wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling Nederlands 1ASO

Total questions: 50

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.

Het onderwerp van dit artikel is ...

a)

Mars

b)

Marsrover Perseverance

c)

Overspoeld met water

d)

Jezero-krater

2.

De hoofdgedachte van dit artikel is ...

a)

Marsrover bezoekt krater.

b)

Mars krijgt bezoek.

c)

De oudste kenmerken van de Jezero-krater op Mars.

d)

Marsrover zoekt naar leven in de Jezero-krater.

3.

Maak van deze zin een imperatief. (Gebruik hoofdletters en leestekens!)


Je moet oppassen voor de beer.

(a)  

4.

Wanneer je het 'juiste taalregister' kiest, kies je ...

a)

... of je Nederlands of een vreemde taal zal gebruiken.

b)

... of je formeel of informele taal zal gebruiken.

c)

... of je de woordenschat terugvindt in het register van het woordenboek.

5.

Deze zin bevat een ...


De bloemenpartij lijkt groter als je er dichtbij staat.

a)

werkwoordelijk gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

c)

geen van beide

6.

In deze situatie gebruik je best formeel/informeel taalgebruik.


Je vraagt aan een politieagent waar de Korenmarkt is.

a)

formeel

b)

informeel

7.

In deze situatie gebruik je best formeel/informeel taalgebruik.


Je bespreekt met een studiegenoot welke leerstof je niet moet kennen voor het examen.

a)

formeel

b)

informeel

8.

Wat is de beleefheidsvorm van 'je'?

a)

jou

b)

jullie

c)

u

9.

Maak van het woord tussen haakjes een onvoltooid verleden tijd.


Sarah (verhuist) (a)   naar Lokeren met haar familie.

10.

Maak van het woord tussen haakjes een onvoltooid verleden tijd.


De vormgever (photoshoppen) (a)   een prachtige poster bij elkaar.

11.

Maak van het woord tussen haakjes een onvoltooid verleden tijd.


De spelers (kaarten) (a)   de hele avond tot één iemand won.

12.

Maak van het woord tussen haakjes een onvoltooid verleden tijd.


In de kathedraal (bidden) (a)   de gelovigen samen.

13.

Maak van het woord tussen haakjes een onvoltooid verleden tijd.


De betrapte dieven (beantwoorden) (a)   de vragen van de politie in alle eerlijkheid.

14.

Kies het synoniem van ... vliegen.

a)

fladderen

b)

flaneren

c)

vallen

d)

lanceren

15.

Kies het synoniem van ... kussen.

a)

knuffelen

b)

toeteren

c)

verzoenen

d)

een pakkerd geven

16.

Schrijf het lijdend voorwerp over.


De vakantiegangers sprongen het water in.

(a)  

17.

Schrijf het lijdend voorwerp over.


Morgen lanceert het bedrijf SpaceX zijn nieuwe ruimteraket.

(a)  

18.

Schrijf het lijdend voorwerp over.


Matthias kocht voor zijn kat alweer een leuk pakje.

(a)  

19.

Een regelmatig werkwoord ...

a)

... heeft een regelmatige vorm.

b)

... is een moeilijk werkwoord.

c)

.. volgt spellingsregels.

20.

Een onregelmatig werkwoord ...

a)

... is een werkwoord met een moeilijke spellingsregel.

b)

... is een werkwoord met klankverandering.

c)

... is een werkwoord zonder -dt.

21.

Maak het verkleinwoord van ... panda.

(a)  

22.

Maak het verkleinwoord van ... cd.

(a)  

23.

Maak het verkleinwoord van ... man.

(a)  

24.

Maak het verkleinwoord van ... koning.

(a)  

25.

In welke vorm staat dit werkwoord?


geschrokken

a)

persoonsvorm

b)

infinitief

c)

voltooid deelwoord

26.

In welke vorm staat dit werkwoord?


aanspreken

a)

persoonsvorm

b)

infinitief

c)

voltooid deelwoord

27.

Waarom is onderstaande zin fout?


De drie tienermeisjes kocht voor hun vriendjes drie keer dezelfde tas.

a)

Samenstellingen als 'tienermeisjes' moet je met losse woorden schrijven.

b)

'Hun' moet 'hen' zijn.

c)

Je kan niet drie keer hetzelfde kopen.

d)

Een onderwerp moet samen met de persoonsvorm in dezelfde vorm staan.

28.

Welke werkwoorden kan je splitsen in een persoonsvorm met een ADPV (afgescheiden deel van de pv)?

a)

ombouwen

b)

aanspreken

c)

trommelen

d)

zoeken

e)

afschuren

29.

Geef de juiste samenstelling die ik beschrijf in deze zin:


De poot onder je tafel.

(a)  

30.

Geef de juiste samenstelling die ik beschrijf in deze zin:


De raad waarin leerlingen zetelen om beslissingen op school te veranderen.

(a)  

31.

Geef de juiste samenstelling die ik beschrijf in deze zin:


De leerkracht van een specifiek vak.

(a)  

32.

Schrijf de enige samenstelling in deze alinea over.


De Amerikaanse president Joe Biden is zondag rond 20.50 uur geland op de militaire luchthaven van Melsbroek. Hij wordt er opgewacht door premier Alexander De Croo. Biden zal de komende twee dagen in ons land verblijven.

(a)  

33.

Schrijf de enige samenstelling in deze alinea over.


België staat aan de leiding van groep B na een avond om nooit te vergeten. De hartaanval van de Deense speler Christian Eriksen greep de Rode Duivels naar de keel en inspireerde ze nadien tot 3-0-winst.

(a)  

34.

Schrijf de enige samenstelling in deze alinea over.


België is het snelst vaccinerende land van de Europese Unie. Dat blijkt uit een grafiek die Vlaams minister van welzijn en volksgezondheid Wouter Beke (CD&V) op Twitter plaatste. Volgens premier Alexander De Croo (Open VLD) zijn “nieuwe versoepelingen” te bespreken op het volgende comité.

(a)  

35.

Gabriella was de eerste winnaar van de wielerwedstrijd.

a)

één

b)

twee

c)

drie

d)

vier

36.

Hoeveel persoonsvormen tel je?


Omdat ze haar flesje water was vergeten, wou ze een winkel binnengaan.

a)

één

b)

twee

c)

drie

d)

vier

37.

Hoeveel persoonsvormen tel je?


Gabriella was de eerste winnaar van de wielerwedstrijd.

a)

één

b)

twee

c)

drie

d)

vier

38.

Hoeveel persoonsvormen tel je?


De geitjes liepen snel weg want de kinderen gooiden takken naar hen terwijl ze schreeuwden als apen.

a)

één

b)

twee

c)

drie

d)

vier

39.

Wat is het onderwerp van dit artikel?

a)

opluchting

b)

Gent

c)

meer dan een job

d)

kermis

40.

Wat is de hoofdgedachte van dit artikel?

a)

Gentenaars voelen zich opgelucht na zo veel lockdowns.

b)

Kermis is meer dan een job, het is ons leven.

c)

Na de lockdowns kunnen de kermissen weer beginnen.

d)

De geur van oliebollen, knallen van het schietkraam en de kreten van ontgoocheling.

41.

Deze signaalwoorden wijzen op ...


nadat, later, tegelijkertijd, tijdens

a)

chronologie

b)

opsomming

42.

Welk woord is een aanwijzend voornaamwoord?

a)

de

b)

die

c)

je

d)

me

43.

Welk woord is een wederkerend voornaamwoord?

a)

ik

b)

ons

c)

daar

d)

dat

44.

Enkelvoudige zinnen link je aan elkaar met een (vul het juiste woord in).

(a)  

45.

Verbanden tussen zinnen toon je met kleine woordjes als daarna, bovendien, vervolgens, als laatste, ... We noemen zo'n woord een (vul het juiste woord in).

(a)  

46.

Geef het meervoud van ... landschap.

(a)  

47.

Geef het meervoud van ... baby.

(a)  

48.

Geef het meervoud van ... grizzly.

(a)  

49.

Geef het meervoud van ... café.

(a)  

50.

Geef het meervoud van ... museum.

(a)