wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bestuivers

Total questions: 12

Worksheet time: 3mins

Name
Class
Date
1.

Deze kolibri komt af op de nectar van de bloem. Is hij dan ook een bestuiver?

a)

Ja

b)

Nee

2.

Deze hommel hangt vol stuifmeel van de vorige bloem waar hij was. Hoe gaat de bestuiving nu gebeuren? Vink de juiste antwoorden aan.

a)

De hommel kruipt naar binnen.

b)

De hommel fladdert zijn vlerkjes om de

stuifmeel te doen afvallen.

c)

De stuifmeel zal afwrijven op de stempel

van het bloem.

d)

Dit is een voorbeeld van

kruisbestuiving.

3.

Is deze bloem aangepast aan windbestuiving?

a)

Ja

b)

Nee

4.

Hoe noemt de vlekken op de kroonbladen?

(a)  

5.

Welke aanpassingen om zelfbestuiving tegen te gaan is hier zichtbaar?

Vink de meest juiste antwoord aan.

a)

De stempels worden rijp op een latere stadium dan de meeldraden.

b)

De bloemen zijn tweeslachtig.

c)

Deze bloemen zijn eenslachtig.

d)

De plant is eenhuizig.

6.

Wat is de functie van een honingmerk?

a)

Om het als mannelijk of vrouwelijk te identifiseren.

b)

Om insecten te lokken.

7.

Vink aan welke dieren/insecten bestuivers zijn.

a)
b)
c)
d)
8.

Is de courgette...

a)

Eenslachtig

b)

Tweeslachtig

c)

Eenhuizig

d)

Tweehuizig

9.

Vink de toepasselijke aanpassingen bij de aronskelk aan:

a)

De voortplantingsorganen zitten onder in de ketel.

b)

De paarse knots bestaat uit kleine

stempeltjes.

c)

De haartjes in de ketel houden de vliegjes

tegen totdat de helmdraden rijpen.

d)

De paarse knots scheidt een aasgeur af

om de vliegjes te lokken.

10.

Vink de meest juiste beschrijving aan

a)

Er is sprake van kruisbestuiving tussen plant 1 en plant 2 en buurtbestuiving bij plant 2.

b)

Het gaat hier om tweehuizige planten.

c)

Er is sprake van kruisbestuiving tussen plant 1 en plant 2

11.

Kiest de meest accurate antwoord.

a)

Zelfbestuiving op een eenslachtige plant

b)

Zelfbestuiving op een tweeslachtige plant

c)

Geen bestuiving is hier mogelijk.

d)

Zelfbestuiving op een tweeslachtige bloem.

12.

Vink de meest juiste stelling(s) aan.

a)

De vrouwelijke katjes zitten boven de mannelijke katjes om zelfbestuiving tegen te gaan.

b)

De katjes zijn aangepast voor windbestuiving.

c)

De bloemetjes zitten boven. Beneden hangen onrijpe vruchten.

d)

De meeldraden zijn al opgedroogd.