wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3 Havo aardrijkskunde hfst 5

Total questions: 35

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Warme lucht stijgt en koude lucht daalt.

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

Bij de evenaar stijgt warme lucht op door opwarming van het aardoppervlak. Aan de grond ontstaat daarom een hogedrukgebied

a)

juist

b)

onjuist

3.

Bij de polen is het koud, daarom daalt daar de lucht. Bij de polen vind je daarom een ...

a)

hogedrukgebied

b)

lagedrukgebied

4.

Welke regel over wind is juist?

a)

Wind waait altijd van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied

b)

Wind waait altijd van een lagedrukgebied naar een hogedrukgebied

5.

De Wet van Buys Ballot houdt in dat, de wind op het noordelijk halfrond een afwijking naar rechts heeft en op het zuidelijk halfrond naar links

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

De afbeelding laat zien dat de wind van land naar zee stroomt. Dat heet aflandige wind.

a)

juist

b)

onjuist

7.

Je ziet hier een situatie waarbij veel neerslag valt

a)

juist

b)

onjuist

8.

In India komt deze neerslagvorm voor bij de West-Ghats en de Himalaya.

a)

stijgingsneerslag

b)

stuwingsneerslag

9.

Land C

a)

Nepal

b)

Pakistan

c)

Bhutan

d)

Bangladesh

10.

zee met de letter b

a)

Arabische zee

b)

Ganges

c)

Golf van Bengalen

d)

Indische Oceaan

11.

rivier e en rivier f

a)

e = Ganges ; f = Indus

b)

e = Brahmaputra ; f = Ganges

c)

e = Ganges ; f = Brahmaputra

d)

e = Indus; f = Brahmaputra

12.

plaats 1 = Delhi ; plaats 7 = Bangalore

a)

juist

b)

onjuist

13.

Welk land is geen buurland van India?

a)

Bhutan

b)

Pakistan

c)

Bangladesh

d)

Japan

14.

Wat is er aan de hand met de Ganges?

a)

sterk vervuild

b)

bijna opgedroogd

c)

vele overstromingen

d)

er leven geen vissen meer in

15.

Wat zijn sloppenwijken? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

huizen gebouwd van slecht materiaal

b)

Hier wonen de arme mensen

c)

Wijken met hoge appartementen

d)

gebouwd op legale grond

e)

liggen buiten de stad

16.

Hoeveel mensen leven in India in armoede? In op de ...

a)

11

b)

22

c)

33

d)

44

17.

Voor er in het platteland scholen waren moesten kinderen...

a)

gaan werken

b)

heel de dag spelen

c)

thuiszitten

18.

Wat is er aan de hand met de moesson? (Er zijn meerdere antwoorden mogelijk).

a)

worden elk jaar heviger

b)

elk jaar meer droogte

c)

ze duren langer

d)

Ze komen niet meer overal voor

19.

Het uitwisselen van mensen, goederen, geld, goederen en ideeën, op mondiale schaal heet ... (leerdoel 24)

a)

outsourcing

b)

globalisering

c)

ruilvoetverslechtering

d)

duale economie

20.

Welke uitspraak over de ontwikkelingskenmerken in India zijn juist? (leerdoel 25)

a)

Het gemiddeld inkomen per huishouden in India is erg hoog

b)

India heeft een hoog percentage mensen in de dienstensector

c)

De levensverwachting in India is laag, maar niet zo laag als in Afrika

21.

Welke ontwikkelingskenmerken horen bij een arm land? (leerdoel 25)

a)

levensverwachting is laag

b)

zuigelingensterfte per 1000 geboortes is laag

c)

geboortecijfer per 1000 inwoners is laag

d)

urbanisatiegraad is laag

22.

Hieronder staan 2 suitspraken. Welk antwoord is juist? (leerdoel 26)

I Alleen multinationals doen aan outsourcing

II Multinationals houden zich alleen bezig met de productie van goederen.

a)

I en II zijn juist

b)

I en II zijn onjuist

c)

I is juist en II is onjuist

d)

I is onjuist en II is juist

23.

Outsourcing heeft voor India alleen maar voordelen. (leerdoel 27)

a)

juist

b)

onjuist

24.

Welk begrip hoort op de stippellijntjes? (leerdoel 24, 28)

Bij (..........) wordt op mondiale schaal bekeken waar goederen het best kunnen worden gemaakt. Zo goed en zo goedkoop mogelijk.

a)

globalisering

b)

internationalisering

c)

opkomende landen

d)

outsourcing

25.

Waar in India vind je de SEZ's (speciale economische zones)? (leerdoel 29)

a)

alleen langs de kust

b)

alleen bij grote steden

c)

Bij grote steden en langs de kust

d)

Op het platteland

26.

Waarom trekt India vooral IT-bedrijven? (leerdoel 31)

a)

In India is het de cultuur om hard te werken

b)

In India spreken veel mensen in de IT Engels

c)

De overheid heeft veel geïnvesteerd in de IT-infrastructuur

d)

De overheid heeft belastingen ingevoerd op computerdiensten

27.
Er wonen geen mensen hoog in de Himalaya, omdat
a)
het daar te druk is
b)
het daar te warm is
c)
het daar te koud is
d)
het daar te rustig is
28.
Wanneer is iets hooggebergte?
a)
Als de meeste toppen boven de 500meter zijn
b)
Als de meeste toppen boven de 1000 meter zijn
c)
Als de meeste toppen boven de 1500 meter zijn
d)
Als de meeste toppen boven de 2500 meter zijn
29.

Convergentie is

a)

het naar elkaar bewegen van platen

b)

Het naast elkaar schuiven van platen

c)

Het uit elkaar schuiven van platen

30.

De Himalaya is een voorbeeld van ?

a)

Convergentie

b)

Divergentie

31.

Aan de westkust en in het noordoosten van India valt vooral in de ...... veer regen. Dan waait de vochtige .... vanaf de zee naar het land.

a)

Moesson - zomer

b)

Bergen - zee

c)

Zee - bergen

d)

zomer - moesson

32.

De godsdienst die het meeste voorkomt in India is ...

a)

Christendom

b)

Hindoeïsme

c)

Islam

d)

Boeddhisme

33.

In het midden van India ligt de hoogvlakte het regent er niet veel daarom komende volgende klimaten daarvoor:

a)

Steppe - Woestijn

b)

Steppe - Savanne

c)

Steppe - Tropische regenwoud

d)

Tropische regenwoud - Savanne

34.

In het noorden van India ligt het gebergte ...

a)

De Andes

b)

De Himalaya

c)

De Alpen

35.

India was een kolonie van ..

a)

Engeland

b)

Nederland

c)

Frankrijk

d)

België