wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Stijlfiguren, beeldspraak en rijm

Total questions: 20

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Meneer Bartholomeus gebruikt graag titels van Suske en Wiske zoals De Preutse Prinses, De Wilde Weldoener en De Kale Kapper.

a)

Parallellisme

b)

Personificatie

c)

Alliteratie

d)

Assonantie

2.

's Nachts stond er een zilveren sikkel aan de hemel.

a)

Metafoor

b)

Vergelijking

c)

Metonymie

d)

Synesthesie

3.

Welke vorm van beeldspraak zie je hier?

a)

Een metafoor

b)

Een vergelijking

c)

Een personificatie

4.

Je kamer lijkt wel een zwijnenstal.

a)

vergelijking

b)

metonymie

c)

metafoor

d)

personificatie

5.

Ik heb wel een eeuw op je gewacht.

a)

hyperbool

b)

enjambement

c)

ellips

d)

parallellisme

6.

Ik heb mijn ijzers ondergebonden.

a)

Metonymie

b)

Personificatie

c)

Vergelijking

d)

Metafoor

7.

We zullen naar school gaan om te leren, we zullen naar bed gaan om uit te rusten.

a)

opsomming

b)

parallelllisme

c)

hyperbool

d)

tegenstelling

8.

Dat zullen we echt, echt goed oplossen.

a)

herhaling

b)

enjambement

c)

vooropplaatsing/prolepsis

d)

parallellisme

9.

Hij vroeg de ouders de hand van hun dochter.

a)

Metoniem

b)

Personificatie

c)

Vergelijking

d)

Metafoor

10.

Welke rijmvorm herken je in dit gedicht?

a)

Gepaard rijm

b)

Omarmend rijm

c)

Gekruist rijm

d)

Vrij vers

11.

Welke rijmvorm herken je in dit gedicht?

a)

Gepaard rijm

b)

Omarmend rijm

c)

Gekruist rijm

d)

Vrij vers

12.

Welke rijmvorm herken je in dit gedicht?

a)

Gepaard rijm

b)

Omarmend rijm

c)

Gekruist rijm

d)

Vrij vers

13.

Zo diep vond ik dat water niet!

a)

Alliteratie

b)

Assonantie

c)

Gekruist rijm

d)

Omarmend rijm

14.

Indien akkoord graag ondertekend retour.

a)

Enjambement

b)

Opsomming

c)

Ellips

d)

Prolepsis/vooropplaatsing

15.

Welk stijlfiguur herken je in de eerste twee verzen?


Schimmenspel


Als de zon en ook mijn vrienden

zijn verdwenen

struin ik nog buiten rond.

Achter raam na raam na raam

sluiten gordijnen en gaan lampen aan.

Op straat wordt het snel later

als elk venster zijn verhaal vertelt

in mijn schaduwstraattheater.

a)

Enjambement

b)

Opsomming

c)

Ellips

d)

Vooropplaatsing/prolepsis

16.

Vis, dat wil ik iedere dag eten!

a)

Enjambement

b)

Opsomming

c)

Ellips

d)

Vooropplaatsing/prolepsis

17.

In ziekte en gezondheid bleef het verliefde stel bij elkaar.

a)

Ellips

b)

Herhaling

c)

Parallellisme

d)

Tegenstelling

18.

Typ een alliteratie met je eigen voornaam!

4 lines
19.

Er zijn leugens, pertinente leugens en statistieken.

a)

Enjambement

b)

Opsomming

c)

Ellips

d)

Vooropplaatsing

20.

Helaas betaal je nog altijd meer voor een Van Gogh dan voor een Feryn.

a)

Parallellisme

b)

Overdrijving/hyperbool

c)

Metonymie

d)

Metafoor