WorksheetsSignaalwoorden
Total questions: 13
Worksheet time: 2mins
Name
Class
Date
1.
furthermore
a)
bovendien
b)
dus
c)
zo
d)
en
2.
because
a)
zodat
b)
ervoor
c)
omdat
d)
ondertussen
3.
despite
a)
vanwege
b)
omdat
c)
tijdens
d)
ondanks
4.
however
a)
echter
b)
tijdens
c)
vanwege
d)
tenslotte
5.
in short
a)
kortom
b)
zodat
c)
daardoor
d)
tot slot
6.
likewise
a)
voor
b)
soms
c)
daarom
d)
ook
7.
once upon a time
a)
ondertussen
b)
nu
c)
er was eens
d)
vandaag de dag
8.
thus
a)
op die manier
b)
bijvoorbeeld
c)
zodra
d)
echter
9.
still
a)
stilte
b)
langzaam
c)
toch
d)
ondanks
10.
moreover
a)
bovendien
b)
vanwege
c)
aangezien
d)
want
11.
due to
a)
nooit
b)
in plaats van
c)
vanwege
d)
toch
12.
since
a)
als
b)
en
c)
omdat
d)
behalve
13.
except
a)
behalve
b)
doordat
c)
omdat
d)
toch
100 %
