Font size
Worksheetsoefenen toets leerjaar 3 (1)
Total questions: 38
Worksheet time: 18mins
Je verkent een tekst door te kijken naar
de titel.
de deelonderwerpen.
de bron.
de signaalwoorden.
de afbeeldingen.
Als het tekstdoel informeren is, is de tekstsoort een:
amuserende tekst.
activerende tekst.
informerende tekst.
uiteenzettende tekst.
Het onderwerp van de tekst kun je bepalen door
zoekend te lezen.
grondig te lezen.
verkennend te lezen.
globaal te lezen.
Een deelonderwerp is het onderwerp van
de hele tekst.
één of een paar alinea's in de tekst.
altijd één alinea in de tekst.
Wat is meestal het doel van de auteur van een nieuwsbericht?
overtuigen
informeren
instrueren
adviseren
Het tekstdoel van een reclametekst is...
overtuigen
informeren
activeren
amuseren
Wanneer lees je zoekend?
Als je een samenvatting maakt
Als je iets snel wilt opzoeken
Welke signaalwoorden geven een tegenstelling weer?
al met al
hoewel
maar
tevens
uiteindelijk
Met de auto ben je sneller op je bestemming. Bovendien reis je comfortabel. Welk verband staat in deze zinnen?
oorzaak-gevolg
opsomming
tegenstelling
Van welk verband is sprake in de volgende zin?
Hij blijft langer weg dan normaal, dus er zal wel iets aan de hand zijn.
Redengevend
Samenvattend
Concluderend
Oorzakelijk
Van welk verband is sprake in de volgende zin?
Ik heb je verhaal gelezen, maar je opdracht nog niet nagekeken.
Tegenstellend
Toelichtend
Vergelijkend
Voorwaardelijk
Van welk verband is sprake in de volgende zin?
Hij viel van zijn fiets, doordat hij teveel gedronken had.
Doel-middel
Toelichtend
Oorzakelijk
Voorwaardelijk
Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'toch'?
Tegenstellend
Voorwaardelijk
Opsommend
Concluderend
Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'kortom'?
Concluderend
Doel-middel
Voorwaardelijk
Oorzakelijk
Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'bovendien'?
Redengevend
Opsommend
Vergelijkend
Toelichtend
Waarmee begin je een zakelijke brief?
je naam
je voor- en achternaam
je voor- en achternaam + adres
je achternaam + adres
Waar moet je op letten als je Plaats, datum schrijft?
dat je een komma gebruikt na de plaatsnaam
dat je de maand met letters schrijft
het jaartal met 4 cijfers schrijft
komma na de plaatsnaam - maand in letters - jaartal met 4 cijfers
Welke slotgroet is goed?
met vriendelijke groet
met vriendelijke groet,
Met vriendelijke groet
Met vriendelijke groet,
Wat hoort er in de inleiding?
jezelf voorstellen
de reden waarom je de brief schrijft
jezelf voorstellen + de reden waarom je de brief schrijft
jezelf voorstellen + wat je zelf er in wilt zetten
Wat schrijf je in het middenstuk
de reden waarom je de brief schrijft
wat er gebeurd is
de verplichte onderdelen die in de opdracht staan over wat er gebeurd is en wat jij wil bereiken met de brief
de verplichte onderdelen die in de opdracht staan
Wat schrijf je in je slot
je bedankt ze voor hun moeite + je vraagt om een reactie binnen een bepaalde tijd
je vraagt om een reactie binnen een bepaalde tijd
je geeft aan wat je wilt dat er moet gebeuren
je bedankt ze voor hun moeite
Hoeveel regels sla je over na je eigen naam + adres?
1
2
3
Hoeveel regels sla je over na de naam + adres van de persoon/organisatie naar wie je schrijft?
2
1
3
Hoeveel regels sla je over na Plaats, datum?
3
1
2
Welke aanhef is goed?
Geachte meneer/mevrouw,
Geachte meneer/mevrouw
geachte meneer/mevrouw,
geachte meneer/mevrouw
Hoeveel regels sla je over na je aanhef?
1
2
3
Hoeveel regels sla je over na je inleiding, middensruk en slot?
3
2
1
Wat is de goede volgorde?
Met vriendelijke groet, voor- en achternaam, handtekening
handtekening, voor- en achternaam, Met vriendelijke groet
voor- en achternaam, Met vriendelijke groet, handtekening
Met vriendelijke groet, handtekening, voor- en achternaam
Wat voor taal gebruik je in een zakelijke brief
formele taal (nette taal)
straattaal
informele taal (persoonlijke taal)
gewone taal
