WorksheetsOverbrengingen
Total questions: 6
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
Wat is het 'aandrijfwiel'?
a)
Het kleine tandwiel, want dat wordt aangedreven door de ketting
b)
Het grote tandwiel, want daar zitten de trappers
c)
Allebei, want beide wielen drijven de fiets aan
2.
'A' is het aandrijfwiel, hoe noem je 'B'?
a)
Kroonwiel
b)
Volgwiel
c)
Rondsel
d)
Draaiwiel
3.
A = 20 tanden / B = 40 tanden.
Wat is hier de 'overbrengingsverhouding'?
a)
20 : 40
b)
2 : 4
c)
1 : 2
d)
A : B
4.
Als een aandrijfwiel 3 x ronddraait
en het volgwiel 1,5 x,
wat is dan de overbrengingsverhouding?
a)
3 : 1,5
b)
6 : 3
c)
2 : 1
5.
Tandwiel 'A' draait rechtsom
Welke kant draait 'E' en welke kant 'G'?
a)
Rechtsom, linksom
b)
Rechtsom, rechtsom
c)
Linksom, rechtsom
d)
Linksom, linksom
6.
Welk tandwiel draait het snelst?
a)
A
b)
B
c)
C
d)
F
e)
G
100 %
