Font size
WorksheetsIntaco 2021 3.0
Total questions: 78
Worksheet time: 43mins
Wat is het meervoud (le pluriel) van
het kasteel ?
de kastellen
de kastelen
het kasteelen
de kasteelen
Wat is het meervoud van
het mes ?
het messen
de mesen
de meesen
de messen
Geef het meervoud van
het oor
het ooren
de oors
de ooren
de oren
Wat is het meervoud van ....?
de duif
de duifen
de duifs
de duiven
Geef het meervoud van :
de neus
de neuzen
de neusen
de neussen
Geef het meervoud van :
de doos
de doosen
de doozen
de dozen
de dosen
Wat is de correcte vervoeging van het werkwoord
graven (=creuser)
Wij graaven
Jij gravt
Ik graav
hij graaft
Wat kan vliegen?
Wat is het meervoud van DOUCHE?
Douchen
Douches
Wat is het meervoud van KOMKOMMER?
komkommers
komkommeren
Het water ______ heel warm.
De piraat _______ de schatkist.
Wat is de juiste schrijfwijze?
onmiddelijk
onmiddellijk
onmiddenlijk
Als u wil, ... u zich nog bedenken
kan
kunt
beiden correct
Zult u aan mij denken, als u in Belize ...
is
bent
beiden correct
U ... gelijk, mijnheer. U is hier gisteren ook geweest.
heeft
hebt
beiden correct
Welk woord is een samengesteld woord?
opdracht
kunstvoorwerp
bewogen
onzichtbaar
Wat is het meervoud van olie?
olien
olieen
oliën
olieën
We (a) naar zee geweest.
De directeur (a) te laat gekomen.
Iets wat echt bij iemand hoort
De herinnering
De eigenschap
De kennis
De emotie
Een gevoel dat je hebt
De emotie
De herinnering
De uitnodiging
De opvoeding
Iets wat je vaak op dezelfde manier doet
Het vertrouwen
De gewoonte
Het respect
De kennis
Zet de zin in de gebiedende wijs?
Wij willen dat jullie hier stoppen.
Moet je hier stoppen!
Stop hier!
Willen jullie hier stoppen!
Willen jullie stop hier!
Zet de zin in de gebiedende wijs?
Je kamt je haar.
Kam je haar!
Moet je je haar kammen!
Wil je je haar kammen!
Moet je je haar kammen!
Nadat hij om 6 uur ....., ging hij douchen.
was opgestaan
had opgestaan
opstond
is opstaan
Voordat de docent de grammatica ....., hadden ze veel fouten gemaakt.
heeft uitgelegd
uitlegde
Doe je mee ... ons? Dan maken we het samen af.
voor
aan
met
Ik heb mijn probleem duidelijk ___________(omschrijven).
omschreven
omschrijft
omgeschreven
omgeschrijft
Hij heeft de zorgvrager _________ (ondersteunen).
ondersteunen
ondergesteund
geondersteund
ondersteund
Ze heeft het gebit van de zorgvrager _______(poetsen)
gepoetst
gepoetsd
gepoetsen
gepoest
Mia heeft haar voet _________(verstuiken)
verstuikt
verstoken
ontstoken
verstuiken
Ze heeft de patiënt naar zijn kamer __________ (brengen)
gebrengen
gebrengd
gebracht
gebragt
Wie heeft de meubelen _____________ (afstoffen)?
afgestoffen
afgestofd
afgestoft
geafstoft
Wat zie je hier?
bloeddruk nemen
iemand ondersteunen
een bedbad geven
een injectie geven
Door het woord maar weet je dat hier een tekstverband bestaat.
Welk soort?
Opsomming
Tegenstelling
Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?
Mijn oom is heel erg avontuurlijk. Mijn tante daarentegen is helemaal niet avontuurlijk en wil niet graag nieuwe dingen beleven.
opsomming
volgorde
voorbeeld
tegenstelling
Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?
Mijn tante houdt niet van winkelen, maar mijn moeder vindt het heel erg leuk.
tijd
reden
tegenstelling
opsomming
Welk tekstverband geven de gekleurde woorden aan?
Eerst deed ik mijn pyjama aan en vervolgens poetste ik mijn tanden. Daarna stapte ik in bed en uiteindelijk viel ik weer in slaap.
reden
tegenstelling
tijd
voorbeeld
Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?
Omdat mijn buren een hele mooie en fijne auto hebben , wil ik zo'n zelfde auto.
reden
voorbeeld
volgorde
tegenstelling
Welk tekstverband geven de gekleurde woorden aan?
Ten eerste vind ik het heel erg leuk om naar school te gaan en ten tweede leer ik er veel van.
voorbeeld
tijd
reden
opsomming
Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?
De sportdag was goed georganiseerd. Zo werd er genoeg water uitgedeeld en we hadden genoeg rustmomenten.
opsomming
reden
tegenstelling
voorbeeld
Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband opsomming?
ook
maar
eerst
doordat
Ik zit op school....... ik wil graag overgaan
of
want
hoewel
maar
ik ga vast over, .... ik mijn best doe
tenzij
hoewel
mits
terwijl
Ik krijg een mooi cadeau, ........ ik blijf zitten
want
tenzij
mits
zodat
Ik maak huiswerk, ....... mijn broertje tv kijkt
terwijl
hoewel
tenzij
mits
Ik krijg een mooie fiets, ..... ik overga
tenzij
mits
hoewel
terwijl
Met welk signaalwoord kun je 1 zin van deze 2 zinnen maken?
Ik kom vandaag wat later
ik moet naar de tandarts
maar
terwijl
omdat
tenzij
Met welk signaalwoord kun je 1 zin van deze 2 zinnen maken?
Ik wil die fiets kopen
De prijs zal verlaagd worden
terwijl
tenzij
hoewel
mits
