Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Rekenen M6 naar E6

Total questions: 33

Worksheet time: 3hrs 45mins

Name
Class
Date
1.

Welk getal komt na 67.999

(let op! schrijf op met een punt)

(a)  

2.

Welk getal komt na 148.999?

(let op! Schrijf op met een punt)

(a)  

3.

Rond dit getal af op een tiental: 1.532

(let op! Schrijf je antwoord op met een punt)

(a)  

4.

Rond het volgende getal af op een duizendtal: 28.623

(let op! Schrijf het antwoord op met een punt)

(a)  

5.

Cijferend rekenen (wisbordje!!)

1412 - 572

(a)  

6.

Cijferend rekenen:

5000 - 203

(a)  

7.

Cijferend rekenen:

777+666

(a)  

8.

725 - 50 + 172

(a)  

9.

Cijferend vermenigvuldigen:

6 x 28

(a)  

10.

Handig rekenen:

24 x 0,50

(a)  

11.

225 x 12

(a)  

12.

60 x 2,50

(a)  

13.

Kommagetallen optellen:

15,2 + 24,8 + 32,6

(a)  

14.

104 : 4

(a)  

15.

40 x 18

(a)  

16.

1648 : 8

(a)  

17.

1244 : 4

(a)  

18.

2/3 van 60=

(a)  

19.

3/4 van 240=

(a)  

20.

3/9 van 450 =

(a)  

21.

vereenvoudig de breuk 12/16

a)

5/6

b)

3/4

c)

2/3

d)

4/5

22.

vereenvoudig de breuk 8/24

a)

1/5

b)

2/4

c)

1/4

d)

1/3

23.

vereenvoudig de breuk 24/32

a)

3/4

b)

2/4

c)

4/5

d)

3/5

24.

Van de 100 kinderen hebben er 20 zwarte schoenen.

Welke verhouding hoort daarbij? Let op: vereenvoudig!

a)

20 van de 100

b)

1 op de 4

c)

1 op de 5

d)

5 van de 20

25.

Van de 25 kinderen, vinden 5 het leuk om te schaatsen.

Welke verhouding hoort daarbij? Let op! vereenvoudig

a)

5 van de 25

b)

25 van de 5

c)

1 van de 7

d)

1 van de 5

26.

Van de 450 kinderen, zijn er 75 op vakantie geweest.

Welke verhouding hoort daarbij? Let op! vereenvoudig

a)

75 van de 450

b)

1 op de 6

c)

1 op de 4

d)

1 op de 5

27.

De tuin van de buurman is 40 vierkante meter groot.

De breedte is 5 meter. Wat is de lengte?

(a)  

28.

Hoe vaak kan 20 cm in een meter?

(a)  

29.

1 cm is in werkelijkheid 0,5 meter. Ik teken een lijn van 5 cm. Hoe lang is dit in werkelijkheid? (gebruik zonodig een komma)

(a)  

30.

Een rechthoek is 1,30 meter breed en 2,40 meter lang. Wat is de omtrek? (schrijf alleen het getal op)

(a)  

31.

Wat is een kwart van een kilometer?

(a)  

32.

60 meter is 2/4 van de weg. Hoe lang is de hele weg?

(a)  

33.

3/4 van de weg is 60 meter. Hoe lang is de hele weg?

(a)