wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Doelgroepen Jongvolwassenen

Total questions: 19

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

In Nederland wordt de kloof tussen lichamelijke en maatschappelijke volwassenheid ..........

a)

steeds groter

b)

steeds kleiner

c)

blijft gelijk aan elkaar

2.

Er zijn diverse theorieën over de oorzaken van veroudering, in de wear an tear-theorie wordt ervan uitgegaan dat

a)

het gebruik van lichamelijke functies leidt tot het behoud ervan

b)

het gebruik van lichamelijke functies leidt tot slijtage

3.

Wat is het ‘quarter-life’-dilemma?

a)

Een dilemma wat in verband is met het verlaten van de 20ste jaren

b)

Een dilemma wat in verband is met keuzestress

4.

Alle grote keuzemomenten die een dilemma veroorzaken liggen rond je

a)

20ste jaren

b)

30ste jaren

c)

40ste jaren

5.

Sinds we kunnen beschikken over betrouwbare anticonceptiemiddeken kunnen jongvolwassenen zelf kiezen of ze wel of geen kinderen willen.


Bij de afweging om geen kinderen te nemen worden volgende argumenten genoemd. Hier zijn voordelen en nadelen aan gekoppeld. Wat is in dit geval GEEN voordeel?

a)

Zorgbehoefte van de potentiële ouders

b)

Het voortleven via je kinderen

c)

Minder tijd voor elkaar

d)

Het zoeken naar een bron van geluk

6.

Tijdens de leeftijdsfase van jongvolwassene treedt vaak een soort ontnuchtering op in relaties. De volgende relatievormen worden in Nederland onderscheiden. Welke hoort hier NIET bij?

a)

Verloofden

b)

Gehuwden

c)

Samenwoners

d)

De latrelatie

7.

Als partners op bepaalde belangrijke kenmerken aanzienlijk van elkaar verschillen, spreek je van Heterograme relatie.

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Na een bevalling hebben veel vrouwen een wirwar van gevoelens, sommige leiden zelfs tot een postnale depressie (PND). Wat zie je aan deze vrouwen?

a)

Ze zijn heel wijs

b)

Ze beleven geen plezier aan het kind

c)

Het liefst willen ze contact met omgeving

9.

Wat wordt er bedoelt met gekristalliseerde intelligentie/crystallised intelligence?

(a)  

10.

Vloeiend intelligentie of fluid intelligence staat voor ervaringsonafhandelijk en hangt samen met de waarneming en verwerking van informatie.

a)

Onjuist

b)

Juist

11.

Het manier van denken van jongvolwassenen word meer:

a)

Formeler

b)

Emotioneel en subjectief

c)

Gestructureerd

d)

Complex

12.

De jongvolwassen zijn voornamelijk bezig met...

a)

Het zoeken naar een potentiële partner waarmee ze een gezin willen starten

b)

Kennisverwerving

c)

Het laten opgroeien van kinderen tot gelukkige volwassen en het verstevigen van de werksituatie

d)

Toepassen van de kennis op werk, in een relatie of in de opvoeding van kinderen

13.

Wat voor soort verschijnselen treden op bij een rouwproces?

(a)  

14.

Jongeren kunnen zich verantwoordelijk gaan voelen binnen het gezin, het zorgen voor de ouder/broertje/zusje.

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Welke factoren beïnvloeden de beroepskeuze niet van jongvolwassenen?

a)

Sekse

b)

Sociale status

c)

Vrienden

d)

Onvoldoende zelfredzaamheid

16.

Jongeren die lopen tegen concentratiestoornissen aan wanneer ze iemand verliezen. Welk van de onderstaande hoort hier niet bij?

a)

Verminderde schoolprestaties

b)

Het vervullen van opdrachten

c)

Heeft geen ruimte voor school/studie

17.

Psychologisch hulp valt onder de zorg en welzijn voorzieningen voor jongvolwassenen.

a)

Juist

b)

Onjuist

18.

Hulp bij relatie valt niet onder de hulpverleningsmogelijkheden.

a)

Juist

b)

Onjuist

19.

Hulp bij het starten aan een opleiding valt onder hulpverleningsmogelijkheden.

a)

Juist

b)

Onjuis