wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2A beoordeling schrijven

Total questions: 23

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Welke zin is juist?

a)

Ik ga met me vrienden naar de bioscoop.

b)

Ik ga met mijn vrienden naar de bioscoop.

2.

Wat is juist?

a)

23-04-2017, Huizen

b)

Huizen, 23-04-2017

c)

23 april 2017 Huizen

d)

Huizen, 23 april 2017

e)

Huizen 23 april 2017

3.

Welke informatie schrijf je in de inleiding van een brief of e-mail

a)

Je stelt jezelf voor en vertelt de reden waarom je je brief schrijft.

b)

Je stelt je zelf voor.

c)

Je schrijft de reden van je brief.

4.
Welk schrijfdoel heeft deze tekst?
a)
informeren
b)
overtuigen
c)
amuseren
d)
activeren
5.
Je gebruikt in een recensie voorbeelden uit het boek om je verhaal te onderbouwen.
a)
Juist
b)
Onjuist
6.

welk plaatje is de activerende tekst?

a)
b)
c)
d)
7.

activerende tekst is een reclame bijv.?

a)

goed

b)

fout

8.

Welk plaatje is een informerende tekst?

a)
b)
c)
d)
9.

overtuigende tekst is overhalende tekst

a)

goed

b)

fout

10.

Voor welk publiek is deze tekst?

a)

Jonge kinderen

b)

Jongeren (12-18 jaar)

c)

Volwassenen (19-60 jaar)

d)

Bejaarden

11.

Voor welk publiek is deze tekst?

a)

Kleine kinderen

b)

Jongeren (12-18 jaar)

c)

Volwassenen (19-60 jaar)

d)

Bejaarden

12.

Een folder over tandhygiëne wil jou ...

a)

Amuseren

b)

Informeren

c)

Overtuigen

13.

Wat is het tekstdoel?

a)

Amuseren

b)

Informeren

c)

Overhalen

14.

"Ik vind dat vuurwerk moet worden afgeschaft, omdat er te veel ongelukken gebeuren".

a)

Dit is een betogende zin.

b)

Dit is een informerende zin.

c)

Geen van beide opties.

15.

Welke functie heeft de inleiding van een tekst meestal?

(a)  

16.
Wat is een alinea?
a)
een tussenkopje
b)
een inleiding
c)
een stukje tekst dat bij elkaar hoort
d)
een titel
17.

Veel teksten bestaan uit een:

a)

inleiding, kern en slot

b)

begin, hoofdzaak en bijzaken

c)

begin en eind

d)

inleiding, onderwerp en alinea's

18.

Die film duurt 160 minuten.

a)

Feit

b)

Mening

19.

Dit waren de saaiste uren uit mijn leven!

a)

Feit

b)

Mening

20.

Brussel is de hoofdstad van België.

a)

Feit

b)

Mening

21.
voor een goede mening heb je drie dingen nodig
a)
feiten, vooroordelen en een onderzoek
b)
feiten, thema's en een argument
c)
dingen moeten van verschillende kanten worden bekeken, thema's en argumenten
d)
feiten, argumenten en iets moet van verschillende kanten bekeken worden
22.

Wat een prachtige beweging!

a)

Feit

b)

Mening

23.

De zon schijnt vandaag.

a)

Feit

b)

Mening