Font size
WorksheetsHerhaling leerstof 3e trimester Campus 2
Total questions: 111
Worksheet time: 1hrs 6mins
Wat is het bijwoord?
De jongen rende hard.
jongen
rende
hard
de
Benoem het bijwoord.
De auto rammelt erg.
auto
rammelt
erg
de
Benoem het bijwoord.
Dat is een bijzonder mooie fiets.
bijzonder
mooie
fiets
Dat
Benoem het bijwoord.
Ik vind dat een heel rare uitleg.
vind
heel
rare
uitleg
Benoem het bijwoord.
Hij koopt snel een nieuwe pen.
koopt
snel
nieuwe
pen
Benoem het bijwoord.
Hij typt de zinnen verkeerd.
typt
zinnen
verkeerd
Hij
Benoem het bijwoord.
Zij bouwde een ontzettend groot gebouw.
bouwde
ontzettend
groot
gebouw
Benoem het bijwoord.
Dat was een enorm slechte grap.
enorm
slechte
grap
was
Benoem het bijwoord.
We zagen het verschrikkelijk mooie vuurwerk.
zagen
verschrikkelijk
mooie
vuurwerk
'Vruchteloos probeerden wij de opdracht te maken.' Is het woord 'vruchteloos' een:
bijvoeglijk naamwoord
bijwoord
bepaling
voornaamwoord
Ook later, was er iets dat ons ontsnapte. Welke functie heeft het woord 'later'
bijvoeglijk naamwoord
bijwoord
werkwoord
Wat is de functie van het onderstreepte woord:
Hij is ziek.
bijwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
zelfstandig naamwoord
Wat is de functie van het onderstreepte woord:
'Het gouden horloge van Stephan is gestolen.'
bijvoeglijk naamwoord
bijwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Over welke woordsoort kunnen bijwoorden niets zeggen?
werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
Waar of niet waar? Een bijvoeglijk naamwoord kan je verbuigen, een bijwoord niet.
Waar
Niet waar
Welke functie heeft het onderstreepte woord?
Morgen gaan we naar het zwembad.
bijvoeglijk naamwoord
bijwoord
aanwijzend voornaamwoord
zelfstandig naamwoord
Welke functie heeft het onderstreepte woord?
De leerkracht heeft hem nu drie keer gewaarschuwd.
bijvoeglijk naamwoord
telwoord
bijwoord
aanwijzend voornaamwoord
Wat is de functie van het onderstreepte woord?
Kato heeft het versleten, blauwe jasje eindelijk weggegooid.
zelfstandig naamwoord
bijwoord
bijvoeglijk naamwoord
vragend voornaamwoord
Benoem het bijwoord.
Na de les mochten ze eindelijk hun telefoon gebruiken.
Na
eindelijk
hun
gebruiken
Benoem de bijwoorden.
Achteraf weet ze dat ze beter had moeten oefenen.
Achteraf, had
ze, ze
beter, oefenen
Achteraf, beter
Benoem de woordsoort.
Misschien ga ik morgen naar de bioscoop.
Zelfstandig naamwoord (zn)
Bijwoord (bw)
Vragend voornaamwoord (vrag.vnw.)
Wat is het voegwoord?
Wanneer ik Femke zie, zal ik het haar vragen.
wanneer
zal
zie
Welk voegwoord moet worden ingevuld?
Wij repareren uw fiets .... u boodschappen doet!
intussen
terwijl
want
Welk voegwoord moet worden ingevuld?
Kampioen zullen zij niet worden, … er een wonder gebeurt.
tenzij
indien
doordat
Welk voegwoord moet worden ingevuld?
We gaan volgende week op vakantie, ........ oma die week geopereerd wordt.
tenzij
omdat
zodra
dus
Welk voegwoord moet worden ingevuld?
Ik doe er niet aan mee, ........ ik het zaakje niet vertrouw.
mits
dus
omdat
hoewel
Welk voegwoord moet worden ingevuld?
........ het nu mag of niet, we doen het!
Dus
Echter
Of
Zolang
Welk voegwoord moet worden ingevuld?
Ik ben voor niemand bang, ........ kom maar op!
want
en
maar
dus
Welk voegwoord moet worden ingevuld?
We stoppen met voetballen, ........ de bal is lek.
want
hoewel
maar
indien
Welk voegwoord moet worden ingevuld?
Lees eerst de gebruiksaanwijzing …. u het apparaat in gebruik neemt.
voordat
als
nadat
Enkelvoudige of samengestelde zin?
Enkelvoudige of samengestelde zin?
Onderschikking of nevenschikking?
Anne-Marie vertrouwt er niet op dat de postbode vandaag nog komt.
Onderschikking
Nevenschikking
Onderschikking of nevenschikking?
Nadat Wim de buurvrouw uitgescholden had, liep hij opgelucht naar buiten.
Onderschikking
Nevenschikking
Onderschikking of nevenschikking?
Lodewijk beslist morgen of hij de auto koopt.
Onderschikkend
Nevenschikkend
Onderschikking of nevenschikking?
De minister kondigde de bezuiniging aan, maar dat viel niet bij iedereen in goede aarde.
Onderschikking
Nevenschikking
Onderschikking of nevenschikking?
De minister kondigde de bezuiniging aan, maar dat viel niet bij iedereen in goede aarde.
Onderschikking
Nevenschikking
Onderschikking of nevenschikking?
Marieke haalde opgelucht adem en Joost klapte in zijn handen.
Onderschikking
Nevenschikking
"Jan vroeg zich af of hij de test opnieuw mocht maken."
'Of' is hier
onderschikkend voegwoord
nevenschikkend voegwoord
Schrijf voluit:
t.e.m.
(a)
Verbeter:
enquete
(a)
Wat is correct?
Elias pennenzak
Elias's pennenzak
Elias' pennenzak
Duid de zin aan die correct is gespeld.
'K maak nog te veel fouten in mijn dictee's.
'k Maak nog te veel fouten in mijn dictees.
'k Maak nog te veel fouten in mijn dictee's.
ik maak nog te veel fouten in mijn dictees.
Het meervoud van logo is...
logos
logoo's
logo's
l'ogos
In de winter____________ gaan wij vaak skiën
'S Winters
's Winters
's winters
s' Winters
Ik ga wel eens in de zomer_________ naar het zwembad
szomers
's zomers
s' somers
's Zomers
Opa zijn________ auto is gisteren gestolen
Opaas
Opa's
opa's
opas'
In de stad Tokyo rijden ontzettend veel_______
auto's
autoos
autos
autoo's
Welke twee betekenissen horen bij het homoniem: aanhanger
supporter
kar achter de auto
leiding
wapen
Zoek twee betekenissen bij het homoniem: leiding
Hij heeft veel pijn
Hij is de baas
Daar loopt water doorheen
Een ander woord voor deur
Welk homoniem hoort bij een bloem en witte korreltjes in je haar?
narcis
luizen
roos
neten
Welk homoniem hoort bij een mes dat niet scherp is en een deel van je lichaam?
arm
bot
scherp
schedel
Wat is het homoniem van: een deel van een vogel / piano?
snavel
veer
accordeon
vleugel
Welke drie betekenissen ken je bij het homoniem "mars"
nuts
planeet
soort reep met chocola
wandeltempo
Een ander woord voor 'enkel' is: alleen, wat is de andere?
niemand
gewricht bij je voet
pink
grijs
Een briljant is een diamant. Wat betekent briljant nog meer?
ring
dom
onhandig
heel knap
Wat is een hyperoniem?
een woord dat een overkoepeld begrip is ten opzichte van andere woorden
een woord dat een onderliggend begrip is ten opzichte van andere woorden
een woord dat hetzelfde klinkt, maar een andere betekenis heeft
een woord dat hetzelfde geschreven wordt, maar een andere betekenis heeft
Wat is een hyponiem?
een woord dat een overkoepeld begrip is ten opzichte van andere woorden
een woord dat een onderliggend begrip is ten opzichte van andere woorden
een woord dat hetzelfde klinkt, maar een andere betekenis heeft
een woord dat hetzelfde geschreven wordt, maar een andere betekenis heeft
Welk hyponiem past bij het hyperoniem 'gereedschap'
koffer
schroevendraaier
schaar
vork
Welk hyperoniem past bij deze woorden: sluipen, slenteren, marcheren, paraderen?
rennen
springen
sporten
wandelen
Gisteren hebben wij een toets gemaakt.
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
betrekkelijk voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
De toets die wij gemaakt hebben was erg moeilijk.
persoonlijk voornaamwoord
vragend voornaamwoord
onbepaald voornaamwoord
betrekkelijk voornaamwoord
Daarom wil ik graag weten welk cijfer ik gehaald heb.
aanwijzend voornaamwoord
betrekkelijk voornaamwoord
vragend voornaamwoord
persoonlijk voornaamwoord
Ouders willen jullie tijd niet verspillen aan fietsen.
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
Daarom mogen jullie vaak met de bus naar school.
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
Herinnert u zich nog dat u moet nakijken?
persoonlijk voornaamwoord
vragend voornaamwoord
onbepaald voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
Men vindt tegenwoordig steeds meer dat roken verboden moet worden.
persoonlijk voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
onbepaald voornaamwoord
Die leerling die daar loopt gaat naar het leerlingcentrum.
Aanwijzend voornaamwoord
Persoonlijk voornaamwoord
Bezittelijk voornaamwoord
Betrekkelijk voornaamwoord
Die leerling die daar loopt, gaat naar het leerlingcentrum.
Aanwijzend voornaamwoord
Persoonlijk voornaamwoord
Betrekkelijk voornaamwoord
Bezittelijk voornaamwoord
Iets wat ik me altijd al afgevraagd heb, is waarom de lucht blauw is.
aanwijzend voornaamwoord
betrekkelijk voornaamwoord
vragend voornaamwoord
onbepaald voornaamwoord
Iets wat ik me altijd al afgevraagd heb, is waarom de lucht blauw is.
Betrekkelijk voornaamwoord
Onbepaald voornaamwoord
Vragend voornaamwoord
Aanwijzend voornaamwoord
Wie gooide dat lege blikje? Welk woordsoort is 'gooide'?
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Wie gooide dat lege blikje? Welk woordsoort is 'lege'?
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Wie gooide dat lege blikje? Welk woordsoort is 'blikje'?
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Wat is de gekleurde woordsoort? In de metro kwam ik een oude vriend tegen.
zn
bn
lw
aanw.vnw
Wat is de gekleurde woordsoort? Uit het huis sloegen de vlammen omhoog.
zn
lw
bn
aanw.vnw
Heb je je hieraan gesneden? Wat is het gekleurde woordsoort?
pers.vnw
aanw.vnw
bn
zn
Ik heb je fiets even geleend.HET GEKLEURDE WOORDSOORT =
aanw.vnw
bn
bez.vnw
zn
Indirecte of directe rede?
Leo vroeg mij, waarom ik niet had gebeld.
Indirecte rede
Directe rede
Indirecte of directe rede?
Ik antwoordde: 'Dat was ik vergeten.'
Indirecte rede
Directe rede
'Ga je vanavond mee?' vroeg ik aan Inge.
Indirecte rede
Directe rede
Inge zei, dat ze vanavond nog moest werken.
Indirecte rede
Directe rede
Wat is goed geschreven?
Nog even knallen voor de toetsweek, zei Anna.
'Nog even knallen voor de toetsweek', zei Anna.
'Nog even knallen voor de toetsweek, zei Anna'.
'Nog even knallen voor de toetsweek,' zei Anna.
(die, dit, deze, dat, wat): De leerlingen ... daar zitten, zijn druk bezig.
(a)
(die, dit, deze, dat, wat): De leerlingen zijn goed bezig, ... de docent zeer waardeert.
(a)
(die, dit, deze, dat, wat): Het antwoordblad ... daar ligt, kun je gebruiken om na te kijken.
(a)
(die, dit, deze, dat, wat): Dit is het lekkerste ... ik ooit geproefd heb.
(a)
De mentor geeft de rapporten aan ...
hun
hen
zij
De politie geeft ... medewerkers een extraatje.
zijn
hun
haar
ze
De vriend van het meisje heeft ... teen gestoten.
zijn
haar
hun
ze
Wat is het meervoud van positie?
positiën
positieën
posities
positie's
Wat is het meervoud van penalty?
penalty's
penaltys
penalties
penaltiën
Waar moet de komma ?
De boeren moeten de dieren verminderen, want er is teveel stikstof.
De boeren moeten dieren verminderen want, er is teveel stikstof.
Waar moet de komma ?
We hebben veel huiswerk want, we hebben in de les niet gewerkt.
We hebben veel huiswerk, want we hebben in de les niet gewerkt.
Welke zin is goed ?
Dat is niet grappig omdat, je iemand discrimineert.
Ik vind dat spel niet leuk, omdat je in dat spel moet rijden.
Welke zin is goed?
Als je schrift vol is, moet je een nieuw schrift meenemen.
Als je schrift, vol is moet je een nieuw schrift meenemen.
Als je schrift vol is, moet je een nieuw, schrift meenemen.
Als, je schrift vol is moet je een nieuw schrift meenemen.
Welke zin is juist?
Tim ruim je kamer, eens op!
Tim ruim, je kamer eens op!
Tim, ruim je kamer eens op!
Tim ruim je kamer eens op!
Waar staan de aanhalingstekens in de onderstaande zin?
Ik heb helemaal geen zin in spinazie, riep Koen, je weet dat ik dat vies vind
Ik heb helemaal geen zin in spinazie, riep Koen, 'je weet dat ik dat vies vind.'
'Ik heb helemaal geen zin in spinazie', riep Koen, je weet dat ik dat vies vind.
'Ik heb helemaal geen zin in spinazie, riep Koen, je weet dat ik dat vies vind.'
'Ik heb helemaal geen zin in spinazie,' riep Koen, 'je weet dat ik dat vies vind.'
Welke zin is juist?
Ik weet niet of dat mag!, zei Mark tegen Thymo.
"Ik weet niet of dat mag!', zei Mark tegen Thymo.
'Ik weet niet of dat mag!' zei Mark tegen Thymo.
'Ik weet niet of dat mag!' zei, Mark tegen Thymo.
Een ... is een woord dat de betekenis van een ander woord volledig omvat, maar geen synoniem is van dat andere woord. Het ... heeft hierdoor altijd een ruimere betekenis dan het onderliggende woord.
Openbaar vervoer is een ... voor de bus, de trein, de metro ...
hyperoniem
hyponiem
Een ... is een woord dat een onderliggend begrip ten opzichte van een ander woord uitdrukt. Een ... kan samen met andere woorden onder één algemeen begrip geplaatst worden.
Cola en limonade zijn een ... van frisdrank.
hyperoniem
hyponiem
