wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Politieke stromingen en -ismes, H5.4, 2 vwo

Total questions: 15

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Hoe goed ken je alle -ismes?

a)

Niet heel goed

b)

Best goed

c)

Heel erg goed

d)

Ik ken ze allemaal 100%

2.

Welke van de volgende stromingen zijn voor algemeen kiesrecht?

a)

Socialisme

b)

Feminisme

c)

Liberalisme

d)

Conservatisme

3.

Vanuit welke stroming zou de volgende uitspraak kunnen komen:

De wereld veranderd te snel, we moeten alles houden zoals het was!

a)

Nationalisme

b)

Feminisme

c)

Conservatisme

d)

Bewaarisme

4.

Welk land in de 19e eeuw is ontstaan door de opkomst van het nationalisme.

(a)  

5.

Hoe heet deze man?

(a)  

6.

Welke stroming heeft deze man bedacht?

a)

Socialisme

b)

Fascisme

c)

Confessionalisme

d)

Nationalisme

7.

De eerste politieke partij in Nederland was de ARP (Anti Revolutionaire Partij) opgericht in 1879. Welke politieke stroming hing deze partij aan?

a)

Liberalisme

b)

Confessionalisme

c)

Militairisme

d)

Socialisme

8.

Wat heeft Otto von Bismarck voor het moderne Duitsland betekend?

a)

Hij zorgde ervoor dat Duitsland een groot leger kreeg.

b)

Hij wist de koning van Duitsland te overtuigen om de grondwet te wijzigen.

c)

Hij wist de vele kleine Duitse staatjes verenigd tot een groot land.

d)

Hij heeft Rusland veroverd tijdens de Tweede Wereldoorlog.

9.

Welke stroming past het best bij de eenwording van Duitsland?

a)

Liberalisme

b)

Nationalisme

c)

Socialisme

d)

Germanisme

10.

Welke stroming past bij de volgende uitspraak?

De overheid moet zowel christelijke als openbare scholen financieren.

(a)  

11.

Welke stroming is voor vrouwen rechten?

(a)  

12.

Een (a)   is voor hogere lonen voor de arbeiders.

13.

Een (a)   wil het liefst dat de overheid zo min mogelijk doet.

14.

Het communisme is een vertakking van?

a)

Socialisme

b)

Comneisme

c)

Nationalisme

d)

Liberalisme

15.

Wat was het gevolg van de scholenstrijd?

a)

De overheid betaalde alleen nog voor openbare scholen.

b)

Er kwam algemeen mannen kiesrecht.

c)

De socialisten werden de grootste partij in de tweedekamer

d)

Er kwam algemeen vrouwen kiesrecht