wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Tijdvak 3 Monniken en Ridders

Total questions: 11

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Na de val van het (West)Romeinse Rijk kreeg welk volk de macht in West-Europa?

a)

Saksen

b)

Franken

c)

Visigoten

d)

Magyaren

2.

De Friezen kregen rond het jaar 700 bezoeken van een priester uit Ierland, hoe heette deze priester die de bevolking in Nederland wilde bekeren tot het christendom?

a)

Wodan

b)

Dokkum

c)

Willibrord

d)

Benedictus

3.

De Franken waren het machtigst en werden (na veel strijd) de baas over de andere stammen.

De Lage Landen werden opnieuw onderdeel van een groot rijk: het Frankische Rijk.

Een bekende Frankische koning rond het jaar 800 was:

a)

Karel de Grote

b)

Petrus de Stoute

c)

Gerardus de Vrome

d)

Clovis de Kleine

4.

Wanneer we spreken over de tijd van monniken en ridders, over welke tijdsperiode spreken we dan?

a)

1000-1500

b)

3000 v.Chr - 500 n.Chr.

c)

1500-1600

d)

500-1000

5.

Hoe heet de bestuursvorm waarbij een de leenheer zich van de persoonlijke afhankelijkheid van zijn vazallen of leenmannen verzekerde door het uitgeven van lenen.

a)

Feodalisme

b)

Continentaal stelsel

c)

Absolutisme

d)

Latifundium

6.

Voor veel geestelijken was het een eer om net als de apostelen uit de tijd van Jezus het christelijke geloof te verspreiden in heidense gebieden? Wat is een ander woord voor bekering?

(a)  

7.

Rond het jaar 800 was Keizer Karel de Grote de machtigste man in Europa. Hij verdeelde zijn rijk in gebieden, met elk een graaf aan het hoofd.

Hoe heetten deze gebieden?

a)

Provincies

b)

Landen

c)

Gouwen

d)

Satrapen

8.

Waarom nam de katholieke kerk vaak heidense gebruiken en feestdagen als Pasen en Kerst over van heidense culturen?

a)

Zodat de mensen zich sneller zouden bekeren tot het christendom omdat zij deze dagen herkenden

b)

Omdat deze dagen vaak vanwege het weer erg speciaal waren

c)

Zodat de kerk extra veel geld verdiende met het verkopen van maretakken en kerstbomen

9.

Het leven van een monnik bestond vaak uit werken en bidden, in het Latijn gebruikt men hier een spreuk voor.

Hoe heet deze?

a)

Fiat Lux

b)

Alea iacta est

c)

Vae victus

d)

Ora et Labora

10.

Veel domeinen in de Middeleeuwen waren autarkisch, wat betekent autarkisch?

a)

Een domein dat rechtstreeks geregeerd werd door de bisschop van Rome

b)

Een bestuursvorm met één heerser en strikte wetten en veel soldaten

c)

Zo min mogelijk afhankelijk zijn van andere domeinen en dus zelfvoorzienend zijn in levensbehoefte

d)

Een enorm burcht met veel verdedigingswerken zoals hoge muren, enorme torens en een grote slotgracht

11.

De standenmaatschappij bestond uit 3 standen; de geestelijke, adel en boeren.

Elk hadden zij hun eigen privileges, wat zijn privileges?

(a)