WorksheetsBasis 3 Economie Hoofdstuk 3 Begrippen
Total questions: 21
Worksheet time: 11mins
Chartaal geld
Drie manieren om geld te gebruiken: ruilmiddel/rekenmiddel/spaarmiddel
Alle middelen die je nodig hebt om te produceren: natuur, arbeid en kapitaalgoederen.
Wettige betaalmiddelen: bankbiljetten en munten.
Pinpassen en creditkaarten
Directe ruil
Het ruilen van producten door gebruik te maken van geld.
Een directe lening van de bank waar in ruil rente voor betaald wordt.
Goederen worden geruild tegen geld.
Het ruilen van producten zonder gebruik te maken van geld.
geldfuncties
Met geld en tijd kun je in je behoeften voorzien. Geld en tijd zijn middelen.
De gewone, dagelijkse uitgaven voor bijvoorbeeld voeding, zakgeld, persoonlijke verzorging en cadeautjes.
Het opzijzetten (sparen) van geld om hier later grote of onverwachte uitgaven mee te betalen.
Drie manieren om geld te gebruiken: ruilmiddel/rekenmiddel/spaarmiddel
Indirecte ruil
Het ruilen van producten zonder gebruik te maken van geld.
Goederen worden geruild tegen geld.
Bij het afnemen van een lening bij een bank betaal je indirecte rente.
Indirecte kosten die worden gemaakt wanneer directe ruil wordt toegepast.
Saldo
De hoeveelheid geld op je bankrekening. Je hebt een tekort of een tegoed.
Een vergoeding van de bank over je spaargeld, omdat de bank jouw geld mag gebruiken.
Een vergoeding aan de bank voor een lening, omdat jij het geld van de bank mag gebruiken.
Het loon dat je ontvangst na inhouding van belasting en sociale premies.
Rente (bij sparen)
Een vergoeding aan de bank voor een lening, omdat jij het geld van de bank mag gebruiken.
Een lening (krediet) voor de aankoop van consumptiegoederen.
Een vergoeding van de bank over je spaargeld, omdat de bank jouw geld mag gebruiken.
De verschillende soorten leningen, zoals een persoonlijke lening, een doorlopend krediet en een salariskrediet.
Spaarmotieven
Redenen om te sparen: een voor bepaald doel/uit voorzorg/ voor de rente
Het niet uitgeven van een deel van je inkomen.
De verschillende soorten leningen, zoals een persoonlijke lening, een doorlopend krediet en een salariskrediet.
Het bedrag dat de verzekeraar uitkeert voor de financiële gevolgen van een schade.
Sparen
Redenen om te sparen: een voor bepaald doel/uit voorzorg/ voor de rente
Goederen worden geruild tegen geld.
Het niet uitgeven van een deel van je inkomen.
Degene die een verzekering afsluit bij een verzekeraar.
Consumptief krediet
De kosten van een lening (krediet).
Een lening (krediet) voor de aankoop van consumptiegoederen.
De hoeveelheid geld op je bankrekening. Je hebt een tekort of een tegoed.
Een vergoeding aan de bank voor een lening, omdat jij het geld van de bank mag gebruiken.
Kredietkosten
Een lening (krediet) voor de aankoop van consumptiegoederen.
De hoeveelheid geld op je bankrekening. Je hebt een tekort of een tegoed.
Het ruilen van producten zonder gebruik te maken van geld.
De kosten van een lening (krediet).
Leenmotieven
Een test waarbij dezelfde producten van verschillende merken met elkaar vergeleken worden. Er wordt gelet op bijvoorbeeld prijs, kwaliteit en milieu.
Er zijn drie redenen (motieven) om te lenen: je komt tijdelijk geld tekort/ je wilt eerder profiteren van je aankoop, omdat je voor een hele grote aankoop veel te lang zou moeten sparen/ je hebt dringend geld nodig om iets te vervangen wat stuk is gegaan.
Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering. Een verzekering die de schade dekt die je met je motorvoertuig aan anderen toebrengt. Deze verzekering is wettelijk verplicht.
Deze wet regelt dat de fabrikant aansprakelijk is voor de schade die door een gebrekkig product ontstaat.
Leenvormen
Een lening (krediet) voor de aankoop van consumptiegoederen.
De verschillende soorten leningen, zoals een persoonlijke lening, een doorlopend krediet en een salariskrediet.
De kosten van een lening (krediet).
Redenen om te sparen: een voor bepaald doel/uit voorzorg/ voor de rente
Rente (bij lenen)
Een vergoeding van de bank over je spaargeld, omdat de bank jouw geld mag gebruiken.
Een lening (krediet) voor de aankoop van consumptiegoederen.
Een vergoeding aan de bank voor een lening, omdat jij het geld van de bank mag gebruiken.
Een verzekeringsmaatschappij. Een bedrijf dat verzekeringen aanbiedt.
Eigen risico
Het deel van de schade dat niet wordt vergoed door de verzekeraar maar dat de verzekerde zelf moet betalen.
Het bewijs dat je bent verzekerd.
Het bedrag dat je voor een verzekering betaald.
Het bedrag dat de verzekeraar uitkeert voor de financiële gevolgen van een schade.
Polis
Het deel van de schade dat niet wordt vergoed door de verzekeraar maar dat de verzekerde zelf moet betalen.
Het bedrag dat je voor een verzekering betaald.
Een soort verzekering dat betrekking heeft op een hypotheek.
Het bewijs dat je bent verzekerd.
Premie
Het bedrag dat je voor een verzekering betaald.
Het overnemen van de financiële gevolgen van een schade van een verzekerde door een verzekeraar.
Het deel van de schade dat niet wordt vergoed door de verzekeraar maar dat de verzekerde zelf moet betalen.
Degene die een verzekering afsluit bij een verzekeraar.
Schade-uitkering
Het bedrag dat de verzekeraar uitkeert voor de financiële gevolgen van een schade.
Degene die een verzekering afsluit bij een verzekeraar.
Een verzekeringsmaatschappij. Een bedrijf dat verzekeringen aanbiedt.
Een vergoeding aan de bank voor een lening, omdat jij het geld van de bank mag gebruiken.
Verzekeraar
Het bedrag dat de verzekeraar uitkeert voor de financiële gevolgen van een schade.
Een verzekeringsmaatschappij. Een bedrijf dat verzekeringen aanbiedt.
Het overnemen van de financiële gevolgen van een schade van een verzekerde door een verzekeraar.
De verschillende soorten leningen, zoals een persoonlijke lening, een doorlopend krediet en een salariskrediet.
Verzekeren
Het overnemen van de financiële gevolgen van een schade van een verzekerde door een verzekeraar.
Een verzekeringsmaatschappij. Een bedrijf dat verzekeringen aanbiedt.
Het bedrag dat de verzekeraar uitkeert voor de financiële gevolgen van een schade.
Het bewijs dat je bent verzekerd.
Verzekerde
Een verzekeringsmaatschappij. Een bedrijf dat verzekeringen aanbiedt.
Het bewijs dat je bent verzekerd.
Degene die een verzekering afsluit bij een verzekeraar.
Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering. Een verzekering die de schade dekt die je met je motorvoertuig aan anderen toebrengt. Deze verzekering is wettelijk verplicht.
WA-verzekering voor motorvoertuigen
Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering. Een verzekering die de schade dekt die je jezelf aan doet. Deze verzekering is wettelijk niet verplicht.
Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering. Een verzekering die de schade dekt die je jezelf aan doet. Deze verzekering is wettelijk verplicht.
Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering. Een verzekering die de schade dekt die je met je motorvoertuig aan anderen toebrengt. Deze verzekering is niet wettelijk verplicht.
Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering. Een verzekering die de schade dekt die je met je motorvoertuig aan anderen toebrengt. Deze verzekering is wettelijk verplicht.
