wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Milieuvraagstukken

Total questions: 17

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een ecosysteem? Meerdere antwoorden zijn juist.

a)

Gemeenschap van dieren en planten in een gebied

b)

De economische band tussen natuur en staat

c)

Een plek waar mensen tot rust komen

d)

Wisselwerking tussen de organismen onderling

2.

Welk begrip hoort bij de volgende zin: is het vermogen van een ecosysteem om biologische soorten te kunnen voorzien in hun bestaan.

a)

Ecosysteem

b)

Theorie van Malthus

c)

Milieu

d)

Draagkracht

3.

Welke zinnen zijn correct als het om de theorie van Malthus gaat. Meerdere antwoorden zijn correct.

a)

De bevolking daalt

b)

De bevolking groeit exponentieel

c)

De voedselproductie neemt lineair toe

d)

Er zal altijd voedsel zijn voor iedereen op aarde

4.

Waar of niet waar? De voedselproductie blijft altijd groot genoeg voor de mensen op aarde volgens de theorie van Boserup.

a)

Waar

b)

Niet waar

5.

In welke gebieden komt het meeste vervuiling door schadelijke stoffen voor? Meerdere antwoorden zijn correct.

a)

Luchthavens

b)

Mijnbouw

c)

Industrie

d)

Plekken waar veel wordt gerookt

6.

Welk begrip hoort hierbij: De vergroting van de voedselrijkdom (algen) in met name water.

a)

Eutrofiëring

b)

Verzilting

c)

Uitputting

d)

Verzuring

7.

Waar of niet waar? Door te intensief grondgebruik in de landbouw ontstaat er uitputting.

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Welke van de volgende zinnen zijn juist over klimaatverandering?

a)

Gletsjers en zee-ijs smelten

b)

De zeepspiegel daalt

c)

Buien worden minder heftig

d)

Gebieden worden droger of natter

9.

Welke van de volgende zinnen over de koolstofkringloop zijn juist?

a)

Planten zetten CO2 om in koolhydraten en cellulose

b)

Alle koolstofverbindingen maken deel uit van de koolstofkringloop

c)

Als er meer CO2 in de atmosfeer terecht komt, wordt het aardoppervlak donkerder.

d)

De mens heeft de koolstofkringloop helemaal onder controle

10.

Waar of niet waar? Door het versterkt broeikaseffect wordt er meer warmte in de atmosfeer vastgehouden en wereldwijde temperatuursdaling

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Waar of niet waar?

IJs in de poolgebieden smelt

- aardoppervlak wordt donkerder

- poolgebieden weerkaatsen minder zonnestraling en zenden

meer infrarode straling uit

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Wat zijn de gevolgen als de gletsjers en ijskappen beginnen te smelten? Meerdere antwoorden zijn correct.

a)

Meer vissen in de oceaan

b)

Watertekorten

c)

De noordpool wordt groter qua oppervlakte

d)

Zeespiegelstijging

13.

Hoe noemen we de altijd bevroren ondergrond?

a)

Ijs

b)

Porie

c)

Permafrost

d)

Eutrofiëring

14.

Soepele milieuwetten komen voor in de:

a)

Periferie

b)

Centrum

c)

Geen van de genoemde antwoorden zijn juist

15.

Welk begrip hoort bij de volgende uitleg: regels en maatregelen die de kwaliteit van de leefomgeving verbeteren

a)

Gezondheid

b)

Milieuramp

c)

Ruimtelijke ordening

d)

Milieubeleid

16.

Welke zinnen horen bij een Lineaire economie. Meerdere antwoorden zijn juist.

a)

Steeds nieuwe grondstoffen nodig

b)

Niet-hernieuwbare grondstoffen raken op

c)

Het is goed voor het milieu

d)

Het is duurzaam en houdbaar

17.

Welke zinnen horen bij een Circulaire economie (kringloopeconomie). Meerdere antwoorden zijn juist.

a)

Veel afvalproductie

b)

Voortdurend en volledig hergebruik van grondstoffen

c)

Streven naar zo hoog mogelijk niveau van hergebruik

d)

Schadelijk voor het milieu