of de werking van licht en schaduw tastbaar werkt.

a)

Portaal

b)

Platstisch

c)

Peristylium

d)

Plint

e)

Pijler

15.

Vierkante voetplaat onder de basis van een zuil.

a)

Plint

b)

Pijler

c)

Peristylium

d)

Pas

e)

Parlatorium

16.

Op een hoge onderbouw (podium) staande tempel. zie Hypaethraaltempel.

a)

Podiumtempel

b)

Pendentief

c)

Polychroom

d)

Pijler

e)

Palts

17.
(Grieks: veelkleurig) : In de bouwkunst door gebruik van verschillend gekleurde materialen of door beschildering.
a)
Polygonaal
b)
Polychroom
c)
Parlatorium
d)
Pas
e)
Portaal
18.

(Grieks: veelhoek) : Vooral bij centrale plattegronden.

a)

Perpendicular Style

b)

Polychroom

c)

Polygonaal

d)

Palaestra

e)

Pas

19.

De architectonisch geaccentueerde ingang van een gebouw. Het portaal der middeleeuwse kerken is meestal als volgt geleed: de eigenlijke ingang wordt door een zuil of pijler, de deurpost(DP) in tweeën gedeeld, waarvoor meestal een beeld, een heilige, Christus, Maria, enz., staat, waarnaar het P. ook wordt genoemd (M b.v.). De deurpost ondersteunt een horizontale balk, de latei (L) waarboven het ronde of spitsbogen boogveld (tympaan) ligt. Daarop komen voorstellingen voor uit het leven van de aan de deurpost verbeelde heilige. De ingang wordt aan beide zijden door wangen (W) omraamd, die meestal getrapt naar binnen neigen. In deze trappen zijn Zuilen geplaatst, waarvoor heilige figuren staan. Dikwijls ook wordt van 2uilen afgezien. Om het boogveld lopen de archivolten (A), waar in de trappen der wangen worden voortgezet, in de romaanse tijd meestal met geometrische of vegetabile ornamenten, in de gotiek vooral met voorstellingen versierd. In de renaissance wordt het portaal rond of rechthoekig belindigd, zonder versiering. In de barok weer rijkere P.- vormen, vaak door Atlanten omgeven.

a)

Podiumtempel

b)

Pendentief

c)

Peristylium

d)

Portaal

e)

Perpendicular Style

20.
Loodrechte leden van vooral gotische vensters, die het maaswerk ondersteunen. Men onderscheidt oude P. in het midden van het maaswerk, en jonge P. Vergelijk Lijstwerk.
a)
Palts
b)
Platstisch
c)
Peristylium
d)
Perpendicular Style
e)
Posten
21.

De omtrek van een uitstekend bouwlid, b.v. boog, rib, lijst.

a)

Platstisch

b)

Polychroom

c)

Paneel

d)

Palas

e)

Profiel

22.

Voor de hoofdruimte, cella, gelegen ruimte.

a)

Pilaster

b)

Palts

c)

Pijler

d)

Pronaos

e)

Plint

23.
De verhouding der afzonderlijke delen tot elkaar.
a)
Pas
b)
Peripteros
c)
Proportie
d)
Platstisch
e)
Perpendicular Style
24.

Tempel met zuilenvoorhal zonder anten.

a)

Pijler

b)

Prostylos

c)

Podiumtempel

d)

Pas

e)

Paviljoen

25.

(Grieks: poort) : Poortgebouw van de Egyptische tempel tussen torenachtige bouwdelen in afgeknotte piramidevorm (pylonen).

a)

Pyloon

b)

Peripteros

c)

Podiumtempel

d)

Posten

e)

Pijler