wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz 5.1/5.2/5.3/5.4/5.5(E-D)

Total questions: 15

Worksheet time: 41mins

Name
Class
Date
1.

Schrijf de juiste vertaling van deze expression op:


Wat is er gebeurd?

(a)  

2.

Schrijf de juiste vertaling van deze expression op:


Ik heb mijn pols gebroken.

(a)  

3.

Zet het werkwoord in de verleden tijd (let op of er een +, - of een ? voor de zin staat zodat je weet of je de zin bevestigend, ontkennend of vragend moet maken!):


- He (a)   (wear) a helmet

4.

Zet het werkwoord in de verleden tijd (let op of er een +, - of een ? voor de zin staat zodat je weet of je de zin bevestigend, ontkennend of vragend moet maken!):


? ........ John ......... (sing) a song yesterday?

(a)  

5.

Vertaal het onderstreepte woordje.


When I had an accident I went to A&E straight away.

(a)  

6.

Vertaal het onderstreepte woordje.


Steven is still in bed with the flu.

(a)  

7.

Vertaal het onderstreepte woordje.


I've got a graze on my leg.

(a)  

8.

Zet het werkwoord in de verleden tijd (let op of er een +, - of een ? voor de zin staat zodat je weet of je de zin bevestigend, ontkennend of vragend moet maken!):


+ She (a)   (cry) all night.

9.

Zet het werkwoord in de verleden tijd (let op of er een +, - of een ? voor de zin staat zodat je weet of je de zin bevestigend, ontkennend of vragend moet maken!):


+ The car (a)   (stop) just in time!

10.

Vul het missende woordje van dit liedje in.


Head, shoulders, (a)   and toes.

11.

Welke woordjes zijn goed gespeld?

a)

Mouth

b)

Tooths

c)

Tonge

d)

Sunshine

12.

Welk woordje moet er op de puntjes komen?


The sky became heavily ............

a)

island

b)

overcast

c)

stomach

d)

strong

13.

Welk woordje moet er op de puntjes komen?


The sweet food lay heavy on my ........

a)

island

b)

overcast

c)

stomach

d)

strong

14.

Welke vertaling is goed?


Wat voor weer wordt het in het weekend?

a)

What will the weather be this weekend?

b)

What will the weather be like this weekend?

c)

What is the weather this weekend?

15.

Vertaal de expression.


Het is aangenaam en zonnig, hè?

(a)