wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2 BKGT leesvaardigheid hoofdstuk 4+5

Total questions: 15

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Een ander woord voor beeld en opmaak is

a)

lay out

b)

make up

c)

plaatjes en illustraties

d)

lettertype en logo

2.

Wat hoort niet bij beeld en opmaak?

a)

verdeling van de tekst

b)

bron van de tekst

c)

gebruik van kleuren

d)

grootte en soort van de letter

3.

Waarom zou beeld en opmaak belangrijk kunnen zijn?

a)

om er achter te komen wat de bron van de tekst is

b)

om er achter te komen voor welk publiek de tekst geschreven is

c)

om de aandacht te trekken en bedrijven te laten herkennen

d)

om er achter te komen wat het tekstdoel is

4.

Vertel in je eigen woorden wat een logo is.

4 lines
5.

Wat wil een schrijver als zijn tekstdoel informeren is?

4 lines
6.

Wat wil een schrijver als zijn tekstdoel overtuigen is?

4 lines
7.

Wat wil een schrijver als zijn tekstdoel activeren is?

4 lines
8.

Wat wil een schrijver als zijn tekstdoel amuseren is?

4 lines
9.

Waar kun je aan zien voor welk publiek een tekst geschreven is?

a)

Dat staat in de titel

b)

Wie de tekst geschreven heeft

c)

Dat staat op de achterkant

d)

Aan het taalgebruik.

10.

Noem drie dingen waaraan je kunt zien voor welk leespubliek een tekst geschreven is

4 lines
11.

Een kernzin is.....

a)

een zin die altijd in het midden van de tekst staat

b)

de belangrijkste zin van de alinea

c)

een zin die in de kern van een tekst voorkomt, nooit in de inleiding of het slot

d)

de conclusie

12.

De hoofdgedachte van een tekst is...

a)

hetzelfde als de kernzin

b)

hetzelfde als het onderwerp van de tekst

c)

hetzelfde als het tekstdoel van een tekst

d)

wat de schrijver over het onderwerp zegt

13.

Wat helpt niet om de hoofdgedachte te vinden?

a)

alleen de plaatjes bekijken

b)

de inleiding en het slot van een tekst lezen

c)

het onderwerp van een tekst bepalen

d)

in één zin samenvatten wat de schrijver over het onderwerp zegt

14.

Het slot van de tekst ..

a)

wordt nooit een samenvatting gegeven

b)

wordt nooit een conclusie gegeven

c)

worden vragen nooit beantwoord

d)

bestaat niet altijd (sommige teksten hebben geen slot)

15.

Om me nog beter voor te bereiden op de toets ga ik ....

4 lines