wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Weerstand condensator en spoelen

Total questions: 20

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Wat kunnen we bepalen met de wet van Lenz ?

a)

Spanning

b)

stroom

c)

de richting van de spanning&stroom

d)

de richting van de weerstand

2.

Slaat de galvanometer bij de heengaande beweging bijvoorbeeld naar rechts uit, dan zal de galvanometer bij de afgaande beweging naar ................... uitslaan.

a)

links

b)

naar boven

c)

naar onder

d)

niet

3.

In de afbeelding slaat de meter naar ?

a)

Links

b)

Rechts

c)

Niet uit

d)

Wel uit

4.

We weten dat een flux ontstaat ten gevolge van een ?

a)

Spanning

b)

Stroom

c)

Weerstand

d)

Magneet

5.

De inductiespanning die ontstaat ten gevolge van een fluxverandering en die noemen we vervolgens ?

a)

Stroom

b)

Weerstand

c)

Bronspanning

d)

Magnetisme

6.

Bij het sluiten van S ontstaat er een ?

a)

Fluxvermeerdering

b)

Fluxvermindering

c)

Fluxverandering

d)

Fluxverlaging

7.

Met deze formule berekenen we de

a)

Gemiddelde waarde spanning

b)

Weerstand

c)

Bronspanning

d)

Flux

8.

In de formule in de afbeelding staat de "N" voor ?

a)

De stroom

b)

De weerstand

c)

het aantal windingen

d)

De flux

9.

In de top van de sinus is de verandering een ogenblik ?

a)

Laagste

b)

Hoogste

c)

Gelijk

d)

Nul

10.

We sluiten een 'ideale' spoel aan op een gelijkspanning, een ideale spoel is een spoel ?

a)

Zonder spanningswisseling

b)

Zonder Ohmse weerstand

c)

Zonder weerstand

d)

Met hoge weerstand

11.

Tussen de spanningsimpuls Eb en de stroomtoename I is een evenredige verhouding die een ?

a)

Spanningstoename heeft

b)

Stroomtoename heeft

c)

Wisselende waarde heeft

d)

Constante waarde heeft

12.

Bij geopende schakelaar S is de spanning over de spoel ?

a)

0 volt

b)

0 ampère

c)

Hoog

d)

Laag

13.

De "L" in de formule staat voor ?

a)

Lichtspanning

b)

Lengte

c)

Coëfficiënt van zelfinductie

d)

Fluxverdandering

14.

Als door een luchtspoel een stroom vloeit, dan ontstaat een ?

a)

Inductie

b)

Stroom

c)

Spanning

d)

Magnetisch veld

15.

De permeabiliteit hangt af van

a)

De stroom

b)

De veldsterkte

c)

Het gebruikte magnetische materiaal

d)

De weerstand

16.

Diamagnetische stoffen zullen als kernmateriaal een

a)

Goed geleiden

b)

Klein tegenwerkend veld opbouwen

c)

Goede magnetisme hebben

d)

Hoge stroom ontwikkelen

17.

Ferromagnetische stoffen hebben een zeer grote ?

a)

Inductie

b)

Weerstand

c)

Permeabiliteit

d)

Magnetisme

18.

Wat bereiken we op punt "V" ?

a)

Hoogste spanning

b)

Hoogste stroom

c)

Verzadiging

d)

Fluxverandering

19.

Maken we de stroom kleiner (nadat het materiaal in verzadiging is geweest) dan zal het veld H ?

a)

ook kleiner worden

b)

gelijk blijven

c)

meer weerstand opbouwen

d)

groter worden

20.

Voor een materiaal dat permanent magnetisch moet blijven, kiezen we een materiaal met een grote en brede ........ ?

a)

Flux

b)

remanent magnetisme

c)

Hysteresislus

d)

ferromagnetisme