wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

brandstoffen en energie mavo 1

Total questions: 48

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

Met de kleine schroef kun je precies scherpstellen.

a)

Ja

b)

Nee

2.

Het preparaat zet je vast met klemmen.

a)

JA

b)

NEE

3.

Zet de stappen in de juiste volgorde:

A. Draai aan de grote schroef terwijl je langs de zijkant kijkt naar de voorwerptafel.

B. Zet het lampje aan van de microscoop.

C. Stel het beeld scherp met de kleine schroef.

D. Leg het voorwerp (preparaat) op de voorwerptafel en gebruik de voorwerpklemmetjes om het voorwerp vast te zetten.

E. Kijk door je oculair en draai aan je grote schroef tot dat je een beeld krijgt.

(schrijf je antwoord op door de letters A tot en met E in je juiste volgorde te zetten, bijvoorbeeld E D C B A)

(a)  

4.
Hoe heet het onderdeel  op de plek van het vraagteken
a)
Object
b)
Oculair
c)
Diafragma
d)
Statief
5.
Hoe heet het onderdeel  op de plek van het vraagteken
a)
Object
b)
Tubus
c)
Diafragma
d)
Voet
6.
Hoe heet het onderdeel  op de plek van het vraagteken
a)
tubus
b)
Lamp
c)
Preparaatklem
d)
Statief
7.
Hoe heet het onderdeel  op de plek van het vraagteken
a)
Fijne stelknop
b)
lichtknopje
c)
Grove stelsknop
d)
revolver
8.
Hoe heet het onderdeel  op de plek van het vraagteken
a)
Revolver
b)
Objectief
c)
Oculair
d)
Tafel
9.

De plant maakt voor de mensen en dieren een heel belangrijke stof.

Dit is:

a)

koolstofdioxide

b)

water

c)

licht

d)

zuurstof

10.

De mens maakt voor de mensen en dieren een heel belangrijke stof.

Dit is:

a)

koolstofdioxide

b)

water

c)

licht

d)

zuurstof

11.

Het proces waarbij suiker gemaakt wordt in de plant heet ..

a)

verbranding

b)

fotosynthese

12.

Het proces waarbij suiker verbruikt wordt in de plant heet ..

a)

verbranding

b)

fotosynthese

13.

In welke delen kan deze plant zuurstof maken?

a)

in de bladeren en de bladstelen

b)

in de wortels en de bladstelen

c)

in de bladeren en de wortels

d)

in alle zichtbare delen

14.

Een plant neemt water op met

a)

bladeren

b)

wortels

c)

stengel

d)

bloem

15.

Glucose wordt NIET gemaakt in

a)

bladeren

b)

wortels

c)

stengel

d)

bloem

16.
Wat is glucose?
a)
Een soort vet
b)
Een soort eiwit
c)
Een soort suiker
d)
Een soort lucht
17.

Waar in de plant vindt fotosynthese plaats?

a)

In de wortels

b)

in de bladgroenkorrels

c)

In alle plantendelen

d)

in de stengels

18.
Welke organismen kunnen fotosynthese  doen?
a)
Alle organismen
b)
Alleen planten en schimmels
c)
Alleen planten en dieren
d)
Alleen planten
19.

Welke bewering is juist?

a)

Alleen mensen en dieren doen aan verbranding

b)

Bij verbranding komt de energie uit glucose vrij, zodat deze energie gebruikt kan worden

c)

Voor verbranding heb je een brandstof en koolstofdioxide nodig

d)

Bij verbranding is er altijd vuur

20.

Wat heeft een plant nodig voor fotosynthese? (meerdere antwoorden goed)

a)

Glucose

b)

Zuurstof

c)

Koolstofdioxide

d)

Water

e)

Zonlicht

21.

Bekijk de afbeelding. Bij welke nummers kan fotosynthese plaatsvinden?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

22.

Welk nummer wijst de vacuole aan?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

23.

Welk nummer wijst de celkern aan?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

24.

Welk nummer wijst de bladgroenkorrels aan?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

25.

In welke korrels vindt fotosynthese plaats?

a)

zetmeelkorrels

b)

bladgroenkorrels

c)

kleurstofkorrels

26.

Het zit in een plantaardige cel en het is gevuld met vocht. Het is een......

a)

vacuole

b)

celkern

c)

bladgroenkorrel

27.

Het geeft de plantaardige cel stevigheid, het is een...

a)

celwand

b)

celmembraan

c)

cytoplasma

28.

Waardoor is een plant groen?

a)

het is de lievelingskleur van de plant

b)

door de bladgroenkorrels

c)

door de celwand

d)

het eet veel groente

29.

Wat is de juiste formule voor fotosynthese?

a)

koolstofdioxide + zuurstof + zonlicht --> glucose + water

b)

water + zuurstof + zonlicht --> glucose + koolstofdioxide

c)

water + koolstofdioxide --> glucose + zuurstof

d)

koolstofdioxide + water + zonlicht --> glucose + zuurstof

30.

Als chlorofylmoleculen voldoende lichtenergie absorberen, dan komen elektronen ...

a)

in de grondtoestand terecht

b)

van de grondtoestand in de aangeslagen toestand terecht

c)

van de aangeslagen toestand in de grondtoestand terecht

d)

in een lager energieniveau terecht

31.
energie kan je omzetten van de ene vorm in de andere. bij een elektriciteitscentrale wordt...
a)
warmte energie omgezet in elektrische energie
b)
elektrische energie omgezet in lichtenergie
c)
chemische energie omgezet in elektrische energie
32.
fossiele brandstoffen zijn brandstoffen die altijd voorradig zijn.
a)
fout
b)
juist
33.
bij een windturbine wordt
a)
windenergie omgezet in elektrische energie
b)
bewegingsenergie omgezet in warmte energie
c)
bewegingsenergie omgezet in elektrische energie
d)
windenergie omgezet in warmte energie
34.
bij een zonnecel wordt
a)
stralingsenergie omgezet in elektrische energie
b)
warmte energie omgezet in elektrische energie
c)
gebeurt fotosynthese
35.
een zonnecollecter zet
a)
warmte energie om in elektrische energie
b)
stralingsenergie om in warmte energie
36.
Wat is bij deze verbranding de brandstof?
a)
de vlam
b)
het kaarsvet
c)
de zuurstof 
37.
Waarom gaat het vlammetje van de kaars uit?
a)
De koolstofdioxide in het potje raakt op
b)
De zuurstof in het potje raakt op
c)
Het lontje is te kort
d)
Het kaarsvet raakt op
38.
Wat gebeurt er met het helder kalkwater tijdens dit proefje?
a)
het kalkwater verdwijnt
b)
het kalkwater gaat stinken
c)
het kalkwater doet niks
d)
het kalkwater wordt troebel
39.
Wat is waar?
a)
In uitgeademde lucht zit meer zuurstof dan ingeademde lucht
b)
in ingeademde lucht zit meer koolstofdioxide dan uitgeademde lucht
c)
In ingeademde lucht zit meer zuurstof dan uitgeademde lucht
d)
In ingeademde lucht zit evenveel zuurstof als uitgeademde lucht
40.
Welke weg ,legt de ingeademde lucht af in het ademhalingsstelsel?Wat is het juiste antwoord?
a)
Neusholte-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp-bronchie
b)
neusholte-bronchie-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp
c)
neusholte-keelholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
d)
keelholte-neusholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
41.

Wat is de indicator voor CO2

a)

kalkwater

b)

jodium

c)

helder kalkwater

d)

Fehling A en B

42.
Met welke figuur stelden we de benodigdheden voor vuur voor?
a)
Driehoek
b)
Vierkant
c)
Cirkel
d)
Ovaal
43.

Wat doe je minimaal om een brand te blussen?

a)

Alle elementen van de branddriehoek wegnemen.

b)

1 element van de branddriehoek wegnemen.

c)

2 elementen van de branddriehoek wegnemen.

44.
Welke voorwaarden zijn er nodig voor een brand?
a)
Brandstof, Zuurstof, Stikstof
b)
Brandstof, Zuurstof, Ontbrandingstemperatuur
c)
Zuurstof, Benzine, Hout
d)
Stikstof, Zuurstof, Zwafel, ontbrandingstemperatuur
45.
Een verbrandingsreactie heeft altijd het volgende reactieschema
a)
Brandstof --> Koolstof + water
b)
Brandstof + Benzine --> Koolstofdioxide
c)
Brandstof + Zuurstof --> verbrandingsproducten
d)
Hout + Lucht + vuur --> verbrandingsproducten
46.

In de afbeelding zie je een bord met gekookte aardappelen. Er is wat jodiumoplossing bij gedaan.


Bevat een aardappel wel of geen zetmeel?

a)

een aardappel bevat wel zetmeel, want met de jodiumoplossing is de aardappel blauwzwart gekleurd

b)

een aardappel bevat geen zetmeel, want met de jodiumoplossing is de aardappel blauwzwart gekleurd

47.
Wat is de indicator voor zetmeel?
a)
Jodium
b)
Kalkwater
c)
Fehling A en B
d)
Fehling B
48.

Je gebruikt een indicator om zetmeel aan te tonen. Welke kleur heeft zetmeeloplossing met de indicator erbij?

a)

wit

b)

doorzichtig

c)

paars

d)

troebel