wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Natuuronderwijs groep 7 thema 4

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

We spreken van een vloeistof wanneer er voorwerpen in gedaan kunnen worden want de deeltjes gaan gemakkelijk uit elkaar

a)

Waar

b)

Niet waar

2.

De deeltjes van een vaste stof zijn dicht bij elkaar

a)

Waar

b)

Niet waar

3.

Een gas kan je niet zien omdat de deeltjes ervan ver van elkaar zijn

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Een stof is opgelost in water als de stof helemaal in het water verdwijnt en het water helder blijft. De kleur van de stof is soms wel te zien.

a)

Waar

b)

Niet waar

5.

Bij stoffen die niet in water oplossen wordt het water troebel d.w.z. doorzichtig.

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

Een stof is niet opgelost in water als de deeltjes van de stof niet te zien blijven en het water troebel is.

a)

Waar

b)

Niet waar

7.

Welke stof lost wel op in water?

a)

Blom

b)

Krijtpoeder

c)

Zout

8.

Lost masoesapoeder op in water?

a)

Ja

b)

Nee

9.

Welke zin past bij een stof die oplost in water?

a)

Kleine deeltjes zweven in het water

b)

De stof is niet te zien

c)

Het water is niet helder

10.

Welke zin past bij een stof die niet oplost in water?

a)

Het water is helemaal gekleurd

b)

Het water is niet troebel

c)

De stof gaat zakken

11.

Wat nemen planten op uit de bodem?

a)

Bouwstoffen

b)

Plantevoedsel

c)

Water met opgeloste plantevoedsel

d)

Water met opgeloste stoffen

12.

Een andere naam voor voedingstoffen uit de bodem is:

a)

Meststoffen

b)

Mestzouten

c)

Voedingsmest

13.

Hoe komt het dat water in een stengel omhoog gaat?

a)

Door de wortels

b)

Door het zuigen van de stengels

c)

Door het zuigen van de stengels en de bladeren

14.

Waarom moet er steeds water uit de bladeren verdampen?

a)

Zodat de plant niet kan uitdrogen

b)

Zodat er steeds water kan worden opgenomen

c)

Zodat het water weer in de lucht kan verdwijnen

15.

Als er water blijft verdampen uit de bladeren maat de wortels van de plant geen water opnemen zal de plant uitdragen en uitsterven.

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

Om planten voedsel te maken heeft de plant groene deeltjes, water en voedingstoffen en koolzuurgas nodig.

a)

Waar

b)

Niet waar

17.

Een plant maakt plantevoedsel in alle groene delen van de plant.

a)

Waar

b)

Niet waar

18.

Waar wordt plantevoedsel gemaakt?

a)

Alleen in de stengels

b)

Alleen in de bladeren

c)

In alle groene delen van de plant

19.

Welke energie gebruikt de plant om plantevoedsel te maken?

a)

Koolzuurgas

b)

Bouwstof

c)

Brandstof

d)

Zonlicht

20.

In welk deel van de manjaboom is plantevoedsel opgeslagen?

a)

De knol

b)

De bol

c)

De vrucht

21.

In welk deel van de rijstplant is plantevoedsel opgeslagen?

a)

De bladeren

b)

De stengel

c)

Het zaad

22.

Een voedselketen is wanneer er met tekeningen en pijltjes of woorden en pijltjes wordt aangegeven wat mensen en dieren eten.

a)

Waar

b)

Niet waar

23.

Deze voedselketen kun je ook zo opschrijven: blad - slak - duizendpoot - veldmuis

a)

Waar

b)

Niet waar

24.

Mensen en dieren kunnen zonder de planten niet leven. Dit komt omdat het fotosyntheseproces alleen in de groene delen van een plant plaats vindt.

a)

Waar

b)

Niet waar

25.

Uit een voedselketen kun je aflezen hoe voedingsstoffen die door een plant gemaakt zijn worden doorgegeven aan dieren en mensen.

a)

Waar

b)

Niet waar

26.

Wat is een voedselweb?

a)

Meerdere voedselketens

b)

Meerdere voedselketens van mensen

c)

Meerdere voedselketens die door elkaaar lopen.

27.

Kijk naar de tekening is er hier sprake van een voedselweb?

a)

Ja

b)

Nee

28.

Waarom raken de voedingsstoffen in de bodem niet op?

a)

Omdat de resten veranderen in voedingsstoffen en die worden weer door de plant opgenomen

b)

Omdat de planten nooit alle voedingsstoffen kunnen op maken.

29.

Hoe veranderen de resten in voedingsstoffen?

a)

Door de schimmels en pissebedden

b)

Door de schimmels en bacteriën

c)

Door dat ze gaan verrotten

30.

Wat houdt de kringloop van voedingsstoffen in?

a)

De voedingsstoffen komen uit de planten en gaan in de dieren

b)

De voedingsstoffen komen uit de bodem en komen via de planten en dieren weer in de bodem terecht.

c)

De voedingsstoffen komen door bacteriën en schimmels weer in de bodem terecht