wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

nieren

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het urogenitaalapparaat?

a)

Urinewegen en de geslachtsorganen.

b)

urinewegen

c)

geslachtorganen

2.

Welke functies heeft het urogenitaalapparaat?

a)

- Verwijderen gifstoffen uit het bloed

- Handhaven inwendige milieu (zuur-base balans en zoutbalans)

- Productie vitamine D

- Aanmaak hormonen

- Voortplanting.

b)

handhaven inwendige milieu, productie vitamine D

c)

aanmaak hormonen

3.

Beschrijf de vorming van urine.

a)

de schors bestaat uit filters en die voegen nog stofjes die daarna kan worden worden geplast

b)

De schors van de nier bestaat uit heel veel kleine filtertjes, ongeveer 200.000 tot 400.000 per nier. In deze filtertjes wordt de eerste urine gemaakt. Deze urine is nog niet geschikt om uit geplast te worden, er zitten namelijk nog allerlei nuttige stoffen in en bevat veel te veel water.

Ieder filtertje in de schors sluit aan op een buisje in het niermerg. In deze buisjes worden nuttige stoffen en veel water uit de eerste urine gehaald. Deze buisjes komen uit op grotere buisjes die in het nierbekken uitmonden.

De urine in het nierbekken wordt afgevoerd door de urineleider.

4.

Wat gebeurt er voor en tijdens het urineren van het dier, hoe wordt dit aangestuurd?

a)

Als een dier een volle blaas heeft zal de blaaswand uitrekken. Hierdoor worden zintuigcellen in de blaaswand geprikkeld.

Vanuit de blaaswand gaat een zenuwsignaal naar het ruggenmerg en de hersenen. Als het moment geschikt is om te plassen zal er een signaal vanuit de hersenen naar de blaas gaan waarna de spieren in de blaas samentrekken. Tegelijkertijd ontspant de spier in de blaashals en stroomt de urine door de plasbuis naar buiten.

Om het urineren te bespoedigen worden de buikspieren ook aangespannen. Hierdoor wordt de druk op de blaas vergroot waardoor de urine sneller uit de blaas stroomt.

b)

met een volle blaas word de uit gerekt waardoor de zintuigen worden geprikkeld en er een signaal naar de ruggenmerg gaat en die er voor zorgt dat er geplast kan worden

5.

Welke aanvullende onderzoeken zijn er van de nieren en de urinewegen?

a)

urine-bloed onderzoek

b)

Urineonderzoek, bloedonderzoek, röntgenfoto, echo, endoscopie, laparotomie, laparoscopie.

c)

operatie

6.

Uit welke onderdelen bestaat het urineonderzoek? Wat onderzoek je met de diverse onderdelen?

a)

- Urine-strip: met behulp van een speciaal plastic strookje kan worden vastgesteld of er bloed in de urine aanwezig is, wat de zuurgraad (pH) van de urine is, of er te veel eiwitten in de urine aanwezig zijn enz.

- Soortelijk gewicht: met dit onderzoek wordt vastgesteld of de urine geconcentreerd of waterig is.

- Microscopisch onderzoek: met dit onderzoek kunnen bijvoorbeeld kristallen in de urine worden aangetoond.

b)

urinestrip-bloedonderzoek

7.

Welke symptomen kunnen wijzen op problemen van nieren en/of afvoerende urinewegen?

a)

geen urine bloed plassen pijnlijk zitten en veel kramp

b)

Te weinig of geen urine, moeizaam plassen, onzindelijk ’s nachts, te vaak plassen, pijnlijk plassen, bloed in urine, afwijkende geur urine.

8.

Wat zijn schrompelnieren

a)

nieren die verschrompelt zijn en niet meer werken

b)

Chronisch nierfalen. Deze aandoening wordt veel bij oudere katten en honden gezien. De nieren zijn kleiner en onregelmatig. Soms is duidelijk dat er een andere aandoening deze chronische nierontsteking heeft veroorzaakt, maar veel vaker is de oorzaak onbekend.

9.

Wat is meestal de oorzaak van een blaasontsteking bij de hond? En wat is de oorzaak bij de kat?

a)

Bij de kat wordt de blaasontsteking zelden veroorzaakt door een bacteriële infectie.

Bij de hond wordt een blaasontsteking door een bacterie juist veel vaker gezien.

b)

bij hond baterie

bij kat een ziekte

10.

Wat is incontinentie? Wat is het verschil tussen actieve en passieve incontinentie? Wat zijn de oorzaken van deze 2 vormen van incontinentie?

a)

Dieren die incontinent zijn plassen op plaatsen die hier niet voor bedoeld zijn.

Actieve incontinentie: bij deze vorm van incontinentie plast het dier actief. Oorzaken van actieve incontinentie zijn gedragsprobleem, blaasontsteking en pu/pd.

Passieve incontinentie: bij deze vorm van incontinentie verliezen de dieren urine, zonder dat ze dit in de gaten hebben. Oorzaken van passieve incontinentie zijn aandoening blaasuitgang en neurologisch probleem.

b)

actief: overal plassen

passief helemaal niet plassen of heel moeilijk plassen