wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Dood edelhert (ecologie)

Total questions: 23

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een juist voedselketen?

a)

eikenboom --> rups --> merel --> buizerd

b)

rups --> merel --> buizerd

c)

eikenboom <-- rups <-- merel <-- buizerd

2.

Wat is geen reducent?

a)

schimmel

b)

worm

c)

bacterie

d)

champignon

3.
Een prooidier is een abiotische factor.
a)
Juist
b)
Onjuist
4.
De zon is een biotische factor.
a)
juist
b)
onjuist
5.
Een soortgenoot is een biotische factor.
a)
juist
b)
onjuist
6.

Een voorbeeld van een producent is

a)

mens

b)

alg

c)

bacterie

d)

schimmel

7.
Wat is biodiversiteit?
a)
Het aantal verschillende dieren in een gebied.
b)
Het aantal verschillende soorten in een gebied.
c)
Het aantal verschillende planten in een gebied.
8.

Vossen zijn voornamelijk carnivoren. Hun lichaam bestaat uit vele stoffen, zoals eiwitten en vetten in hun cellen. Vul voor de openstaande ruimtes in, welke percentage van de koolstofatomen in het lichaam van een vos eens onderdeel waren van de hieronder staande stoffen en plaatsen?

Hoeveel % van de koolstofatomen in de vos eens onderdeel waren van de CO2 die door planten gebruikt werd in fotosynthese?

a)

0%

b)

50%

c)

90%

d)

100%

9.

Hoeveel % van de koolstofatomen in de vos eens onderdeel waren van dieren die door de vos gegeten zijn?

a)

0%

b)

10%

c)

90%

d)

100%

10.

Hoeveel % van de koolstofatomen in de vos waren eens onderdeel van de O2 die ingeademd werd?

a)

0%

b)

50%

c)

100%

11.

Hoeveel % van de koolstofatomen in de vos waren eens onderdeel waren van bodemstoffen die planten absorbeerden toen ze groeiden?

a)

0%

b)

50%

c)

100%

12.

Een brood werd twee weken op een vochtige plaats weggezet in een keuken. Drie verschillende soorten schimmels groeiden op het brood. Wanneer we aannemen dat het brood niet uitdroogt, wat is dan een waarschijnlijke voorspelling over het gewicht van het brood + de schimmels na drie weken?

a)

Het gewicht/de massa is toegenomen door de groei van de schimmels

b)

Het gewicht/de massa is hetzelfde gebleven omdat de schimmel brood omzet in biomassa

c)

Het gewicht/de massa neemt af omdat de groeiende schimmel brood omzet in energie

d)

Het gewicht/de massa neemt af omdat de schimmel brood omzet in biomassa en gassen.

13.

Een volwassen esdoorn/wilg kan een massa hebben van 1 ton of meer (droge biomassa na het verwijderen van het water). De boom is begonnen als een zaadje van minder dan 1 gram. Welke van de volgende processen draagt het meeste bij aan de gigantische toename in biomassa?

a)

Absorptie van mineralen uit de bodem via de wortels

b)

Absorptie van organische stoffen uit de bodem via de wortels

c)

Het inbouwen van CO2 gas uit de lucht in moleculen, door groene bladeren

d)

Het inbouwen van water uit de bodem in moleculen door de groene bladeren

14.

Wanneer koolstof de plant binnen komt kan het de plant uitgaan als CO2

a)

waar

b)

niet waar

15.

Wanneer koolstof de plant binnen komt kan het deel worden van de celwand van planten van eiwit, vet of DNA

a)

waar

b)

niet waar

16.

Wanneer koolstof de plant binnen komt kan het door een plantenetend insect opgegeten worden en een deel worden van het lichaam van een insect.

a)

waar

b)

niet waar

17.

Wanneer koolstof de plant binnen komt kan het omgezet worden in energie voor de plant

a)

waar

b)

niet waar

18.

Wanneer koolstof de plant binnen komt kan het onderdeel worden van het organisch materiaal in de bodem wanneer delen van de plant dood gaan en op de grond vallen.

a)

waar

b)

niet waar

19.

Een aardappel wordt buiten neergelegd en verrot/valt langzaam uit elkaar. Een van de belangrijke moleculen in de aardappel is amylose/zetmeel. Wat gebeurt er met de zetmeel-moleculen (C6H10O5) wanneer de aardappel uit elkaar valt?

Stelling: Sommige atomen van zetmeel (C6H10O5) worden omgezet in stikstof en fosfor en worden daarmee voedingsstoffen in de bodem.

a)

waar

b)

niet waar

20.

Sommige atomen van zetmeel (C6H10O5) worden opgegeten en gebruikt door reducenten.

a)

waar

b)

niet waar

21.

Sommige atomen van zetmeel (C6H10O5) worden ingebouwd in koolstofdioxide

a)

waar

b)

niet waar

22.

Sommige atomen van zetmeel (C6H10O5) worden door reducenten omgezet in energie.

a)

waar

b)

niet waar

23.

Sommige atomen van zetmeel (C6H10O5) worden ingebouwd in water

a)

waar

b)

niet waar