wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

NED Taalv. H3 pv ev of mv

Total questions: 26

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

branweerlui

a)

enkelvoud

b)

meervoud

2.

de stapels zand

a)

enkelvoud

b)

meervoud

3.

de voetbalclub

a)

enkelvoud

b)

meervoud

4.

een setje handschoenen

a)

enkelvoud

b)

meervoud

5.

financiën

a)

enkelvoud

b)

meervoud

6.

het bestuur

a)

enkelvoud

b)

meervoud

7.

het vee

a)

enkelvoud

b)

meervoud

8.

jouw hersens

a)

enkelvoud

b)

meervoud

9.

mazelen

a)

enkelvoud

b)

meervoud

10.

mijn schrift met aantekeningen

a)

enkelvoud

b)

meervoud

11.

In de zin is het onderwerp onderstreept. Vul het belangrijkste woord uit het onderwerp in.


De oplossing voor deze moeilijke wiskundevragen is / zijn door een leerling gevonden.

a)

oplossing

b)

moeilijk

c)

wiskundevragen

d)

moeilijke wiskundevragen

e)

deze moeilijke wiskundevragen

12.

De oplossing voor deze moeilijke wiskundevragen is / zijn door een leerling gevonden.

a)

is

b)

zijn

13.

In de zin is het onderwerp onderstreept. Vul het belangrijkste woord uit het onderwerp in.


Gisteren vloog / vlogen in onze tuin een zwerm wespen.

a)

tuin

b)

onze tuin

c)

wespen

d)

zwerm wespen

e)

zwerm

14.

Gisteren vloog / vlogen in onze tuin een zwerm wespen.

a)

vloog

b)

vlogen

15.

In de zin is het onderwerp onderstreept. Vul het belangrijkste woord uit het onderwerp in.


De spaken in mijn fietswiel is / zijn allemaal door de fietsenmaker vervangen.

a)

spaken

b)

fietswiel

c)

allemaal

d)

fietsenmaker

16.

De spaken in mijn fietswiel is / zijn allemaal door de fietsenmaker vervangen.

a)

is

b)

zijn

17.

In de zin is het onderwerp onderstreept. Vul het belangrijkste woord uit het onderwerp in.


Na de explosie werd / werden de flat met bewoners geëvacueerd.

a)

explosie

b)

flat

c)

bewoners

d)

geëvacueerd

18.

Na de explosie werd / werden de flat met bewoners geëvacueerd.

a)

werd

b)

werden

19.

In de zin is het onderwerp onderstreept. Vul het belangrijkste woord uit het onderwerp in.


De meeste deelnemers aan de halve marathon van Amsterdam deed / deden er twee uur over.

a)

meeste

b)

deelnemers

c)

meeste deelnemers

d)

halve marathon

e)

Amsterdam

20.

De meeste deelnemers aan de halve marathon van Amsterdam deed / deden er twee uur over.

a)

deed

b)

deden

21.

In de zin is het onderwerp onderstreept. Vul het belangrijkste woord uit het onderwerp in.


Bij ons in de straat werd / werden een rijtje huizen ontruimd na de bommelding.

a)

in de straat

b)

ons

c)

rijtje

d)

huizen

e)

bommelding

22.

Bij ons in de straat werd / werden een rijtje huizen ontruimd na de bommelding.

a)

werd

b)

werden

23.

Welke onderwerpen passen op de puntjes? Meerdere antwoorden kunnen goed zijn.


... verspreidden zich over de Efteling.

a)

De groep toeristen

b)

De leerlingen uit groep 7

c)

Een zwerm agressieve wespen

d)

Vier kabouters

24.

Welke onderwerpen passen op de puntjes? Meerdere antwoorden kunnen goed zijn.


... veroorzaakte een verschrikkelijke chaos.

a)

Annelies en mevrouw Van Vleuten van Engels

b)

De ontsnapte chimpansees in de dierentuin

c)

Een mensenmassa

d)

Ik

25.

Welke onderwerp past op de puntjes? Meerdere antwoorden kunnen goed zijn.


... komen meestal uit Zuid-Europa.

a)

Citroenen

b)

De lekkerste worsten

c)

Fruit in supermarkten

d)

Mensen met de achternaam 'di Giovanni'

26.

Welk onderwerp past op de puntjes? Meerdere antwoorden kunnen goed zijn.


... zorgen voor veel problemen in het milieu.

a)

Een grote hoeveelheid plastic in de zee

b)

Grote hoeveelheden plastic in de zee

c)

Het broeikaseffect

d)

Plastic