wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Geschiedenis quiz 6.3!

Total questions: 8

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Welk tijdvak behandelen we momenteel? (1000 - 1500)

a)

Steden en Staten

b)

Regenten en Vorsten

c)

Monniken en Ridders

d)

Ontdekkers en Hervomers

2.

Wat is de Investituurstrijd?

a)

Een oorlog tussen de koning van Engeland en zijn leenmannen

b)

De Eerste Kruistocht naar het Midden-Oosten

c)

Een langlopende ruzie tussen de Paus en Duitse keizers

d)

De verkiezing van Willem II van Holland tot keizer van het Duitse Rijk

3.

Vanaf 1356 veranderen de regels rond het kiezen van een nieuwe Duitse keizer? Hoe gebeurde dit?

a)

Door een vergadering van verschillende keurvorsten.

b)

De paus besliste wie keizer werd

c)

Het recht van de sterkste, kandidaten moesten tegen elkaar vechten in een toernooi. De winnaar werd keizer.

d)

Vanaf 1356 werden er helemaal geen keizers meer gekozen.

4.

Hoe lang duurde de Honderdjarige oorlog eigenlijk?

a)

98 jaar

b)

101 jaar

c)

100 jaar

d)

116 jaar

5.

Wat bedoelt men met het begrip staatsvorming?

a)

Een land wordt steeds meer bestuurd als eenheid zodat er een natie ontstaat.

b)

Een ander woord voor een Staten-Generaal bijeenkomst die voor speciale gelegenheden bij elkaar komen om over belangrijke zaken te praten.

c)

Het uiteenvallen van een rijk in verschillende kleinere rijken

d)

Nieuwe ontwerpen van architecten waarin zij uitleggen hoe de stad gebouwd gaat worden en wat de vorm van de stad zal zijn.

6.

Hoe zorgde Willem de Veroveraar ervoor dat leenmannen niet teveel macht kregen toen hij in 1066 Engeland veroverden? (2 correcte antwoorden)

a)

HIj gaf zijn Franse leenmannen kleine stukjes land verspreid over Engeland zodat ze niet te machtig zouden worden

b)

Al zijn bezittingen zowel stukken land als andere eigendommen liet hij vastleggen in het Doomsday boek.

c)

Hij verkocht delen van zijn rijk zodat hij nog meer geld had, hij had immers niet zoveel land nodig.

d)

De afstammelingen van de Vikingen die in Engeland woonden gaf hij juist grote stukken grond zodat ze tevreden bleven.

7.

In de middeleeuwen had men een 3 standenmaatschappij, noteer de naam van elke stand begin bij de bovenste lijn.

(a)  

8.

Waarom begon de centralisatie in de Nederlanden (Nederland, België en Luxemburg) pas erg laat vergeleken met andere West-Europese landen? (2 correcte antwoorden)

a)

De Nederlanden waren erg dun bevolkt en er waren dus amper steden

b)

Er was constant oorlog in de Nederlanden, door de oorlogen was een centraal bestuur onmogelijk

c)

De burgerij en de steden waren erg machtig en accepteerde de centralisatiepolitiek van vorsten niet omdat zij hiermee vrijheden zouden verliezen.

d)

De positie van de vorst (Filips de Goede)verschilde per gewest en dus had hij in niet overal dezelfde hoeveelheid macht.