wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Regeling & Waarnemen

Total questions: 33

Worksheet time: 52mins

Name
Class
Date
1.
In je oog gaat het licht achtereenvolgens door:
a)
Pupil - hoornvlies - lens - glasachtig lichaam - netvlies
b)
Hoornvlies - lens - pupil - glasachtig lichaam - netvlies
c)
Hoornvlies - pupil - lens - glasachtig lichaam - netvlies
d)
Hoornvlies - pupil - lens - netvlies - glasachtig lichaam
2.
De pupil wordt kleiner door het samentrekken van spieren in de iris. In de iris bevinden zich kringspieren en lengtespieren.
Door het samentrekken van welke spieren wordt de pupil kleiner?
a)
alleen door het samentrekken van kringspieren
b)
alleen door het samentrekken van lengtespieren
c)
door het samentrekken van kringspieren en door het samentrekken
van lengtespieren
3.
Er wordt met een camera een foto gemaakt van een iris. Door het felle flitslicht trekken de kringspieren in de iris zich samen.
Verandert dan de grootte van de pupil?
a)
Nee
b)
Ja, de pupil wordt groter.
c)
Ja, de pupil wordt kleiner.
4.
De suikers die bij de afbraak van zetmeel ontstaan, worden vanuit de dunne darm door het bloed naar de lever gevoerd.
In de lever worden deze suikers omgezet in glycogeen en daarna opgeslagen.
Waar in het lichaam wordt nog meer veel glycogeen opgeslagen?
a)
in de botten
b)
in de spieren
c)
onder de huid
5.
Bij oudere mensen vermindert soms het gezichtsvermogen doordat de gele vlek wordt aangetast.

In welk gebied bevindt zich de genoemde aantasting? (afbeelding)
a)
gebied 1
b)
gebied 2
c)
gebied 3
6.
Twee delen van het oog zijn het hoornvlies en het glasachtig lichaam. Welke delen zijn doorzichtig?
a)
Geen van beide
b)
Hoornvlies
c)
Glasachtig lichaam
d)
Zowel het hoornvlies als het glasachtig lichaam
7.
Welke opmerking over impulsen is juist?
a)
Impulsen laten zintuigen reageren.
b)
 Impulsen bevatten informatie over de situatie buiten het lichaam.
c)
 Impulsen kunnen ontstaan in zintuigen.
d)
 Impulsen gaan altijd naar spieren toe.
8.
Myrthe zegt dat insuline wordt gemaakt in de alvleesklier
Bram zegt dat glucagon wordt gemaakt in de Eilandjes van Langerhans
Wie heeft er gelijk?
a)
Geen van beide
b)
Alleen Myrthe
c)
Alleen Bram
d)
Allebei
9.
Het centrale zenuw-stelsel bestaat uit:
a)
Zenuwen
b)
Zenuwen en de hersenen
c)
Zenuwen en het ruggenmerg
d)
De hersenen en het ruggenmerg
10.

Wat is de functie van de kleine hersenen

a)

Evenwicht houden

b)

bewuste gewaarwording van prikkels

c)

Coördinatie van bewegingen

11.

Bij welk type zenuwcel ligt alleen het cellichaam in het centrale zenuwstelsel?

a)

Bij een schakelcel

b)

Bij een gevoelszenuwcel

c)

Bij een bewegingszenuwcel

d)

Bij geen van bovenstaande

12.

Wat is het verschil tussen een bewuste reactie en een onbewuste reactie (reflex)?

a)

Bij een reflex voel je eerst de pijn en daarna maak je de beweging

b)

Bij een reflex maak je eerst de beweging en daarna voel je pas de pijn

13.

Wat is de functie van de grote hersenen?

a)

Coordinatie van bewegingen

b)

Bewuste gewaarwording van omgeving

c)

Evenwicht bewaren

d)

Geen van bovenstaande

14.

Wat is de naam van onderdeel en 1 en wat geven de zwarte pijlen (2) aan in dit onderdeel?

a)

1 = celkern, 2 = prikkel

b)

1 = uitloper, 2 = impuls

c)

1 = uitloper, 2 = prikkel

d)

1 = cellichaam, 2 = impuls

15.

Welke letter geeft de hersenstam aan?

a)

Q

b)

R

c)

S

d)

T

16.
Waar zitten de schakelcellen?
a)
In het centraal zenuwstelsel
b)
Alleen in het ruggenmerg
c)
Alleen in de hersenen
d)
Overal in ons lichaam
17.
Bij de hersenen bevat het buitenste gedeelte (de schors) veel.....
a)
Cellichamen van schakelcellen
b)
uitlopers van schakelcellen
c)
Zowel cellichamen als uitlopers van schakelcellen
18.
Welke weg leggen impulsen af bij een reflexboog?
a)
Gevoelszenuwcel->schakelcel->grote hersenen->schakelcel_.bewegingszenuwcel
b)
Gevoelszenuwcel->schakelcel->hersenstam ->schakelcel_.bewegingszenuwcel
c)
Gevoelszenuwcel->schakelcel->bewegingszenuwcel
19.

Waar worden geen hormonen geproduceerd?

a)

Hypofyse

b)

Schildklier

c)

Bijnieren

d)

Nieren

20.
Hoe heet de klier die de stofwisseling / groei en ontwikkeling beïnvloed?
a)
Hypofyse
b)
Alvleesklier
c)
Eierstokken
d)
Schildklier
21.

Wat wordt getoond bij nummer twee?

a)

Epifyse

b)

Hypofyse

c)

Schildklier

d)

Thymus

22.

Welke hormoonklier reguleert de concentratie van bloedsuikers

a)

De geslachtsklieren

b)

De alvleesklier

c)

De bijschildklieren

d)

De hypofysevoorkwab

23.
Uit welke twee lagen bestaat de opperhuid?
a)
opperhuid en kiemlaag
b)
hoornlaag en opperhuid
c)
hoornlaag en kiemlaag
d)
kiemlaag en lederhuid
24.
In welke laag van de huid vind je de zintuigen?
a)
Opperhuid
b)
Lederhuid
c)
Onderhuidsbindweefsel
25.
Welk nummer is de zweetklier
a)
6
b)
1
c)
14
d)
5
26.
Welke nummers  hamer en aambeeld en stijgbeugel
a)
4, 5 en 10
b)
3, 4 en 5
c)
3, 4 en 6
d)
4 , 5 en 9
27.

Welk onderdeel wordt aangegeven met nummer 9?

a)

Het vaatvlies.

b)

Het harde oogvlies.

c)

Het netvlies.

d)

Het hoornvlies.

28.

Wat is de functie van de traanbuis?

a)

Traanvocht maken.

b)

Traanvocht opvangen.

c)

Traanvocht afvoeren naar de neusholte.

d)

Traanvocht afvoeren naar de keelholte.

29.

Welke zintuigcellen gebruik je om te zien als er weinig licht is?

a)

Kegeltjes.

b)

Staafjes.

30.

Als je gevoeliger wordt voor een adequate prikkel, dan is de drempelwaarde gestegen.

a)

Juist

b)

Onjuist

31.

Dit is bescherming voor je oog

a)

Hoornvlies

b)

Lens

c)

Netvlies

d)

Glasachtig lichaam

32.

Op deze plek op je netvlies liggen veel zintuigcellen

a)

Blinde vlek

b)

Gele vlek

c)

Oogzenuw

d)

Harde oogvlies

33.

Geluiden zijn ...

a)

Snel reizende deeltjes

b)

Trillingen in de lucht