wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Leerstof trimester 3 (geschiedenis)

Total questions: 95

Worksheet time: 2hrs 35mins

Name
Class
Date
1.

Hoe heten de oorlogen tussen Rome en Carthago?

a)

Perzische oorlogen

b)

Peloponnesische oorlogen

c)

Punische oorlogen

d)

Gallische oorlogen

2.

Situeer de Punische oorlogen in de tijd.

a)

3de - 2de E v.C.

b)

3de - 2de E

c)

2de - 1e E v.C.

d)

2de - 1e E

3.

Situeer de Punische oorlogen in de ruimte.

a)

Azië

b)

Middellandse Zee

c)

Egeïsche Zee

d)

Noord-Europa

4.

Geef een ander woord voor Puni.

a)

Romeinen

b)

Grieken

c)

Egyptenaren

d)

Carthagers

5.

In welk continent ligt Carthago?

(a)  

6.

Wat is de oorzaak van de Punische oorlogen?

a)

Romeinen willen kunnen spreken van 'mare nostrum'

b)

Carthagers willen gebiedsuitbreiding

c)

Romeinen en Carthagers willen elkaar uit de weg

d)

Romeinen willen handel in Zwarte Zee overnemen

7.

Wat is de aanleiding van de Punische oorlogen?

a)

De Romeinen willen handel op Middellandse Zee

b)

De Carthagers willen gebiedsuitbreiding

c)

De Romeinen en de Carthagers komen tot botsing in Sicilië

d)

Een kolonie van Carthago komt in opstand

8.

Tot wat behoort onderstaande informatie:


Sardinië wordt veroverd door Romeinen

a)

Aanleiding 1ste oorlog

b)

Gevolg 1ste oorlog

c)

Aanleiding 2e oorlog

d)

Gevolg 2e oorlog

9.

Uit hoeveel oorlogen bestond de Punische oorlogen? Cijfer alleen is voldoende

(a)  

10.

Tot wat behoort onderstaande informatie:


Het EBRO-verdrag wordt niet nageleefd

a)

Aanleiding 2e oorlog

b)

Gevolg 2e oorlog

c)

Aanleiding 3e oorlog

d)

Gevolg 3e oorlog

11.

Tot wat behoort onderstaande informatie:


Carthago wordt verwoest door de Romeinen

a)

Aanleiding 2e oorlog

b)

Gevolg 1e oorlog

c)

Gevolg 2e oorlog

d)

Gevolg 3e oorlog

12.

Tot wat behoort onderstaande informatie:


Gallia en Iberia worden ingenomen door de Romeinen

a)

Aanleiding 2e oorlog

b)

Gevolg 1e oorlog

c)

Gevolg 2e oorlog

d)

Gevolg 3e oorlog

13.

Welke Carthaagse generaal speelde een hoofdrol in de Punische oorlogen door de Romeinen tegen te werken?

a)

Diocletianus

b)

Constantijn

c)

Hannibal

d)

Scipio

14.

Welke rivier stak Hannibal over (letter D)?

a)

Ebro

b)

Indus

c)

Po

d)

Rhône

15.

Welke bergketen stak Hannibal over (letter C)?

a)

Pyreneeën

b)

Alpen

c)

Apennijnen

d)

Ardennen

16.

Welk dier gebruikt Hannibal in zijn oorlogen?

(a)  

17.

Door welk toeval (keuze die wordt gemaakt) had de geschiedenis er eventueel anders kunnen uitzien?

a)

Hannibal pleegt zelfmoord

b)

Hannibal wordt teruggeroepen door zijn Carthaagse senaat

c)

De Romeinen vechten niet verder

d)

Scipio geeft de overwinning aan Hannibal

18.

In welke eeuw veroveren de Romeinen Gallië?

a)

1ste E v.C.

b)

1ste E

c)

2e E v.C.

d)

2e E

19.

Welk hedendaags land behoort niet tot het leefgebied van de Galliërs?

a)

Frankrijk

b)

Duitsland

c)

Griekenland

d)

België

20.

Welke uitspraak klopt over de Galliërs?

a)

De Galliërs hadden een georganiseerd leger.

b)

De Galliërs hadden een ongeorganiseerd leger.

21.

Welk Gallisch beroep gaf advies en was de arts van de stam?

a)

Druïde

b)

Bard

c)

Stamhoofd

22.

Welk Gallisch beroep zong liederen en was de dichter/leraar van de stam?

a)

Druïde

b)

Bard

c)

Stamhoofd

23.

Tot welk domein behoort volgende uitspraak:


De Galliërs hadden een standensamenleving

a)

Politiek

b)

Economie

c)

Cultuur

d)

Sociaal

24.

De Romeinen willen het Gallische grondgebied een Romeins karakter geven. Welk begrip plakken we hierop.

a)

Verdeel- en heers

b)

Romanisering

c)

Mare Nostrum

d)

Pankration

25.

Wat is geen voorbeeld van romanisering?

a)

Typische gebouwen (aquaduct, thermen, ...)

b)

rechte verharde wegen

c)

stamhoofden overplaatsen

d)

Dambordpatroon in Gallische steden

26.

Welke hedendaagse stad is een mooi voorbeeld van een Romeins legerkamp in Gallië?

a)

Parijs

b)

Tongeren

c)

Keulen

d)

Londen

27.

Welke hedendaagse stad is een mooi voorbeeld van een Romeinse kolonie in Gallië?

a)

Parijs

b)

Tongeren

c)

Keulen

d)

Londen

28.

Hoe heet de bron waarbij Caesar de Gallische oorlogen beschrijft?

a)

De Bello Gallico

b)

De Bello Romano

c)

De Caesario

d)

De Gallia

29.

Met de bron "De Bello Gallico" kunnen we bepaalde historische vragen beantwoorden. We onderzoeken hierbij de ........... van de bron.

a)

Bruikbaarheid

b)

Betrouwbaarheid

c)

Representativiteit

30.

In de bron "De Bello Gallico" moeten we bepaalde uitspraken kritisch bekijken. We onderzoeken hierbij de ........... van de bron.

a)

Bruikbaarheid

b)

Betrouwbaarheid

c)

Representativiteit

31.

In de bron "De Bello Gallico" moeten we rekening houden vanuit welk oogpunt er gekeken wordt. We onderzoeken hierbij de ........... van de bron.

a)

Bruikbaarheid

b)

Betrouwbaarheid

c)

Representativiteit

32.

Het Romeinse Rijk geraakt uiteindelijk stilaan in verval. Dit komt onder andere doordat er nieuwe leiders worden aangesteld. Welke leiders?

a)

Adoptiekeizers

b)

Triumviraat

c)

Consuls

d)

Soldatenkeizers

33.

De aanstelling van soldatenkeizers zorgt ervoor dat grenzen onbewaakt blijven. Deze oorzaak behoort tot het ....

a)

politieke domein

b)

economische domein

c)

culturele domein

d)

sociale domein

34.

De aanstelling van de soldatenkeizers zorgt ook voor een daling van de economie in het rijk. Hoe komt dit?

a)

Te weinig inkomsten dor geen veroveringen

b)

Te hoge belastingen die worden gevraagd

c)

Naburige volkeren die binnenvallen

35.

De hoge belastingen en daling van de economie is een oorzaak die behoort tot het ...

a)

politieke domein

b)

economische domein

c)

culturele domein

d)

sociale domein

36.

Er zijn redders van het rijk! Welke verandering voert de eerste redder door in het Romeinse Rijk?

a)

Triumviraat

b)

2 consuls

c)

Tetrarchie

d)

Nieuwe hoofdstad

37.

Geef een andere naam voor 'tetrarchie'.

a)

Tweemansbestuurt

b)

Driemansbestuur

c)

Viermansbestuur

d)

Vijfmansbestuur

38.

Hoe heet de keizer die zorgt voor een tetrarchie?

a)

Augustus

b)

Diocletianus

c)

Scipio

d)

Constantijn

39.

Waarom komen er plots 4 keizers in het rijk (2 in het Oosten en 2 in het Westen) ?

a)

Betere verdeling van het werk

b)

Betere opvolging als er iemand sterft

c)

Er is geen reden

40.

De eerste redding is van korte duur wanneer de opvolgers ruzie krijgen. Een tweede redding komt er aan! Wat probeert men later om het rijk te redden?

a)

Triumviraat

b)

2 consuls

c)

Nieuwe hoofdstad in het Oosten

d)

Meer soldaten aan grenzen

41.

Welke nieuwe hoofdstad komt er in het Oosten?

a)

Rome

b)

Constantinopel

c)

Carthago

d)

Sparta

42.

Wie zorgt voor nieuwe hoofdstad in het Oosten?

a)

Diocletianus

b)

Constantijn

c)

Scipio

d)

Augustus

43.

Ook de tweede redding blijkt niet voldoende te zijn? Het rijk wordt definitief gesplitst in 2 delen. Welk deel valt eerst?

a)

West-Romeinse Rijk

b)

Oost-Romeinse Rijk

44.

In welk jaar valt het West-Romeinse Rijk?

a)

27 v.C.

b)

476 n.C.

c)

1453 n.C.

d)

1750 n. C.

45.

Door welk volk valt het West-Romeinse Rijk?

a)

Grieken

b)

Hunnen

c)

Germanen

d)

Ottomanen

46.

In welk jaartal valt het Oost-Romeinse Rijk?

a)

27 v.C.

b)

476 n.C.

c)

1453 n.C.

d)

1750 n.C.

47.

Door welk volk valt het Oost-Romeinse Rijk?

a)

Grieken

b)

Germanen

c)

Hunnen

d)

Ottomanen

48.

De Germanen, die het West-Romeinse Rijk bedreigen, komen niet zomaar naar het Westen. Ze vluchten op hun beurt van een volk. Welk volk?

a)

Grieken

b)

Hunnen

c)

Ottomanen

d)

Carthagers

49.

De Germanen die vluchten van de Hunnen behoort tot het ...

a)

politieke domein

b)

economische domein

c)

culturele domein

d)

sociale domein

50.

De Germanen vluchten niet alleen van de Hunnen, ze zijn ook op zoek naar iets in het Westen. Naar wat?

a)

Mooie gebouwen

b)

Betere landbouwgrond en klimaat

c)

Rijkdom

51.

De zoektocht van de Germanen naar betere grond en klimaat behoort tot het ...

a)

politieke domein

b)

economische domein

c)

culturele domein

d)

sociale domein

52.

Welke Germaanse stam vestigt zicht uiteindelijk in onze streken (Frankrijk, België,...)

a)

Alemannen

b)

Franken

c)

Angelen

d)

Belgae

53.

Na het verval van het Romeinse Rijk, zagen we nog enkele aparte thema's waaronder de bouwkunst. De Romeinen namen verschillende gebouwen over van de Grieken. We spreken van ...

a)

Continuïteit

b)

Discontinuïteit

54.

Welk bouwwerk is geen voorbeeld van continuïteit tussen de Grieken en de Romeinen?

a)

Tempel

b)

Theater

c)

Renbaan

d)

Thermen

55.

Welk bouwwerk is dit?

a)

Circus

b)

Pantheon

c)

Hippodroom

d)

Stoa

56.

Welk bouwwerk is dit?

a)

Circus

b)

Forum

c)

Hippodroom

d)

Stoa

57.

Welk bouwwerk is dit?

a)

Circus

b)

Forum

c)

Hippodroom

d)

Thermen

58.

De Romeinen namen ook veel over van de bouwkunst van de Etrusken. Wat zie je op de afbeelding (Etruskische poort) dat de Romeinen overnamen?

a)

Rondbogen

b)

Donkere stenen

c)

Openingen

d)

Naambordjes

59.

Wat is een Romeins theater?

a)
b)
60.

Wat is een Griekse tempel?

a)
b)
61.

Hoe kon je weten wat de Griekse tempel was bij de vorige vraag?

a)

Het gebouw zag er ouder uit

b)

Het gebouw zag er minder stevig uit

c)

Het gebouw zag er groter uit

d)

De zuilen van het gebouw dienen ter ondersteuning en niet als versiering

62.

Welke Griekse zuil herken je?

a)

Dorische zuil

b)

Ionische zuil

c)

Korinthische zuil

63.

Welk onderdeel is nummer 5

a)

Fronton

b)

Triglief

c)

Stylobaat

d)

Fries

64.

Welk onderdeel is nummer 4

a)

Fronton

b)

Tympaan

c)

Stylobaat

d)

Fries

65.

Welk onderdeel is nummer 1

a)

Fronton

b)

Tympaan

c)

Kroonlijst

d)

Fries

66.

Welk onderdeel is nummer 3

a)

Schacht

b)

Tympaan

c)

Kroonlijst

d)

Fries

67.

Waar kan je onderstaande tempel (Parthenon) bezoeken?

a)

Athene

b)

Sparta

c)

Rome

d)

Mykene

68.

Welk hedendaags bouwwerk trekt heel erg op onderstaand klassiek bouwwerk?

a)

Stadhuis

b)

Bioscoop

c)

Sportstadions

69.

Van bouwkunst naar godsdienst. Welk begrip bedoelen we:


goden krijgen menselijk uiterlijk

a)

polytheïsme

b)

pankration

c)

antropomorf

d)

orakel

70.

Van bouwkunst naar godsdienst. Welk begrip bedoelen we:


godsdienst met heilige geheimen

a)

polytheïsme

b)

mysteriegodsdienst

c)

natuurgodsdienst

d)

staatsgodsdienst

71.

Behoort volgend kenmerk tot de Griekse of Romeinse godsdienst of allebei of tot godsdiensten vandaag:


polytheïsme

a)

Griekse godsdienst

b)

Romeinse godsdienst

c)

Griekse en Romeinse godsdienst

d)

Godsdiensten vandaag

72.

Behoort volgend kenmerk tot de Griekse of Romeinse godsdienst of allebei of tot godsdiensten vandaag:


verband tussen goden

a)

Griekse godsdienst

b)

Romeinse godsdienst

c)

Griekse en Romeinse godsdienst

d)

Godsdiensten vandaag

73.

Behoort volgend kenmerk tot de Griekse of Romeinse godsdienst of allebei of tot godsdiensten vandaag:


tempels voor alle goden

a)

Griekse godsdienst

b)

Romeinse godsdienst

c)

Griekse en Romeinse godsdienst

d)

Godsdiensten vandaag

74.

Behoort volgend kenmerk tot de Griekse of Romeinse godsdienst of allebei of tot godsdiensten vandaag:


natuurgodsdienst

a)

Griekse godsdienst

b)

Romeinse godsdienst

c)

Griekse en Romeinse godsdienst

d)

Godsdiensten vandaag

75.

Behoort volgend kenmerk tot de Griekse of Romeinse godsdienst of allebei of tot godsdiensten vandaag:


monotheïsme

a)

Griekse godsdienst

b)

Romeinse godsdienst

c)

Griekse en Romeinse godsdienst

d)

Godsdiensten vandaag

76.

Welke God herken je?

a)

Poseidon

b)

Athena

c)

Apollo

d)

Diana

77.

Welke God herken je?

a)

Mars

b)

Asclepius

c)

Apollo

d)

Diana

78.

Welke God herken je?

a)

Hephaestus

b)

Asclepius

c)

Nikè

d)

Diana

79.

Tot welke God bid je in volgende situatie:


Je wilt een rustige zee hebben bij je oversteek naar een eiland.

a)

Zeus

b)

Aphrodite

c)

Neptunus

d)

Artemis

80.

Tot welke God bid je in volgende situatie:


Je wilt een feest waarbij de muziek geweldig is!

a)

Asclepius

b)

Ceres

c)

Apollo

d)

Artemis

81.

Tot welke God bid je in volgende situatie:


Je hoopt de liefde van je leven tegen te komen...

a)

Aphrodite

b)

Zeus

c)

Bacchus

d)

Demeter

82.

Geef de Romeinse naam voor de volgende Griekse God:


Zeus

a)

Demeter

b)

Neptunus

c)

Vulcanus

d)

Jupiter

83.

Geef de Romeinse naam voor de volgende Griekse God:


Dionysos

a)

Bacchus

b)

Venus

c)

Mars

d)

Minerva

84.

Geef de Romeinse naam voor de volgende Griekse God:


Artemis

a)

Venus

b)

Diana

c)

Mars

d)

Minerva

85.

Van welke filosoof is de volgende uitspraak:


"Ik weet dat ik niets weet."

a)

Aristoteles

b)

Plato

c)

Pythagoras

d)

Socrates

86.

Welke filosoof stierf door de gifbeker?

a)

Aristoteles

b)

Plato

c)

Pythagoras

d)

Socrates

87.

Welke filosoof spreekt van schaduwen op een rotswand?

a)

Aristoteles

b)

Plato

c)

Pythagoras

d)

Socrates

88.

Welk Grieks theaterstijl heb je naast een komedie? Een ...

(a)  

89.

Wat is geen reden waarom men maskers droeg bij een Grieks theaterstuk?

a)

Maskers versterken het geluid

b)

Maskers verbeteren de inleving in het personage

c)

Door maskers konden mannen ook vrouwenrollen spelen

d)

Door maskers zijn de emoties beter zichtbaar

90.

Waar gingen de Griekse Olympische spelen door?

a)

Mykene

b)

Sparta

c)

Athene

d)

Olympia

91.

Welke stelling is verkeerd.

a)

Deelnemers van de Spelen waren naakt.

b)

De winnaars kregen een lauwerkrans.

c)

Alleen door een oorlog konden de Spelen worden uitgesteld.

d)

De Spelen waren ter ere van Zeus.

92.

Geef een ander woord voor 'vijfkamp'.

a)

Pentatlon

b)

Pankration

93.

Wat is geen sport van de Griekse pentatlon?

a)

Verspringen

b)

Paardenrennen

c)

Worstelen

d)

Hardlopen

94.

Hoe heet dit typische Romeinse gerecht?

a)

Honing met dadels

b)

Garum

c)

Forum

95.

Welk dier at men op met dit bestek?

a)

Slak

b)

Mier

c)

Muis

d)

Schildpad