wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Begrippen hoofdstuk 1

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Wat is schaars?

a)

Een product is schaars als er (productie) middelen zoals tijd en geld zijn opgeofferd om het product te maken.

b)

Een product is alleen schaars als het gemaakt is met machines.

c)

De mate waarin je met beschikbare middelen in je behoeften kunt voorzien.

d)

Als er te weinig producten aanwezig zijn in een winkel heb je schaarste.

2.

Wat is welvaart?

a)

Mensen die goed kunnen varen in de zee.

b)

Een gemiddelde inkomen per inwoner in een land.

c)

De mate waarin je met je beschikbare middelen in je behoeften kunt voorzien.

d)

In welke mate mensen houden van geld.

3.

Wat betekent 'nationaal inkomen'?

a)

(De hoeveelheid mensen in een land - de hoeveelheid mensen die niet werken) x de hoeveelheid geld dat er bestaat in een land = nationaal inkomen

b)

De hoeveelheid geld dat er nationaal binnenkomt vanuit export.

c)

Alle geld dat in een land aanwezig is bij elkaar opgeteld.

d)

Alle inkomens uit arbeid (loon, winst) en bezit (huur, rente, pacht) van een land bij elkaar opgeteld.

4.

Wat is het bruto binnenlands product?

a)

Bbp. De totale waarde van alle mensen in een land.

b)

Bbp. De totale waarde van alle geproduceerde goederen en diensten in een land.

c)

Bbp. De totale waarde van alle grondstoffen in een land.

d)

Bbp. De totale waarde van alle grond in een land.

5.

Wat is een doelgroep?

a)

Een groep consumenten voor wie een reclameboodschap of product is bedoelt.

b)

Een groep mensen die in reclame maken.

c)

Een groep mensen die alleen producten koopt als ze naar een reclame kijken.

d)

Elke persoon die veel geld heeft en gebruikt om producten te kopen.

6.

Wat betekent het begrip marketingmix?

a)

Het gebruiken van een logo dat aangeeft waar het bedrijf voor staat.

b)

Beïnvloeding van je (koop)gedrag door mensen uit je directe omgeving.

c)

De manier waarop bedrijven de marketinginstrumenten (de zes P's) tegelijk gebruiken.

d)

Het maken van social media pagina's voor naamsbekendheid.

7.

Wat is commerciële beïnvloeding?

a)

Beïnvloeding van je (koop)gedrag door fabrikanten, winkeliers en verkopers.

b)

Mensen helpen om producten op te slaan in magazijnen.

c)

Mensen overtuigen om betere keuzes te maken.

d)

Mensen manipuleren om iets te doen wat zij niet willen doen.

8.

Wat zijn vrije goederen?

a)

Goederen die vrijgesteld zijn om belasting over te betalen.

b)

Goederen die vrij zijn van chemische stoffen en dus goed zijn voor de gezondheid.

c)

Goederen die keurmerken hebben gekregen vanwege het vrij zijn van giftige stoffen.

d)

Goederen die vrij beschikbaar zijn en waarvoor geen middelen ingezet hoeven te worden om ze te verkrijgen.

9.

Wat betekent het begrip: 'inkomen per hoofd van de bevolking'?

a)

Het gemiddelde inkomen van het 'hoofd (hoofdverdiener)' van een gezin.

b)

Het gemiddeld inkomen per inwoner van een land.

c)

Het gemiddelde inkomen van de bestuurders van een land.

d)

Het gemiddelde inkomen van de regering + eigenaren van grote bedrijven die een hoofdrol spelen in de export van een land.

10.

Wat betekent sociale beïnvloeding?

a)

Beïnvloeding van je (koop)gedrag door bedrijfseigenaren.

b)

Beïnvloeding van je (koop)gedrag door het nieuws.

c)

Beïnvloeding van je (koop)gedrag door social media.

d)

Beïnvloeding van je (koop)gedrag door mensen uit je directe omgeving.

11.

Wat is een keurmerk?

a)

Een logo dat aangeeft dat het product of bedrijf aan bepaalde eisen voldoet.

b)

Een product dat is goedgekeurd om verkocht te worden.

c)

Productenwaar een patent op staat.

d)

De mate waarin je met je beschikbare middelen in je behoeften kunt voorzien.

12.

Wat is personele inkomensverdeling?

a)

Het gemiddeld inkomen per inwoner van een land.

b)

De mate waarin je met je beschikbare middelen in je behoeften kunt voorzien.

c)

Alle inkomens uit arbeid (loon, winst) en bezit (huur, rente, pacht) van een land bij elkaar opgeteld.

d)

De verdeling van het totale inkomen van een land over de inwoners.